Lezingenprogramma DPV najaar 2011 en
voorjaar 2012
(Alle lezingen zijn
gratis te bezoeken)
Woensdag 18 januari 2012 - lezing
Aanvang 19.30 uur, De
Kloosterhof, Brink 40, Assen
Voor
een dubbeltje op de eerste rang. Bijzondere bronzen potjes uit de Middeleeuwen.
Spreker:
Vincent van Vilsteren
Bronzen potten zijn in
Nederland geen echt grote zeldzaamheid meer. Door een (nog niet complete)
inventarisatie in de afgelopen jaren weten we dat in de diverse collecties van
musea, archeologische diensten en particulieren meer dan 200 exemplaren
aanwezig zijn. Bij deze inventarisatie komen ook regelmatig opmerkelijke
vondsten aan het licht. In deze lezing wordt een aantal bronzen potjes
behandeld met heel bijzondere kenmerken. Samen vertellen zij een heel apart verhaal,
waarmee een nieuw aspect van de bronzen potten wordt belicht.
Voor
de pauze wordt een tweetal bijzondere potjes uit midden-Nederland behandeld.
Het eerste potje werd in
1980 gevonden in de buurschap Noordeinde in de gemeente Oldebroek (Noord-Gelderland).
De totale hoogte bedroeg niet meer dan 12,5 cm, een soort miniatuurpotje dus.
De inhoud is te berekenen op niet meer dan ongeveer 200 cc. Opmerkelijk bij het
potje uit Noordeinde is dat aan de onderzijde de gietprop
nog aanwezig was en dat de gietnaad nog heel duidelijk zichtbaar is. Een derde
overblijfsel van het gietproces zijn de kleine vierkantjes die her en der
verspreid over het oppervlak te zien zijn. Het feit dat deze stutjes bij het potje van Noordeinde nog goed zichtbaar
zijn, is eigenlijk een teken dat de temperatuur van het brons niet echt hoog
genoeg was. In feite is het potje uit Noordeinde dus technologisch gezien een
misbaksel dat eigenlijk in de handel niet voor vol zou worden aangezien.
Het tweede potje werd
gevonden op een perceel aan de Waaldijk te
Ridderkerk. Bij de vondst uit Ridderkerk gaat het om een al even klein bronzen
potje. De totale hoogte is slechts 11 cm. De inhoud van het potje bedraagt
slechts 500 cc. Net als bij het exemplaar van Noordeinde is ook bij het potje
van Ridderkerk aan de onderzijde de gietprop nog
bewaard gebleven en ook is de gietnaad nog zeer duidelijk aanwezig. Beide
potjes dateren uit de 14de eeuw.
In de lezing worden
allerlei aspecten van de potjes onder de loep genomen en in een breed
perspectief geplaatst. Concluderend geven de bijzonderheden van de
miniatuurpotjes uit Noordeinde en Ridderkerk, met daarbij inbegrepen de
vindplaats, aanleiding om ze als dijkoffer te interpreteren, waarschijnlijk
bedoeld om zegen over dit arbeidsintensieve werk af te smeken.
Na de pauze worden een
aantal potjes uit Noord-Nederland onder de loep genomen. Zowel in Groningen, in
Friesland als ook in Drenthe komt met grote regelmaat een type pot zonder oren
te voorschijn. Dit soort potten is uit andere streken van Nederland en ook uit
Duitsland niet bekend. Het lijkt er op als of hierbij sprake is van een
regionale productie. Bekeken zal worden hoe handig dit is in het gebruik. Er
zijn mogelijkheden om voor dit soort ongemak andere oplossingen te verzinnen,
maar er is ook een heel andere reden denkbaar, waarom voor dit soort potten
toch een markt was. Die reden, zo zal blijken, ligt niet heel ver verwijderd
van het achterliggende idee van de miniatuurpotjes. Door het verhaal over de
bronzen potjes zal duidelijk worden dat de bronzen pot in de middeleeuwen veel
meer was dan zo maar een stuk keukengerei om in te koken.
(Afb.
boven: Bronzen pot uit Peize)
Woensdag 15 februari 2012 – lezing
Aanvang: 19.30 uur, De
Kloosterhof, Brink 40, Assen.
‘Islandhopping’
in de prehistorie. Vervaardiging en uitwisseling van stenen artefacten binnen
de Antilliaanse eilandarchipel.
Spreker:
Sebastiaan Knippenberg
Eilanden
spreken ons als bewoners van het vaste land altijd tot de verbeelding. Het
gevoel helemaal omgeven te zijn door water, afgesloten van de rest van de
wereld, speelt daarbij een grote rol. In hoeverre dit water in de prehistorie
daadwerkelijk een barričre voor gemeenschappen vormde om in contact te treden
met naburige groepen is dan ook een zinvolle vraag. Dit geldt ook zeker voor de
Antilliaanse eilandarchipel. Een manier om vanuit de archeologie daar enig
inzicht in te krijgen is door studie te doen naar uitwisselingsrelaties en
–netwerken op basis van de verspreiding van artefacten. Dit soort archeologisch
onderzoek heeft een hoge vaart genomen met de introductie en het gebruik van
natuurwetenschappelijke technieken waarmee het steeds beter mogelijk is de
herkomst van allerlei materiaalcategorieën te bepalen.
