Excursies

Naar de grafheuvels en Romeinen op de Ermelose Heide

 

De volgende excursie zal plaatsvinden op zaterdag 16 oktober a.s.

 

De excursie zal gaan naar het Natuur- en Milieu Centrum van Ermelo”Het Pakhuis”. In het Pakhuis bevindt zich een prachtige groeps- en practicumzaal en veel bibliotheekruimte voor de alle informatie van het centrum. Ook heeft de archeologische collectie van de gemeente, die tot het najaar van 2008 in de gemeentelijke Oudheidkamer in het gemeentehuis te zien was, weer alle aandacht. Na het bezoek aan het Pakhuis zal het plaatsje Drie worden bezocht. Vervolgens zal de Ermelose Heide worden afgedaald langs grafheuvels en ijstijdverschijnselen,richting het Romeinse marskamp. De excursie wordt afgesloten met een bezoek aan de Huneschans bij Uddel.

Voor nadere informatie: tel. 050- 4061545; e-mail: p.lecoultre@home.nl

 

---000---

 

Gaat u mee naar Jutland, het archeologisch paradijs ?

 

De excursie/reis heeft inmiddels plaatsgevonden en kan als zeer geslaagd worden gezien.

Bij de rubriek “Wat is geweest” treft u een fotoverslag aan van Sipke van der Zee.

Om meer over de achtergrond te weten van de sites die zijn bezocht volgt hieronder de beschrijving van dag tot dag.

Deze beschrijving is gemaakt ter voorbereiding van de excursie.

 

DPV-Voorjaarsexcursie 2010 van zondag 30 mei tot vrijdag 4 juni

 

Inleiding

De voorjaarsexcursie van de Drents Prehistorische Vereniging gaat in 2010 naar Jutland. Bij het samenstellen van de reis is geprobeerd voor elke archeologische periode van Jutland een interessante en representatieve locatie te vinden. We zullen als het ware een reis door de tijd maken, te beginnen bij rendierjagers en eindigend bij  monniken in een Middeleeuws klooster In het ideale geval zou de reis op de oudste plek beginnen en eindigen bij de jongste, maar om logistieke redenen is dat niet mogelijk. Om toch te zorgen dat het overzicht niet verloren gaat, zal tijdens de reis steeds goed worden aangegeven wat de plaats van een locatie op de Deense archeologische tijdschaal is. Daarnaast zullen steeds de overeenkomsten en verschillen tussen de Deense en de Nederlandse archeologie genoemd worden. Voor we verder ingaan op het programma is echter een woord van dank op zijn plaats aan Tom Reijers en Fred van den Beemt, die hebben geholpen met de voorbereiding.

 

Dagprogramma

 

Zondag 30 mei

Nadat de deelnemers in Assen, Haren en Groningen zijn ingestapt gaat het ‘plankgas’ naar het oosten. Tegen lunchtijd wordt er gestopt bij een wegrestaurant om de inwendige mens te versterken. Nadat bij Flensburg de Deense grens is gepasseerd, verschijnen weldra de eerste van de vele honderden grafheuvels die we op deze reis zullen zien, en die duidelijk maken waarom de reis Jutland, archeologisch paradijs is genoemd.

Aan het einde van de middag wordt Jelling bereikt, één van de belangrijkste archeologische locaties van Denemarken. Een prachtige plek om de excursie te beginnen omdat zich hier de bakermat van het Deense koninkrijk bevindt. In de 10e eeuw was er het hof van koning Gorm de Oude. Er staat een kerkje uit omstreeks 1100 met aan weerszijden twee grote grafheuvels, de ene waarschijnlijk voor Gorm zelf, de andere voor zijn echtgenote. Naast de kerk staan twee runenstenen, opgericht door Gorm (950) en zijn zoon Harald Blauwtand (960), de eerste christelijke koning van Denemarken. Vlak bij deze plek is een aangenaam café waar een versnapering gebruikt kan worden. Na nog een uur rijden wordt het Best Western Golf hotel in Viborg bereikt.

