14 augustus 2016 "Dag van het Hunebed" bij het Hunebedcentrum Borger 

Staatsbosbeheer, het Hunebedcentrum en Het Drentse Landschap zijn samen de initiatiefnemers van de Dag van het Hunebed. Deze speciale dag staat in het teken van de Drentse hunebedden.

Ouders, grootouders en hun (klein)kinderen kunnen meedoen aan allerlei activiteiten die in het teken staan van de prehistorie.

Wandel mee naar de hunebedden met een gids, ontdek het Hunebedcentrum o.l.v een gids, luister naar de verhalen van het grootste hunebed van Nederland, leer steenwerpen, beleef het leven in de prehistorie, maak een trechterbeker of ga oerbroodjes bakken.


Tentoonstelling ‘Het geheim van Oek’ in het Hunebedcentrum in Borger

Op vrijdag 15 juli opende gedeputeerde Cees Bijl van Provincie Drenthe de tentoonstelling ‘Het geheim van Oek’ in het Hunebedcentrum te Borger.

‘Het geheim van Oek’ vertelt op basis van archeologische gegevens en voorwerpen het verhaal van een zesjarig hunebedbouwerskind en zijn familie. De tentoonstelling toont de werkelijkheid achter het dagelijks leven in de prehistorie en is gebaseerd op de boekenserie ‘De Wereld van Oek’.

In de expositie staat het verhaal centraal. De prehistorische gebruiksvoorwerpen lichten een tipje van de sluier van het dagelijks leven van de hunebedbouwers op. Vuurstenen bijlen, schrabbers, pijlpunten, maar ook de monumentale hunebedden zelf, geven soms aanwijzingen, soms bewijzen voor het dagelijks leven van boeren in Drenthe van 5000 jaar geleden.

In de boekenserie ‘De Wereld van Oek’ wordt getracht de prehistorische werkelijkheid zo dicht mogelijk te benaderen. In de expositie worden daarbij de achtergronden in beeld gebracht.

De tentoonstelling is geschikt voor kinderen, maar ook voor hun ouders en grootouders. Jong en oud kunnen zich even in de voetsporen wanen van een hunebedbouwer.

De expositie is te zien tot 30 juni volgend jaar.
 

De expositie is mede door een financiele bijdrage vanuit het Wetenschappelijk Fonds van de DPV tot stand gekomen.


Mysterie in het veen

Het Drents Museum geeft voor de tweede keer een kinderboek uit over het beroemde Meisje van Yde. ‘Mysterie in het veen’ zo is de naam van het boek. Het gaat over het meisje dat in het voorjaar van 1897 door twee Drentse veenarbeiders werd gevonden.
‘Mysterie in het veen’ is geschreven door Jan van Zijverden en Sieger Zuidersma nam de illustraties op zich. Het boek gaat over de vraag hoe een meisje van zestien jaar oud in het veen terechtkomt, hoe ze is gevonden en wat er daarna is gebeurd. Hoe onderzoekers steeds meer te weten kwamen over het leven van het Meisje van Yde. In het verhaal komen ook andere wereldberoemde mummies voorbij, zoals de man van Tollund, Ötzi en Juanita.
Het meisje moet geleefd hebben in de periode 40 voor Christus en 50 na Christus, in de Late IJzertijd. In 1994, bijna 100 jaar na de ontdekking van haar lijk, kreeg ze een gezicht. Die reconstructie, een wassen hoofd, maakte haar wereldberoemd.
Blader door het boek:

https://issuu.com/wbooks/docs/meisje_van_yde_bladerpdf

Het boek is verkrijgbaar bij de boekhandel:

Auteurs: Karen Mertens en Jan van Zijverden
ISBN 9789462581029
Prijs € 14,95

Activiteiten voor het komende najaar.

Zondag 7 augustus, DPV op de Oertijdmarkt bij het Hunebedcentrum in Borger.

Dinsdag 4 oktober, lezing door drs Caroline Tulp: Groote Veen te Eelde. Een verhaal over een Klokbekergraf uit het Neolithicum en een nederzetting uit de IJzertijd - Romeinse tijd.

Zaterdag 29 oktober, DPV Najaarsexcursie naar Romeins Utrecht en de De Meern.

Dinsdag 1 november, lezing door Karla de Roest - Wat je niet ziet, bestaat niet? Afscheidsrituelen in de IJzertijd.

Dinsdag 6 december, lezing door dr Henk van der Velde over de opgraving van een Trechterbekergrafveld/nederzetting bij Dalfsen.

