DRIE-D-PRINTER IN DE ARCHEOLOGIE

Hunebedcentrum Borger innovatief

Het Hunebedcentrum in Borger gaat mee in de digitale tijd. Onderdeel van de vernieuwing is het project HunebedXperience dat 7 maart officieel werd gepresenteerd. Naast het BSP-fonds is deze vernieuwing mede mogelijk gemaakt door Provincie Drenthe, het Lukkin-Folkertsfonds en RABO Borger-Klenckeland
Op dinsdag 21 oktober gaf dr. Linda Hurcombe van de Universiteit van Exeter (Engeland) een lezing gehouden over het gebruik van de 3D-printer in de archeologie. Zij is daarbij met name ingegaan op de samenwerking met het Hunebedcentrum op dit terrein.





Hurcombe’s lezing vond plaats in het kader van het Europese Open Arch-project, waaraan 11 instellingen (musea en universiteiten) uit 8 landen deelnemen. Het Hunebedcentrum is één van deze deelnemers aan het project.

Voor meer informatie zie http://www.sensoruniverse.com/nieuws.php?id=344

Foto's boven: dr. Linda Hurcombe en het resultaat van een 3D-scan van prehistorisch aardewerk 
Foto's van Sipke van der Zee, Ommen.

 

Noord-Nederland in de Vikingtijd


Dinsdag 4 november 2014
Plaats en aanvang: 19.30 uur de Open Hof, Sleutelbloemstraat 1, Assen


lezing door Drs. Nelleke IJssennagger, conservator Terpencultuur en Middeleeuwen Fries Museum te Leeuwarden. Zij werkt momenteel ook aan d
rZWUw1RveLVPYnsf_N-ObAfrbKtYzGo-OdVk2mPD
e RUG aan een proefschrift over het Friesche gebied in de Noordzeewereld in de Vikingtijd.
    

In 793 wordt het klooster Lindisfarne voor de kust van Noord-Engeland plotseling aangevallen door gewapende mannen met snelle schepen: Vikingen. Deze verrassingsaanval waarbij van alles buit werd gemaakt en de monniken die het overleefden in ontreddering achterbleven, wordt gezien als het begin van de Vikingtijd. Deze periode van 793 tot ca. 1050 wordt gekarakteriseerd door Vikingaanvallen, kolonisatie van overzeese gebieden vanuit Scandinavië en door handel en uitwisseling. Hoewel overal heel verschillend, laten de Vikingren in heel Europa sporen na. Zo ook in Noord-Nederland.

Hoe zat het met Noord-Nederland in de periode die we kennen als Vikingtijd?

Noord-Nederland en het Nederlandse kustgebied van rivier Zwin op de grens met België tot rivier de Wezer in Duitsland behoren tot wat we in deze periode Frisia noemen. Dit gebied heeft altijd veel contact met andere gebieden langs de Noordzee zoals Engeland en Denemarken. In de achtste eeuw na Christus wordt Frisia opgeslokt door het Christelijke Frankische rijk dat zich tot de grens met Denemarken uitbreidt. Daarna begint voor Noord-Nederland de Vikingtijd.

De eerste vikingaanval op het continent vindt plaats in 810, op Friesland. Deze aanval was echter heel anders dan die in Lindisfarne en het is de vraag of dit wel een echte vikingaanval is. Welke aanvallen kennen we verder op Noord-Nederland in de Vikingtijd, en zijn dit wel echte Vikingaanvallen? Wat was bij die aanvallen dan eigenlijk het doel en de impact? En wat gebeurde er verder in Noord-Nederland in de Vikingtijd? Deze vragen zullen we bekijken vanuit zowel de geschreven als de archeologische bronnen voor deze tijd. We zullen kijken welke sporen de gebeurtenissen uit deze periode hebben nagelaten in Noord-Nederland.

 

Dinsdag 2 december "Jagers en verzamelaars in het bos"

Het Mesolithicum, een onderschatte archeologische periode (8.800 - 6.900 v. Chr.)?
Plaats en aanvang: 19.30 uur de Open Hof, Sleutelbloemstraat 1, Assen 

Dick Schlüter, historicus en amateur-archeoloog en voormalig directeur van het Natuurhistorisch Museum Natura Docet in Denekamp zal een boeiend betoog houden over het Mesolithicum.
Het Mesolithicum - de Midden Steentijd- heeft zich lange tijd bij professionele archeologen zowel als amateurs in minder belangstelling mogen verheugen dan het oudere Laat-Paleolithicum (Hamburg-, Federmesser- en Ahrensburgcultuur) of de eerste boeren tijdens het Neolithicum (Bandkeramiek-, Swifterbant- en Trechterbekercultuur). Daar is de laatste decennia verandering in gekomen door indrukwekkende opgravingsresultaten in Nederland. Van een culturele terugval tijdens het Mesolithicum is men volledig afgestapt.Tevens is duidelijk geworden dat we te maken hebben met een belangrijke schakel tussen jagers- en verzamelaarsculturen en de eerste boeren op het Drents Plateau.

hmuVKTcCLvo8qRU0jcfhMvm6bfX76wwtBv5w2JEY
 Het Mesolithicum is interessant voor de menselijke geschiedenis omdat door het warmer worden van het klimaat de jagers en verzamelaars te maken kregen met uitgestrekte bossen en ander jachtwild. Ze pasten hun leefgewoonten en uitrusting aan deze nieuwe biotoop aan. De laat-paleolithische jagers leefden op uitgestrekte grassteppen en soms regelrechte toendra’s. De jachtbuit bestond onder andere uit rendieren. Terwijl de mesolithische jagers en verzamelaars jacht maakten op edelhert, oeros en wild zwijn. Door opgravingen in onder andere Hardinxveld-Giessendam weten we intussen ook veel meer over deze periode. Ook in het buitenland – met name veengebieden in Denemarken en het noorden van Duitsland – zijn belangrijke vondsten gedaan. Verder heeft de Noordzeebodem het nodige opgeleverd, waardoor het zelfs mogelijk werd op basis van benen harpoenen verschillende cultuurgroepen te onderscheiden.
Tijdens zijn powerpointpresentatie zal Dick Schlüter deze onderschatte archeologische periode voor het voetlicht brengen. Tevens zal hij eigen vuursteenvondsten uit het Mesolithicum meenemen, die in de pauze bekeken kunnen worden. Kortom, een kans om de historie van de toenmalige jagers en verzamelaars `dicht op de huid te kruipen.’
 