 

Maandag 31 mei

In de ochtend rijden we naar het zuiden, richting Silkeborg waar het museum wordt bezocht. Daar worden we ontvangen door de archeologe Karin Boe die een inleiding zal houden over de archeologie van Jutland en over de zaken die te zien zijn in het museum. Daarna kunt u er zelf rondkijken. Hoogtepunten in de tentoonstelling zijn het misschien wel bekendste veenlijk, dat van de Tollundman (350 v.Chr.) en het minder bekende Ellingmeisje. Verder is er op de bovenverdieping een vrij schoolse maar wel leerzame opstelling van archeologische vondsten uit de diverse perioden te zien.

Tijdens de korte rit naar Bølling ( = meer) passeren we de plek waar in 1944 het lichaam van Kaj Munk, de Deense dominee-dichter-verzetsheld is gevonden. Bij Bølling wordt geluncht op een picknickplek boven het meer. De Tollundman is indertijd in een veenafgraving bij het Bøllingmeer gevonden, maar de plek van de vondst is moeilijk te bereiken. Daarnaast heeft het meer zijn naam geleend aan de Bøllingperiode,  het eerste warme tijdperk na de laatste ijstijd. Op de helling bij het meer - dat indertijd veel kleiner was - is een jachtkamp van de Ahrensburgcultuur uit het Laat-Paleolithicum gevonden. Dit kampje was strategisch gelegen langs een trekroute van de rendieren die hier verschalkt werden. Wij worden hier rondgeleid door de archeologe Tinna Møbjerg die het jachtkamp indertijd heeft opgegraven. Iets noordelijker is een kampje van de jongere Maglemosecultuur (Mesolithicum). Ook dit waren jagers-verzamelaars maar omdat het klimaat inmiddels veel warmer was geworden, moesten zij zien te overleven in een steeds dichter wordend bos. Bij het meer is het vriendelijke Klosterlundmuseum waar de archeologische vondsten zijn te bewonderen en informatie wordt gegeven over de leefwijze van de mensen die hier ooit rondtrokken.

In een open bos bij Havredal Plantage, het volgende excursiepunt, is een gordel van kleine grafheuvels te zien. De meer dan vijftig graven liggen in een noordzuid lopende zone van ongeveer 5 km. Het lijkt alsof ze langs een weg zijn aangelegd, maar dat is niet aangetoond. De graven behoren in eerste aanleg tot de Enkelgrafcultuur maar latere bijzettingen tonen aan dat ze wel 1000 jaar in gebruik zijn geweest, tot in de Vroege Bronstijd.

In groot contrast met dit grote aantal kleine heuvels staan de zeven grote grafheuvels van Fly Høje uit de Bronstijd, die 10 km naar het noorden liggen. Het is een indrukwekkende rij die, liggend op een heuvelrug, het landschap domineert. Het verschil in grootte tussen de grafheuvels van Enkelgrafcultuur en Bronstijd duidt op een ontwikkeling naar een maatschappij met grote verschillen in macht en rijkdom.

 

Dinsdag 1 juni

Een groot deel van de dag wordt besteed aan een bezoek aan het beroemde Moesgård museum bij Århus. In dit prachtig ingerichte museum zijn talloze bijzondere vondsten uit de Deense oudheid te zien. Een voorbeeld is de wapendepositie van Illerup; omstreeks 200 na Chr. werd hier na een grote veldslag een massa wapentuig als een offer aan de goden in een moeras gedumpt. Ook dit museum toont een beroemd veenlijk, de man van Grauballe. Na de lunch in het idyllische Skovmøllen restaurant, gevestigd in een oude watermolen, is er tijd voor een korte wandeling over het prehistorische pad. Langs dit pad kunnen levensecht gereconstrueerde gebouwen en grafmonumenten bekeken worden.