De lezingen vinden plaats in de Open Hof, Sleutelbloemstraat 1, Assen, aanvang steeds om 19.30 uur.


Spieker, het kwartaalblad van de DPV is verschenen!


 



Sporen prehistorische nederzetting op plek azc

Bron: Dagblad van het Noorden 
marieke.kwak@dvhn.nl
31 mei 2016

 
Op de plek van het beoogde asielzoekerscentrum (azc) in Borger zijn sporen gevonden van een grote prehistorische nederzetting met boerderijen, erven en bijgebouwen.

De asielzoekers wonen straks op een oer-Drentse plek, met een historie die duizenden jaren teruggaat. Dat blijkt uit het verkennende archeologische onderzoek dat bureau RAAP vorige week heeft gedaan op de locatie van het beoogde azc.

Oer-Drentse plek

,,Er zijn sporen van bewoning gevonden uit de late bronstijd en het begin van de ijzertijd’’, zegt Marjo Montforts, adviseur archeologie voor de gemeente Borger-Odoorn. ,,Dan hebben we het over 1200 voor Christus tot ongeveer het jaar 0.’’

Volgens Montforts horen de gevonden sporen, delen van boerderijplattegronden, bij een grote prehistorische nederzetting van meerdere hectares. ,,Deze nederzetting is de voorloper van het huidige Borger’’, zegt zij. Een deel ervan werd eerder al blootgelegd op de plek waar de wijk Daalkampen is gebouwd. ,,Dit complex loopt dus door tot in ieder geval de locaties van het azc en misschien nog wel verder. De begrenzing hebben we nog niet te pak-ken.’’

Gevolgen voor azc

Behalve de sporen – verkleuringen in de grond die aanduiden waar ooit palen hebben gestaan waarop boerderijen waren gefundeerd – is er ook aardewerk gevonden. Van deze potscherven wordt de leeftijd momenteel onderzocht. Daarna wordt duidelijk of de sporen inderdaad van de vroegste bewoning van de nederzetting zijn, zoals wordt vermoed.

Wat de archeologische vondsten betekenen voor de komst van de asielzoekers, is nog niet geheel duidelijk. De gemeente Borger-Odoorn laat weten dat de vondsten in principe geen vertraging hoeven te betekenen.

De gemeente is nu in afwachting van een rapportage. ,,In de voorbereiding hebben we het uiteraard wel gehad over mogelijkheden, omdat we gezien de locatie wisten dat er wat in de grond zou kunnen zitten. Of er een groter onderzoek moet komen hangt af van het inrichtingsplan voor het azc en dat is er nog niet’’, laat Marijn Bijker-de Groot van de gemeente weten.

Bouwvoor

Het COA wil na de zomer beginnen met de bouw van het azc, dat plek gaat bieden aan maximaal 500 asielzoekers. In januari moeten de eerste vluchtelingen worden opgevangen.

Volgens Montforts zijn de sporen net onder de zogeheten bouwvoor – de bovenste, verstoorde grondlaag van 30 à 40 centimeter – gevonden. ,,Als er voor het azc dieper moet worden gegraven, wordt de archeologie verstoord. Maar misschien is er wel een manier om te bouwen zonder dat dit gebeurt.’’ Op dat laatste wijst ook de gemeente.


Fluitje uit het jaar 700 gevonden bij Harlingen

Bron: Omrop Fryslân, 23 mei 2016

Bij Harlingen zijn interessante archeologische vondsten gedaan op de plek waar de nieuwe N31 weg moet komen. Archeologen ontdekten de resten van een bewoonde terp uit, waarschijnlijk, het jaar 700. Dat is op te maken uit de die werden gevonden. Onder andere een fluitje, gemaakt van schapenbot, kogelpotschijven en een mantelspeld. De onderzoekers ontdekten verder mensenbotten en een waterpot opgetrokken uit kloostermoppen. Er is ook servies uit de Romeinse Tijd of de IJzertijd gevonden.



Vooruit, met flinke pas langs alle hunebedden van Drenthe

Bron: Persbericht Drentse Landschap

Het Drenthepad is al flink uitgetrapt, maar nu is er ‘de loop langs de hunebedden’.
De routes zijn nog maagdelijk, maar hoe lang nog? Met het nieuwe boek in de hand, wandelt men door gans het Drentheland...en langs 53 hunebedden.