Dinsdag 7 oktober lezing door Dr. Eelco Rensink *.

Het Paleolithicum in Nederland.

Over archeologische vindplaatsen uit de tijd van de Neanderthalers en rendierjagers.

 

Plaats: De Open Hof, Sleutelbloemstraat 1, Assen
Aanvang: 19.30 uur
 
In de lezing van Eelco Rensink staat de vroegste bewoningsgeschiedenis van Nederland centraal. We gaan terug naar het Paleolithicum (de Oude Steentijd), de oudste en langste periode van de prehistorie waarin eerst Neandertha­lers en later rendierjagers leefden. (circa 300.000 tot 10.000 jaar gele­den). Wat weten we van deze eerste bewoners van ons land? Waar woonden zij en wat vinden we van hun kampementen terug? En hoe zag het Nederlandse en daarmee ook het Drentse landschap er in deze periode van twee ijstijden en één tussenijstijd uit?
 
Na de Neanderthalers trokken ruim 15.000 jaar geleden voor het eerst moderne mensen (Homo sapiens sapiens) Nederland binnen. Het zijn jagers en verzame­laars die kort­stondig in Zuid-Limburg verbleven. Aan het einde van de laatste ijstijd, verschijnen andere groepen mensen op het toneel. Vindplaatsen uit deze periode bewijzen dat ook in Drenthe deze mensen hebben geleefd, hebben gejaagd en hun kampementen hebben gehad.
 
Zij gebruikten vuursteen als grondstof voor het maken van hun werktuigen en wapens. Deze worden ook op de landerijen in Drenthe gevonden. Waarom en hoe de mensen vanaf de Neanderthalers ons landschap gebruikten zal door Eelco Rensink worden beantwoord.
 
Eelco Rensink is specialist op het gebied van de oudste Nederlandse geschiedenis en culturen.
Hij is als archeoloog werkzaam bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort.
 
Nadere inlichtingen:  mw. Marian Hulscher, organisatie lezingen DPV, 050-5346826
 
 


Genetische modificatie gericht op micro-organismen in relatie tot bodemecologie


Op woensdag 29 oktober 2014 organiseert de Vriendenvereniging van Hortus Haren een Vriendenlezing.
Onderwerp: genetische modificatie gericht op micro-organismen in relatie tot bodemecologie.
Spreker: Prof.Dr.Ir J.D.van Elsas, hoogleraar aan de faculteit voor Wiskunde en Natuurwetenschappen van de RUG en voorzitter van de afdeling Microbiele Ecologie.
De lezing wordt gehouden in de entreehal van Hortus Haren, adres Kerklaan 34, 9751 NN Haren.
De toegang is ook voor niet-leden gratis.
Opgave verplicht voor maandag 27 oktober via postbus 159, 9750 AD Haren of hortusharenvrienden@gmail.com.

Oerknal in het Hunebedcentrum te Borger

Van Oerknal tot nu: een reis door 13,7 miljard jaar

Tien wetenschappers nemen u mee op reis door  13,7 miljard jaar geschiedenis  van het heelal, aarde en leven.

De Nederlandse Geologische Vereniging (NGV), Geopark de Hondsrug en het Hunebedcentrum organiseren een serie lezingen over het heelal, de aarde, en de ontwikkeling van het leven op aarde.  De lezingen worden eenmaal per maand op zondagmiddag gehouden

in het Hunebedcentrum in Borger, Drenthe. Gedurende de periode oktober 2014 – februari 2015 (focus op het heelal en de aarde)
en gedurende de periode oktober 2015 – februari 2016 (focus op de ontwikkeling van het leven).
De lezingen zijn afzonderlijk te volgen. Wel van te voren opgeven. U kunt zich uiteraard ook direct opgeven voor alle lezingen of een gedeelte.
De kosten per lezing zijn 5 euro, inclusief een kop koffie/thee.

U kunt zich opgeven via email: hwolters@hunebedcentrum.nl
Meer informatie zie:  www.hunebedcentrum.nl


Hondsrugacademie: Cyclus 1: De aarde als planeet

Deze cyclus bestaat uit 5 lezingen die op zondagmiddag, aanvangstijd 14.00 uur, in het Hunebedcentrum in Borger gehouden worden:

Het heelal;  Big Bang en het begin van alles

Deze lezing is de eerste uit een reeks van vijf die op zondagmiddag wordt gehouden in het Hunebedcentrum in Borger.