We verlaten Moesgård en rijden naar de ruïnes van het Øm klooster. Dit Cisterciënzer klooster, gesticht in 1172 en gesloopt na de Reformatie, was één van de belangrijkste kloosters van Jutland. Er zijn huiveringwekkende inkijkjes gemaakt in Middeleeuwse graven. Plantenliefhebbers kunnen hun hart ophalen in de kruidentuin. Om de dag goed te besluiten rijden we door een landschap van heuvels en dalen, gevormd door het landijs van de laatste ijstijd, naar de Himmelbjerg (147 m). Hier kan bij een kop koffie of iets spirituelers genoten worden van de prachtige vergezichten.

 

Woensdag 2 juni

Deze dag belooft een lange maar heel bijzondere dag te worden. Als eerste excursiepunt staat Lindholm Høje op het programma. Op een heuvel boven de stad Aalborg bevindt zich een begraafplaats uit de periode 500-1100. Verreweg de meeste van de 700 graven zijn crematiebijzettingen die door grafmarkeringen in de vorm van een schip of van driehoeken en vierkanten zijn aangegeven. Bij het grafveld zijn de sporen van de bijbehorende nederzettingen opgegraven. De bewoningsgeschiedenis wordt zichtbaar gemaakt in het nabijgelegen moderne museum.

Daarna gaat het richting Borremose waar, na eerst gepicknickt te hebben, een schitterende locatie wordt bezocht. In een eenzaam hoogveenlandschap zien we hier de sporen van een omwalde nederzetting uit de periode 300-100 v.Chr. De fundamenten van een 20-tal met plaggen gebouwde huizen zijn goed zichtbaar. Borremose doet denken aan Keltische nederzettingen uit zuidelijker streken maar ook aan de omwalde plaatsen bij Zeijen en Rhee in Drenthe; al deze ‘vestingen’ dateren ongeveer uit dezelfde periode.

We maken een sprong in de tijd naar de periode van de Vikingen. In 980 is onder de regering van koning Harald Blauwtand (die we ook al in Jelling tegenkwamen) de ringwalburcht van Fyrkat bij Hobro gebouwd. Indertijd lag het fort aan een nu drooggevallen uitloper van de Mariagerfjord die toegang bood tot de open zee. De volmaakt cirkelvormige burcht heeft een doorsnede van 120 m, met wallen van 12 m hoog. Binnen de omwalling stonden 16 ‘langhuizen’; een gereconstrueerd huis is nu buiten de wal te zien. Over het doel van de vier ringwalburchten die Denemarken rijk is, alle uit dezelfde periode, zijn de archeologen het niet eens. Werd Denemarken door vijanden bedreigd, wilde men de eigen bevolking onder de duim houden of waren het uitvalsbases voor de Vikingrooftochten? De burchten lijken sprekend op de ringwalburchten uit het kustgebied van Texel tot Noord-Frankrijk, maar die zijn ruim 100 jaar ouder en opgericht als verdedigingswerk tegen de Vikingen.

De dag wordt besloten met een bezoek aan de drie ganggraven van Snæbum. Ganggraven, vergelijkbaar met onze hunebedden, zijn omstreeks 3200 v.Chr. gebouwd. Het zijn de begraafplaatsen van een gemeenschap, waarin soms wel 100 skeletten worden gevonden. Bij een ganggraf geeft een lange gang toegang tot de grafkamer. Het geheel is met aarde bedekt waardoor het in de grafkamer stikdonker is (zaklantaarn!). Bij Snæbum gaat het om dubbele gangraven, steeds twee in een heuvel. Eén van de drie, de Snibhøj is ook van binnen te bezichtigen.