In deze presentatie zal Sebastiaan Knippenberg
laten zien dat onderzoek naar de vervaardiging en verspreiding van stenen
werktuigen en andere stenen objecten gedurende de precolumbiaanse periode in
het Caribische gebied zeer vruchtbare resultaten
oplevert. Een korte introductie in de archeologie van deze regio waar soms
verrassende overeenkomsten met de Nederlandse prehistorie te vinden zijn is het
startpunt van het verhaal. Het zwaartepunt van de lezing ligt evenwel bij de
bespreking van de herkomst, het gebruik en de verspreiding van een hele reeks
steensoorten en de daaraan ten grondslag liggende uitwisselingsmechanismen. Op
basis hiervan zal het uiteindelijk duidelijk worden dat de verschillende
Antilliaanse eilanden geen geďsoleerde eenheden vormden, maar dat inter-insulair contact een wezenlijk onderdeel uitmaakte
van het alledaagse Indiaans Caribische leven.
(Foto boven: Sebastiaan Knippenberg toont verschillende steensoorten die zijn gebruikt voor de vervaardiging van bijvoorbeeld (ceremoniële) bijlen, kralen en hangers.
Bron: http://documents.naam.an/en/_doc/Gebruik+van+stenen+bij+indianen+op+Cura%C3%A7ao+en+Aruba
Donderdag 15 maart 2011 – lezing
Aanvang: 19.30 uur, De
Kloosterhof, Brink 40, Assen.
Vuursteen
onder de loep: veranderingen in het gebruik van vuursteen in Neolithicum en
Bronstijd
Spreker:
Annelou van Gijn
De
afgelopen 25 jaar zijn op het Laboratorium voor Artefactstudies van de
Faculteit Archeologie in Leiden enkele duizenden vuurstenen artefacten
microscopisch onderzocht op de aanwezigheid van gebruikssporen en residu. Het
gaat overwegend om materiaal uit het Nederlandse Neolithicum en Bronstijd,
zowel uit nederzettingscontext als uit graven en deposities. Deze
slijtagesporen omvatten gebruiksretouche of afsplinteringen,
glans, krasjes en afronding. Naast gebruikssporen bestuderen we ook residu,
zoals restjes bewerkt materiaal (plantenresten, bloedsporen), schachtingsporen in de vorm van restjes houtteer en oker.
Dit onderzoek is recentelijk gepubliceerd in een boek getiteld: Flint in Focus.
Lithic biographies in the Neolithic and Bronze
Age (www.sidestone.com) .
Vuursteen wordt over het algemeen beschouwd
als een beetje gewoontjes: werktuigen die overwegend worden gebruikt in het
dagelijkse bestaan en in ieder geval veel minder bijzonder of kostbaar waren
dan bijvoorbeeld metalen voorwerpen. Wel nemen we al heel lang aan dat zeer
grote of kunstig vervaardigde vuurstenen voorwerpen zoals de TRB ‘pronkbijlen’
of de dolken van Frans Grand Pressigny vuursteen, een
bijzondere betekenis moeten hebben gehad. Dit waren echter bijna altijd
aannames die nauwelijks met harde feiten onderbouwd konden worden. In dit
verhaal zal ik proberen aan te tonen dat gebruikssporen- en residu-analyse van
voorwerpen ons niet alleen informatie verschaft over zulke ogenschijnlijk
profane zaken als voedselvoorziening en ambacht, maar ook over de bijzondere,
sociale en of ideologische betekenis van vuurstenen artefacten. Ik ga hierbij
uit van het idee van de biografie of levenscyclus van een voorwerp.
Gedetailleerde microscopische observaties van gebruikssporen kunnen ons
aanwijzingen geven omtrent het leven en de dood van een object: waar was het
voorwerp voor gebruikt, en wat voor behandeling onderging het voordat het in de
grond belandde? Samen met informatie over de grondstof waar een vuurstenen
artefact van is gemaakt (lokaal vuursteen of exotisch) en over de productie (de
geboorte van een voorwerp), kunnen we de biografie van een vuurstenen artefact
schrijven. Een bijzondere biografie wijst op een bijzondere betekenis van het
voorwerp in kwestie voor de betrokken prehistorische gemeenschappen.
In deze lezing wordt de
betekenis van vuursteen voor Neolithische en Bronstijd gemeenschappen belicht
aan de hand van een aantal voorbeelden. De verschillende ‘rollen’ die vuursteen
heeft gehad in het verleden zullen de revue passeren. Zo zijn vuurstenen
werktuigen gebruikt bij de voedselvoorziening en in ambachtelijke taken als huid-
en beenbewerking. Daarnaast zijn zij ook sterk verbonden geweest met de
identiteit van de mensen: verschillende groepen maken en gebruiken vuurstenen
voorwerpen op een verschillende wijze. Tenslotte zijn er ook overtuigende
aanwijzingen voor een rituele betekenis van bepaalde vuurstenen objecten.