Zie voor cursusprogramma: http://www.hunebedcentrum.eu/oerknal/


Daniël Lohues - Hier kom ik weg

Daniël Lohues, de bekendste Drent van Nederland, brengt zijn favoriete kunstwerken en objecten bij elkaar. Lohues is onlosmakelijk verbonden met Drenthe. Het is zijn thuishaven. Hij is gefascineerd door historie 'omdat je pas weet waar je heen gaat, als je weet waar je vandaan komt'. 

afbeelding

Hier kom ik weg is een bijzondere tentoonstelling over Zuidoost-Drenthe met een rijke schakering van objecten. Van de oudste vondst, een vuistbijl van de Neanderthalers, tot het Toyisme, een hedendaagse Emme

nse kunststroming. Over het kasteel van Coevorden, Vincent van Gogh in Nieuw-Amsterdam, de Saksen en de Slag bij Ane. Daniël maakt de keuze en geeft daarmee een boeiend beeld van de rijke geschiedenis 

van deze streek. Daniël Lohues heeft de tentoonstelling samengesteld uit 

de collectie van het Drents Museum, aangevuld met objecten uit Nederlandse musea.

Datum tentoonstelling: 16-09-2014 tot en met 09-11-2014


Bronstijdboerderij in Hunebedcentrum Borger

  Bron: RTVDrenthe 14 augustus 2014
Het Hunebedcentrum in Borger heeft er een bronstijdboerderij bij. De afgelopen tijd is er gewerkt aan een replica van een boerderij die ongeveer 3.000 jaar geleden in de bronstijd in Borger zou hebben gestaan.
De boerderij is gebouwd op basis van sporen die zijn gevonden aan de Daalkampen. Het gebouw is nog niet helemaal klaar. Er komt nog een lemen vloer in en het pand moet nog worden ingericht. Over een paar weken wordt er begonnen met de bouw van een ijzertijdboerderij. De boerderijen zijn onderdeel van het nieuwe Oertijdpark van het Hunebedcentrum.


Franse amateur archeoloog voor de rechter

Bron: http://www.thelocal.fr
 
Franse amateur archeoloog voor de rechterIn de week van 30 juli stond een zestigjarige Franse wijnmaker terecht in Meaux, een voorstad van Parijs. Hij werd beschuldigd van het plunderen van duizenden artefacten uit cultureel belangrijke gebieden die bij de wet beschermd zijn en waar het verboden is opgravingen te doen.
 
Metaaldetector
De Franse wijnmaker ging met een metaaldetector te werk en verzamelde door hier en daar iets mee te nemen door de jaren heen ruim 2.300 voorwerpen. Hieronder zijn verschillende kettingen, munten, ringen en aardewerk, waarvan de waarde op vele tienduizenden euro’s geschat wordt.
 
Routinecheck douanebeambten
In februari 2012 vonden douanebeambten bij een routinecheck in de auto van de man zo’n 112 Romeinse munten. Dit leidde tot een huiszoeking, waar de schokkende ontdekking van de hiervoor beschreven collectie werd gedaan. Op de vraag waarom hij deze misdaad was begaan, antwoordde de 60-jarige Fransman simpel: ‘Ik wilde altijd archeoloog worden, maar had de kans niet.’
 
Fikse boete
De Franse douaneautoriteiten eisen een boete van 200.000 euro voor het illegaal doorzoeken van verschillende archeologische plaatsen. Of de man schuldig wordt bevonden en de grote boete moet betalen, wordt later dit jaar door de rechter beslist. De collectie is inmiddels overgedragen aan het Franse ministerie van Cultuur.
 
Amateurarcheologie bedreiging voor professie
Dit soort freestyle archaeology is een grote bedreiging voor het historisch en archeologisch onderzoek in Frankrijk. Volgens experts verdwijnen er per jaar zo’n 250.000 objecten door dit soort illegale archeologische zoektochten. Voornamelijk munten uit de Gallische en middeleeuwse periode worden ontvreemd en in het buitenland verhandeld.
 
Archeologie lijkt bijna aan zijn eigen succes ten onder te gaan. Dat moet worden tegengegaan, daar zijn velen van overtuigd. Want, zo stelt Desforges, hoofd van een vereniging die vecht voor het tegengaan van dergelijke plunderingen, iedere keer dat er dit soort bodemschatten worden ontvreemd, verdwijnt er een stukje Franse geschiedenis en erfgoed.
 


THE FIRST EUREGIONAL ARCHAEOLOGICAL CONFERENCE

WHAT’S NEW ABOUT THE LINEARBANDKERAMIK CULTURE IN THE MEUSE-RHINE REGION

De Archeologische Vereniging Limburg organiseert dit najaar in samenwerking met onder andere het RMO, de universiteiten van Leiden, Keulen, Leuven en Luik en het LVR-amt für Bodendenkmahlpflege im Rheinland een euregionaal symposium over de Bandkeramiek (LBK). Er zijn bijdragen uit Duitsland, Vlaanderen, Wallonië, Frankrijk en Nederland.

Wanneer: 6 t/m 9 november 2014
Waar: Maastricht en Sittard (NL)
Wat:
De conferentie biedt een overzicht van het huidige kennisniveau over de LBK inclusief de neolithisering in de Euregio Maas-Rijn. Het congres hoopt een aanzet te geven tot toekomstig innovatief, synthetiserend en grensoverschrijdend onderzoek.
De conferentie bestaat uit drie onderdelen:

  • twee avondlezingen van prof. dr. Wil Roebroeks en dr. Remko Kuipers over vuur en voedselstrategieën (taal: Nederlands)

  • een tweedaags internationaal congres (congresvoertaal is Engels) met vier hoofdthema’s, telkens voorafgegaan door een gerenommeerde keynote spreker (prof. dr. Leendert Louwe Kooijmans, prof. dr. Corry Bakels, prof. dr. Andreas Zimmerman en dr. Caroline Hamon); 

  • een busexcursie doorheen het LBK landschap van Graetheide plateau / Zuid Limburg en Haspengouw (tweetalig: Nederlands & Engels). 

Meer info en registratie:
http://www.lgog.nl/LBK-home.htm
Belangstellenden die zich aanmelden en betalen voor 1 augustus 2014 krijgen korting.