 

Donderdag 3 juni

In de ochtend worden twee excursiepunten aan de kust van de Limfjord bezocht. Een heel bijzondere plaats is Myrhøj. Hier zien we een 160 m lange, kaarsrechte rij van grote stenen. De rij loopt in ONO-richting en eindigt bij een grafheuvel waarin begravingen uit de Bronstijd zijn gevonden. Deze structuur heeft ongetwijfeld een cultische of kosmologische betekenis. Sommige van de stenen zijn Schalensteine (napjesstenen), stenen met kuiltjes, waaraan vaak een rituele interpretatie wordt gegeven. Op deze plaats zijn ook huisplattegronden uit de Dolktijd (ca. 2400 v.Chr.), met daarbij klokbekeraardewerk, gevonden. Ook is er in de stenenrij nog een steenkistgraf uit de Romeinse IJzertijd te zien.

Vlakbij ligt het dorp Ertebølle waarnaar één van de jagerverzamelaars-culturen is vernoemd. De mensen van de Ertebølle-cultuur leefden langs de oevers van meren en de zee en haalden hun voedsel vooral uit het water. Het afval dat zij produceerden - oesterschelpen, botten van vissen en andere dieren, vuursteenfragmenten en aardewerkscherven - werd op hopen gegooid die wel 100 m lang en 2 m dik konden worden. Deze hopen staan bekend als køkkenmødingen, keukenafval. De Ertebølle-cultuur is te zien als een overgangscultuur van de jagerverzamelaars naar de landbouwers: men woonde wel op een vaste plaats en produceerde aardewerk, maar de landbouw werd nog niet bedreven. De leefwijze van de Ertebølle-mens wordt aanschouwelijk gemaakt in het Steentijdcentrum dat bezocht zal worden. Hierna wordt een wandeling gemaakt langs de kliffen van de Limfjord. In de klif zijn de  køkkenmødinglagen te zien. Het hogere gedeelte van de klif bestaat uit een zogenaamde molerafzetting. Dat is een fijngelaagde afwisseling van vulkanische as en sediment. Door tektonische bewegingen zijn de lagen geplooid en gebroken.

De laatste middag in Viborg wordt verzorgd door de archeoloog Martin Mikkelsen van het Viborg Stiftsmuseum. Eerst wordt het onlangs geheel vernieuwde archeologische gedeelte van het museum bezocht. Daarna wordt een uitstapje gemaakt naar een opgraving die aan de gang is. Vermoedelijk zal dit de opgraving zijn van een grafheuvel uit de late Bronstijd waar men aanwijzingen heeft voor een kosmologische betekenis van de structuur. Als de tijd het toelaat zal Martin ons ook andere interessante locaties in de omgeving van Viborg laten zien.

 

Vrijdag 4 juni

De dag van de terugreis. Om te zorgen dat iedereen nog redelijk op tijd thuis kan zijn, zijn er deze dag geen excursiepunten gepland.

 

Literatuur en kaarten

Er zijn geen recente overzichtswerken over de Deense archeologie in het Engels of Duits. Twee wat oudere boeken zijn The prehistory of Denmark, door J. Jensen (1982) en Vortzeitdenkmäler Dänemarks door P.V. Glob (1968). Deze boeken staan in de bibliotheek van het GIA.

Twee zeer informatieve boekjes (waarschijnlijk alleen bij musea in Denemarken te koop) zijn: Nordjütland: Die Archäologie. door Per Lysdahl e.a. (uitgegeven door Nordjyllands Amt, 2003) en Viborg und Umgebung, eine kultur- und natuurgeschichtlicher Führer door Svend Sorensen (uitgegeven door Viborg Amt, 1997). Een praktische gids maar wel in het Deens is Vejviser til Denmarks oltid door Ingrid Falktoft Andersen (1994).

Daarnaast zijn er talloze boeken over specifieke onderwerpen. Mooie en interessante boeken zijn Vikingen! Overvallen in het stroomgebied van Rijn en Maas, 800-1000 door Annemarieke Willemsen (2004) en Vereeuwigd in het veen: de verhalen van de Noordwest-Europese veenlijken door Wijnand van der Sanden (1996).

Voor kaarten van het gebied is de uitgave Danmark van Marco Polo schaal 1 : 200.000 goed bruikbaar; hierin staan alle kaartbladen van Denemarken.