Start herbouw archeologische reconstructie vroegmiddeleeuwse zodenboerderij bij Firdgum (Fr.)

Deze zomer zal de in november deels ingestorte reconstructie van het vroegmiddeleeuwse zodenhuis in Firdgum opnieuw worden opgebouwd. Dit project wordt uitgevoerd onder leiding van het Terpencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen in samenwerking met het Yeb Hettinga Museum en de Provincie Fryslân. De afgelopen maanden is door de betrokken partijen in samenwerking met bouwkundigen van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL)   gewerkt aan een verbeterd ontwerp. Dit sluit inhoudelijk gezien aan bij de nieuwe inzichten die voortkomen uit het lopende promotieonderzoek van Daniël Postma en wordt ondersteund met constructieve berekeningen van de NHL. Met een enthousiast team van vrijwilligers zal vanaf 15 juli tot en met medio oktober in het veld aan de nieuwe reconstructie worden gewerkt. Vrijwilligers kunnen zich aanmelden bij projectcoördinator Trijneke Sibma van het Terpencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen.

Herstellen of opnieuw opbouwen?

Na de instorting werd al gauw duidelijk dat ongemerkte inwatering van de zodenmuur een belangrijke oorzaak was van het onstaan van zwakkere punten in het huis. In de maanden na de instorting hebben de betrokken partijen zich dan ook ingezet om ervoor te zorgen dat er geen verdere schade aan het gebouw onstond. Nieuwe ideeën over het voorkomen van instorting ontstonden en al gauw werden plannen ontwikkeld voor herstel van het huis. Toen de ideeën zich verder uitkristalliseerden, bleek dat de instorting zeer interessante inzichten heeft opgeleverd die een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het onderhavige onderzoek naar het bouwen met kwelderzoden, zoals dat in het vroegmiddeleeuws terpengebied van Noord-Nederland werd gedaan. Er werd dan ook al spoedig besloten om een nieuw ontwerp te maken voor herstel van het huis. Om zowel wetenschappelijke als constructieve en educatieve redenen is door de betrokken partijen uiteindelijk gekozen voor volledige wederopbouw van de boerderij: dit biedt zeer interessante mogelijkheden om een veiliger  en duurzamer constructie op te bouwen waarin het archeologische experiment volgens de nieuwe inzichten kan worden voortgezet. Ook de functie die het zodenhuis had als publiekstrekker, kan op deze manier nieuw leven in worden geblazen.

Vrijwilligers

De enthousiaste groep vrijwilligers die tijdens de bouw van het huis in 2012 en 2013 is gevormd, zal zich opnieuw gaan inspannen om het huis deze zomer weer op te bouwen. Doel is om in de toekomst in en rondom het huis en het Yeb Hettinga Museum meer educatieve activiteiten te organiseren voor een brede doelgroep. Het Yeb Hettinga Museum is dan ook op zoek naar meer vrijwilligers die zich hiervoor willen inzetten. Zij kunnen zich opgeven bij het museum: yebhettingaskoalle@gmail.comm
Vrijwilligers die willen deelnemen aan de herbouw van het zodenhuis kunnen zich aanmelden bij Trijneke Sibma: t.sibma.archeo@gmail.com

Met dank aan

Het Zodenhuisproject wordt uitgevoerd onder leiding van het Terpencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen, in samenwerking met het Yeb Hettinga Museum. De reconstructie was niet mogelijk geweest zonder de grote inzet en het enthousiasme van vele vrijwilligers.
Het Zodenhuisproject is financieel ondersteund door Provincie Fryslân, Gemeente Franekeradeel, Stichting Woudsend anno 1816, Prins Bernhard Cultuurfonds, Fonds Nij Bethanië, Boerderijenstichting Fryslân, Vereniging voor Terpenonderzoek, Je Maintiendrai Fonds en Boelstra-Olivier Stichting.
Het project is uitgevoerd in samenwerking met Omrop Fryslân, Wirotex Kraanverhuur, Fame Architectuur & Stedenbouw, Fries Museum, It Fryske Gea, Staatsbosbeheer, Koninklijke Saan en ARRE Remaining History.
 

Haven op Maasvlakte blijkt archeologische goudmijn

media_l_2359469.jpg
Het succes van opgravingen in de Yangtzehaven op de Tweede
Maasvlakte smaakt naar meer. Archeologen van Bureau
Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) hebben 316 big
bags aan historisch materiaal opgediept, waaruit blijkt dat dit
gebied al in de periode van 8400 tot 6500 voor Christus werd
bezocht.
    
Meer lezen

www.ad.nl/ad/nl/1038/Rotterdam/article/detail/3686435/2014/07/09/Haven-op-Maasvlakte-blijkt-archeologische-goudmijn.dhtml     
 


Gemeente Aa en Hunze maakt afspraken over inzet amateurarcheologen

Sinds vandaag (1 juli 2014) werken amateurarcheologen, die archeologisch onderzoek uitvoeren in de gemeente Aa en Hunze, volgens een protocol. Om de samenwerking tussen professionele- en amateurarcheologen te bevorderen hebben een amateurarcheoloog, de provinciale archeoloog en de gemeentelijke archeoloog afspraken gemaakt. Hiermee is de gemeente Aa en Hunze de eerste gemeente in Drenthe die deze afspraken heeft vastgelegd.
Protocol
In het protocol staat wat er van een amateurarcheoloog verwacht wordt, welke verantwoordelijkheden hij heeft en hoe hij moet handelen om te voldoen aan de eisen van de Monumentenwet. Een professionele archeoloog komt meestal niet uit het gebied. De amateurarcheoloog wel en kan door inbreng van gebiedskennis een goede bijdrage leveren tijdens een onderzoek. Tegelijkertijd kan de amateur zijn kennis verdiepen.

Verenigingen van amateurarcheologen
Het protocol sluit aan bij wat verenigingen van amateurarcheologen nastreven, namelijk het verkrijgen van kennis over menselijke activiteiten in de (pre-)historie met in achtneming van wet- en regelgeving.

Zie de website van de gemeente Aa en Hunze voor : 
www2.aaenhunze.nl/Bestuur/Nieuws/Juli_2014/Gemeente_Aa_en_Hunze_maakt_afspraken_over_inzet_amateurarcheologen
 


Schat aan opgravingen Ezinge nu volledig gepubliceerd

De archeologische opgravingen in Ezinge (1923-1934) door Albert van Giffen trokken destijds internationaal de aandacht. Van Giffen wierp een volledig nieuw licht op bewoning in de ijzertijd en Romeinse tijd. Door de grote hoeveelheid vondsten is er echter nooit een volledige publicatie daarover verschenen. Daar komt nu verandering in: op 25 juni verscheen “En dan in hun geheel -  De vondsten uit de opgravingen in de wierde Ezinge”.
 
Tussen 1923 en 1934 werd een groot deel van de wierde van Ezinge (in het Groninger Reitdiepgebied) opg

egraven door het Biologisch-Archeologisch Instituut (het huidige Groninger Instituut voor Archeologie van 

de Rijksuniversiteit Groningen), o.l.v. Albert Egges van Giffen. De opgraving trok nationaal
en internationaal veel aandacht. In Ezinge werd voor het eerst duidelijk dat men in de ijzertijd en de Romeinse tijd niet in primitieve hutten had gewoond, Er werden resten van vele grote boerderijen gevonden, waarin vaak nog stalboxen herkenbaar waren. Er was in die
gebouwen ruimte voor veei vee.
 
Te omvangrijk
Het vondstmateriaal en de nieuwe gegevens die de opgravingen opleverden waren zo omvangrijk dat het nooit kwam tot volledige uitwerking en publicatie. Ezinge was daarmee
één van veie Nederlandse vindplaatsen die in de vorige eeuw zijn opgegraven, maar nooit uitgewerkt. Om de kennis die in die oude opgravingsgegevens is verborgen beschikbaar te maken en een rol te laten spelen in het moderne onderzoek, is door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) het Odysse-programma in het leven geroepen. Binnen Odyssee is ook een eenjarige subsidie verleend aan het Groninger Instituut voor Archeologie van de RUG, voor uitwerking en publicatie van het vondstmateriaal uit Ezinge. Dit onderzoek is uitgevoerd in 2011, onder leiding van drs. Annet Nieuwhof van het Terpencentrum van het Groninger Instituut voor Archeologie,

 
Belofte Van Giffen nu ingelost
De titel van de publicatie, En dan in hun geheel, verwijst naar een artikel van Van Giffen, waarin hij toezegt de resultaten later, en dan in hun geheel, te zullen publiceren. Dat heeft hij echter nooit gedaan. In dit boek worden het handgevormd aardewerk en het Romeinse en vroegmiddeleeuwse draaischijfaardewerk, de metalen en natuurstenen voorwerpen, de kralen en de dierlijke en menselijke resten beschreven en geïnterpreteerd tegen de achtergrond van de bewoningsgeschiedenis.
 
Het boek is uitgegeven door de Vereniging voor Terpenonderzoek. Het is  verkrijgbaar via de vereniging, www.terperjonderzoek.nl
Volledige gegevens boek:  A.Nieuwhof (redactie), 2014: “En dan in hun geheel. De vondsten uit de opgravingen in de wierde Ezinge” ( = Jaarverslagen van de Vereniging voor Terpenonderzoek 96), Vereniging  voor Terpenonderzoek, Groningen. 256 pagina's, rijk geïllustreerd. ISBN 978-90-811714-6-5. Met bijdragen van: Wil van Bommel-van der Sluijs, Harry Huisman, Lykke Johansen, Egge Knol, Susanne Manuel, Annet Nieuwhof, Mirjam Post, Wietske Prummel, Dick Stapert, Sophie Thasing, Tineke B. Volkers en Inger Woltinge.
 
Het onderzoek werd financieel mogelijk gemaakt en gesteund door: NWO, RUG, Vereniging voor
Terpenonderzoek, Huis van de Groninger Cultuur, SNMAP en Gemeente Winsum.
Meer informatie drs. Annet Nieuwhof, tel. 050 - 3637688, a.nieuwhof@rug.nl  en/of http://www.terpenonderzoek.nl

 


 
Archeologisch boek Westerveld gepresenteerd

Donderdag 26 juni j.l. heeft in de Sint Pancratiuskerk in Diever de boekpresentatie plaatsgevonden van het boek over de archeologische rijkdom van de gemeente Westerveld. Dit publieksboek is geschreven door de archeoloog Sake Jager en het beeldmateriaal en de vormgeving zijn van Frans de Vries. Dit initiatief van het Archeologisch Centrum in Diever is overgenomen door Het Drentse Landschap die als uitgever optreedt.

Het is de eerste archeologische boek van de stichting.

De gemeente Westerveld bezit niet alleen schitterende landschappen en veel natuurschoon, met maar liefst twee nationale parken, maar kan ook bogen op een rijke en geschakeerde geschiedenis. Tal van archeologische vondsten en sporen geven hier blijk van. Een deel van die nalatenschap is zichtbaar in het veld, waaronder hunebedden, grafheuvels, celtic fields, kasteelheuvels, voorden, karrensporen en een landweer, om de belangrijkste te noemen.

Al die vondsten en sporen vertellen samen een verhaal dat in de Oude Steentijd begint. In dit boek zet archeoloog Sake Jager de geschiedenis van Zuidwest-Drenthe uiteen aan de hand van deze overblijfselen. Hij doet dat op een toegankelijke en verhalende manier. De vele prachtige foto’s van vormgever en fotograaf Frans de Vries vormen de bekroning.

Archeologische verhalen en handige overzichtskaarten van het Dwingelderveld, het Drents-Friese Wold, en het Holtingerveld completeren het geheel en nodigen de lezer uit kennis te maken met de geschiedenis in deze terreinen. Dit boek geeft een uniek beeld van de verrassende en boeiende geschiedenis van dit deel van Drenthe en is een aanwinst voor de regio en daarbuiten. Als zodanig is het een inspiratiebron en onmisbare gids voor iedereen die de geschiedenis van Zuidwest-Drenthe beter wil leren kennen.

De uitgave is mogelijk gemaakt door bijdragen van:

De gemeente Westerveld, de provincie Drenthe, het Drentse Landschap, de Postcodeloterij, het Nationale Park  Drents Fries Wold, het Prins Bernard Cultuurfonds, het Recreatieschap Drenthe, Natuurmonumenten, Waterschap Reest en Wieden, de Rabobank, het Archeologisch Centrum West- Drenthe , de SNMAP en de Drents Prehistorische Vereniging

Bestellen
Het boek is hier te bestellen


Unieke vondst van gouden munten

Bron: www.rtvdenthe.nl
http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/unieke-vondst-gouden-munten

ASSEN - In het Drents museum in Assen is een bijzondere vondst bekendgemaakt: 47 gouden munten uit de zesde eeuw. Nog nooit eerder werd zo'n grote hoeveelheid gouden munten uit die tijd gevonden.

De munten wegen allemaal 4 gram per stuk en zijn afkomstig uit verschillende plaatsen in Europa, uit het oude Romeinse Rijk (onder meer uit Rome, Ravenna en Constantinopel). Er is een munt bij die nooit eerder in Nederland is gevonden, zegt de Drentse gedeputeerde Rein Munniksma.

De munten zijn in januari ergens in Drenthe gevonden door twee metaaldetector-onderzoekers. Waar precies is niet bekendgemaakt. De eigenaar van de grond wil dat liever niet onder meer omdat er nog verder onderzoek zal worden verricht. Dit onderzoek kan waarschijnlijk meer informatie opleveren over de machtsverhoudingen in de Vroege Middeleeuwen.

Hoeveel de munten waard zijn, is ook nog niet bekend. De opbrengst gaat naar de vinders en de eigenaar van de grond. De munten worden tentoongesteld in het Drents Museum.


De Nieuwe Spieker is uit......

De Spieker, het verenigingstijdschrift van de DPV is weer uit. De Spieker staat weer vol met interessante bijdragen, mededelingen en deelname aan excursies. 
Lid worden van de DPV kan d.m.v. een mailtje te zenden naar info@dpv.nu

Archeologen vinden scherf en karrenspoor op Dwingelerveld

Bron: www.dekrantvanmidendrenthe.nl
maandag 2 juni 2014
 
http://www.dekrantvanmiddendrenthe.nl/nieuws/regio/326316/archeologen-vinden-scherf-en-karrenspoor-op-dwingelerveld.html


zie ook RTVDrenthe: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/prehistorische-vondsten-gedaan-dwingelderveld
 

Dwingeloo - Archeologen en studenten van het Groninger Instituut voor Archeologie zijn in de bossen van het Dwingelderveld gestart met archeologisch onderzoek op de Celtic fields en het grafheuvelcomplex Boerdennen.
Het onderzoek richt zich op de restanten van prehistorische akkercomplexen op het Dwingelderveld. Inmiddels zijn een potscherf en karrensporen aangetroffen.
De aanwezigheid van een klein deel van de akkers werd al in 1999 opgemerkt bij de restauratie van de grafheuvels door de provinciaal archeoloog Wijnand van der Sanden. Door het beschikbaar komen van hoog-resolute hoogtebeelden, is afgelopen jaar gebleken dat de toen opgemerkte wallen deel uitmaken van een veertig hectare groot raatakkercomplex.
Dit zogeheten raatakkerpatroon dat vanaf de midden-bronstijd voorkomt en zo’n 3.300 jaar oud is, zijn veldjes die omsloten worden door wallen. In de velden werd onder meer gerst, gewone tarwe, broodtarwe en vlas verbouwd. Tijdens het veldwerk boren de archeologen op verschillende plaatsen en graven binnen het onderzoeksgebied zo nodig handmatig, testputjes.
Dr. Stijn Arnoldussen heeft al verschillende andere Celtic fields in Nederland archeologisch onderzocht. Hij leidt het onderzoek waarbij duidelijk moet worden hoe oud de akkers van het Dwingelderveld precies zijn.
De archeologen hopen te achterhalen hoe goed het akkersysteem nog bewaard is gebleven en of er nog resten van bewoning/boerderijen zijn. Ook moet helder worden welke gewassen er precies verbouwd zijn in de prehistorie en of er een relatie bestaat met de grafheuvels in de directe omgeving.
De prehistorische akkers zijn volgens Arnoldussen nu met het blote oog niet zichtbaar. ‘Na afloop van het veldwerk gaan we kijken hoe we deze prehistorische veldsystemen het beste kunnen beheren om ze te bewaren voor toekomstige generaties.
We gaan met Natuurmonumenten, de gemeente Westerveld en provincie Drenthe om de tafel om te bespreken hoe de wetenschappelijke interessante punten ook voor een groter publiek beter beleefbaar kunnen krijgen.’
Tijdens het onderzoek dat naar verwachting op het Dwingelderveld zo’n vier weken duurt, houden de architecten op de website www.raatakker.nl  de voorlopige resultaten bij, zodat geïnteresseerden het veldwerk kunnen volgen.




Huisplattegronden in Nederland Archeologische sporen van het huis

http://publicaties.cultureelerfgoed.nl/publicaties/huisplattegronden-in-nederland-archeologische-sporen-van-het-huis
In dit boek wordt de ontwikkeling geschetst van de huizenbouw in Nederland, vanaf de komst van de eerste boeren zo’n 7000 jaar geleden tot aan de dertiende eeuw.
Archeologisch onderzoek heeft door de jaren heen in Nederland duizenden huisplattegronden opgeleverd. In dit boek belichten diverse auteurs de geschiedenis van de huisplattegrond vanuit verschillende invalshoeken. Het boek laat niet alleen de stand van kennis op dit gebied zien, maar schetst ook de kennislacunes en belicht de methodieken die nodig zijn om het onderzoek verder te helpen.
 
Sporen van palen
Huisplattegronden komen vaak bij opgravingen in Nederland te voorschijn en behoren daarmee tot een van de meest onderzochte en meest intrigerende archeologische fenomenen. Deze sporen leveren een cruciale bijdrage aan de kennis over boerensamenlevingen uit het verleden. In de Nederlandse bodem zijn de resten van oudtijdse bewoning alleen onder de grond terug te vinden. Die sporen bestaan meestal uit verkleuringen van de grond die laten zien waar de palen en de wanden van het huis hebben gestaan. Zij laten zo – afhankelijk van de omstandigheden – een meer of minder herkenbare plattegrond in de bodem achter.

Voor wie
Dit boek vormt een handboek voor archeologen, maar is ook geschikt voor studenten archeologie en liefhebbers die geïnteresseerd zijn in de ontwikkeling van de huisplattegrond in Nederland.

Inhoud
 
1 Inleiding
A.G. Lange 1
 
2 De huisplattegrond als archeologisch studieobject: Een korte bespiegeling over de theoretische achtergronden
J.H.C. Deeben en E.M. Theunissen 5
 
3 Ervaringen en overwegingen bij het opstellen van een typologie van opgegraven huisplattegronden
H.T. Waterbolk 17
 
4 De huizen van de bandkeramiek (LBK) in Nederland
P. van de Velde en I.M. van Wijk 29
 
5 Huisplattegronden uit het Laat- en Midden-Neolithicum in Nederland
E. Drenth, T.J. ten Anscher, J.C.G. van Kampen, G.R. Nobles en P.J.A. Stokkel 61
 
6 Huisplattegronden uit Noordoost-Nederland
H.M. van der Velde 97
 
7 Huisplattegronden uit de late prehistorie in het rivierengebied
S. Arnoldussen en E.M Theunissen 115
 
8 Huisplattegronden uit de Brons- en IJzertijd van West-Friesland en Texel
E. Lohof 143
 
9 Huisplattegronden uit de late prehistorie in Zuid-Nederland
H.A. Hiddink 169
 
10 Laatprehistorische huisplattegronden in het kustgebied
M.S.M. Kok en E.A. Besselsen 209
 
11 Gebouwplattegronden uit de Romeinse tijd in Zuidoost-Nederland
H. van Enckevort en J. Hendriks 235
 
12 Huisplattegronden uit de Late-IJzertijd en de Romeinse tijd in het Midden-Nederlandse rivierengebied
J. van Renswoude en G.L. Boreel 273
 
13 Wonen in het Westen: Huisplattegronden in het West-Nederlandse kustgebied uit de Late-IJzertijd en de Romeinse periode
S.W. Kodde 297
 
14 Vroegmiddeleeuwse huisplattegronden uit Zuid-Nederland en hun weergave
F. Theuws 313
 
15 Middeleeuwse huisplattegronden in West- en Midden-Nederland
J. van Doesburg 341
 
16 Huisplattegronden van agrarische nederzettingen uit de Volle Middeleeuwen in het Maas-Demer-Scheldegebied
A. Huijbers 367
 
17 Bouwen in de stad: Het ontstaan en de vroegste ontwikkeling van het Nederlandse stadshuis
H.M.P. Bouwmeester 421
 
18 Brabantse boerderijplattegronden vanuit bovengronds perspectief
J. Toebast 465
 
19 Kruisjes en rondjes: De weergave van huisplattegronden in archeologische publicaties
J. van Doesburg en A.G. Lange 479

ISBN-13: 9789491431647

Pages: VIII, 496

Cover: Hardcover

Format: 210 x 296 x 30 mm; full colour ill.

Price incl. VAT: €74.95

 


 

Overdracht 100 jaar DPV Archief en lezing een feit

100-jaar DPV-archief naar het Drents Archief.

Op 9 april vond de officiële overdracht plaats van het bijna 100-jarig DPV-archief aan het Drents Archief. Daar wordt dit archief voortaan bewaard en kan iedereen dit archief in de studiezaal raadplegen.
Alvorens in zuurvrije mappen en dozen te zijn opgeborgen, genummerd en voorzien van een inventarislijst, moesten echter eerst zes zware verhuisdozen vol papier en spinnenwebben worden aangepakt. Hiervoor heeft het bestuur DPV-lid Saïd uit Hoogersmilde gevraagd en bereid gevonden.
Mooijman heeft alle documenten door zijn handen laten gaan. Veel van wat voor de toekomstige generaties niet van belang is, heeft hij in goed overleg met het Drents Archief en het bestuur van de DPV in het ‘ronde archief’ gedeponeerd

Rumoerige tijden

Ter gelegenheid van de overdracht van het DPV archief werd na officiële overhandiging een lezing gegeven door archeoloog dr. Ernst Taayke. De aanlokkende titel van de lezing was: Rumoerige tijden.

De boeiende en leerzame lezing met enige diepzinnige en serieuze humor ging over de Romeinen die zich ingroeven aan de Rijn. Hun aanwezigheid daar was ook in Noord-Nederland eeuwenlang merkbaar. Als vreeswekkende macht, als voorbeeld en tenslotte als prooi. Lokale stammen roerden zich vanaf het begin; de volksverhuizingen begonnen in feite al vóór de jaartelling. En dan was er nog de merkwaardige relatie tussen zandbewoners van Drenthe en de mensen in de kwelderstreken van Groningen.

Het was een avond over Romeinen, Drenten, Friezen, Chauken, Franken en Angelsaksen, over perioden van voorspoed en leegloop, aan de hand van vondsten en grondsporen. Zo passeerden de versterkingen in Noord-Drenthe de revue en de wierden en andere nederzettingen uit de Romeinse periode.

Wie is dr. Ernst Taayke
De archeoloog dr. Ernst Taayke is beheerder van het Archeologische Depot te Nuis. Zijn proefschrift dat hij 1996 verdedigde is het standaardwerk geworden op het gebied van het handgevormde Noord-Nederlands aardewerk van de 6e eeuw v.Chr. tot de 4e eeuw na Chr. Hij is beheerder van het Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis waar de archeologische vondsten uit de provincies Drenthe, Friesland en Groningen worden bewaard.

  

Sporen in het landschap van Westerveld

"Sporen in het landschap van Westerveld" is de titel van de tentoonstelling die op donderdag 17 april 2014 zal worden geopend in het Archeologisch Centrum West-Drenthe te Diever.
 
De geschiedenis heeft vele eeuwen lang een stempel gedrukt op het landschap van de gemeente Westerveld.
Niet alleen het verre verleden, de prehistorie, maar ook het meer recente verleden, de Tweede Wereldoorlog, kent vele plaatsen die daarvan getuigen.
Het Archeologisch Centrum West- Drenthe en de historische verenigingen van Havelte en Diever willen daaraan gestalte geven met een gezamenlijke tentoonstelling over de sporen die in het landschap zijn achtergelaten.
De tentoonstelling bestaat uit twee delen. Een viertal bijzondere archeologische parels in het landschap van Westerveld worden met uniek vondst- en beeldmateriaal weer zichtbaar gemaakt. Daarnaast worden nog aanwezige fysieke sporen uit de Tweede Wereldoorlog middels beeld- en tekstmateriaal tentoongesteld.
 
Archeologisch Centrum West-Drenthe
Brink 7
7981 BZ
Diever
 
Openingstijden dinsdag  t/m zondag van 13:30 tot 17:00 uur
in juli en augustus ook open op maandag van 13:30 tot 17:00 uur

JUBILEUMUITGAVE "Proefsleuven"

'Het historisch besef is geen vanzelfsprekendheid'

In het eindexamen Nederlands werd dit jaar dit citaat van Manta Matthijsen, uitge­sproken tijdens de Huizingalezing van 2009, overgenomen. Deze uitspraak geldt echter met voor de leden van de DPV, de Drents Prehistorische Vereniging. De ge­middelde DPV-er heeft juist wel een drang om te weten hoe anderen vroeger leef­den. Die nieuwsgierigheid en drang naar kennis wordt door de DPV-leden al 100 jaar lang m verenigingsverband beleefd. Men gaat graag met elkaar op zoek naar de vroegste tijden m binnen- en buitenland. In het midden van de jaren zestig van de vorige eeuw telde de vereniging zelfs meer dan 500 leden. Zo veel plezier aan het vergaren van kennis in 100 jaar vraagt om een jubileumuitgave vol kennis. We beslo­ten om voor deze gelegenheid een speciale uitgave van ons verenigingsorgaan De Spieker samen te stellen.
In deze jubileumbundel heeft een aantal wetenschappers en amateurs de handen in één geslagen om met elkaar een chronologisch overzicht samen te stellen van de prehistorie in Drenthe, van de vroegste tijd tot ongeveer 1200 na Chr. Deze hoofdstukken, verdeeld over acht perioden, worden voorafgegaan door een korte geschiedenis én de 'prehistorie' van de jubilerende vereniging zelf. De bundel beoogt echter niet een compleet overzicht te geven van de Drentse pre- en protohistorie. De persoonlijke noot van de auteurs overheerst. Zo ontbreken zelfs de hunebedden na­genoeg in woord en beeld. U moet dit boek zien als een 'proeve' van de resultaten van onderzoek m deze provincie die zo rijk is aan archeologische vondsten. Vandaar dat we het boek de titel 'Proefsleuven' hebben meegegeven.
Alle auteurs hebben daar met veel inzet en geheel belangeloos aan bijgedra­gen. De gewaardeerde bijdrage van diverse sponsors maakte het mogelijk dit boek als een verjaardagsgeschenk aan onze leden te kunnen aanbieden.
Hopelijk levert deze bundel een bijdrage aan de versterking van de relatie tussen de DPV en het wetenschapsveld.
 
November 2013,
Ben HC Westerink.
namens het bestuur van de DPV
 
Het boek 'Proefsleuven' bevat 244 pagina's en vele illustraties.
De prijs van het boek bedraagt € 20,00 excl. verzendkosten. Het boek is te bestellen via info@dpv.nu met vermelding van uw naam, adres en telefoonnummer. 

 


Bijlagen

Nieuwsbrief

Ontvang ook onze
digitale nieuwsbrief:
facebook linkedin