Langeafstandswandeling
Een wandelboek langs alle Drentse hunebedden en vooruit, dat Groningse hunebed van Noordlaren pikken we ook nog wel even mee. Vreemd genoeg was dat boek er nog niet, maar als je maar lang genoeg broedt en de juiste vaklui in de arm neemt dan komt het ei vanzelf een keer uit. Dat gebeurt op dinsdag 24 mei, de dag waarop De Loop langs de Hunebedden wordt gepresenteerd in het Hunebedmuseum in Borger. Waar anders?
Het oer-Drentse ei schittert in de voorjaarszon. Een langeafstandswandeling van 309 kilometer slingert zich door alle pagina’s en illustraties. Schrik niet, het lint door Drenthe is opgeknipt in negentien wandeletappes. De eerste wandeling begint bij het Drents Museum, de laatste wandeling eindigt daar ook. Wie het vertrouwde Drenthepad nu wel kent, kan beginnen aan een nieuwe uitdaging.
Bij voorbaat een advies aan de kilometervreters. Denk niet in afstanden, probeer ze niet zo rap mogelijk af te leggen. Het mag, en de loopverslaafden die trainen voor de Vierdaagse van Nijmegen en andere loopevenementen zullen de verleiding niet kunnen weerstaan. Maar zij racen wel voorbij aan de ziel van Drenthe.

Drents oergevoel
Zij missen het Drentse oergevoel dat op al deze routes via de voeten opstijgt naar hoofd en hart. De negentien etappes leiden niet alleen langs hunebedden, maar brengen wandelaars op plekken waar de prehistorie uit de bodem dampt. Grafheuvels doemen op, archeologische rijkdommen worden zichtbaar en ook niet verkeerd: de wandelaars sjouwen door de nationale parken van de Drentsche Aa, het Dwingelderveld, het Drents-Friese Wold en het Fochteloërveen. Routeuitzetter Roelof Huisman kan er wat van en de medewerking van provinciaal archeoloog Wijnand van der Sande en natuurfotograaf Hans Dekker is alom zichtbaar.
Vanzelfsprekend lopen de routes ook over de Hondsrug, dat dichtslibt van de hunebedden, en door het Holtingerveld rond Havelte, een van de rijkste archeolgische gebieden van Nederland. ,,Heel veel kilometers lopen over onverharde wegen’’, vertelt schrijver Bertus Boivin. ,,Zo min mogelijk asfalt, zo weinig mogelijk verkeer.’’

Elk hunebed z'n eigen pagina
Eric van der Bilt liep al jaren rond met het idee, de met de Stichting Het Drentse Landschap vergroeide directeur die op donderdag 26 mei afscheid neemt. Maar dat is weer een ander verhaal. Boivin en Van der Bilt, beide heren kennen elkaar door en door. Al twintig jaar leggen ze in de zomer, herfst, winter en voorjaar een traject af in een gebied van Het Drentse Landschap. Daar schrijven ze over in elk kwartaalblad van de stichting, compleet met kaartje erbij. Boivin: ,,Voor Eric zijn die wandelingen een uitje waarop hij lekker buiten is. Als directeur wordt hij steeds meer opgeslokt door vergaderingen met alles en iedereen.’’
De Loop langs de Hunebedden zit boordevol historische informatie, foto’s, pentekeningen en natuurafbeeldingen. Elk hunebed heeft zijn eigen pagina. ,,Als tekstschrijver was ik even bang om te veel in herhalingen te vallen’’, illustreert Boivin. ,,Het gaat wel om 53 hunebedden in Drenthe (en eentje in Groningen).’’ Allemaal genummerd, met hun eigen D(renthe)-nummer, en daar mag Drenthe de befaamde archeoloog Albert Egges van Giffen dankbaar voor zijn (zie inzet).

Geschiedenis
Elk hunebed heeft zijn eigen geschiedenis, onder elke zwerfkei zitten sappige verhalen. Zomaar een hunebed, dat van Gasteren. Des duvelse kolse typeerde de Groninger Sicke Benninge de zwerfkeien. In 1547 sprak de Vlaming Antonius Schonhovius over Daemonis Cunni of in gewoon Nederlands Duvels Kut. Een altaar waarop Germanen mensenoffers brachten, althans volgens onze Antonius.
Het wandelboek toont veel oude prenten en oude foto’s van de hunebedden. Ze laten zien hoe het landschap rondom enorm is veranderd. Vroeger lagen hunebedden veelal in verlaten landschappen. Nu zijn ze omgeven door bossen. Of veel erger: staan ze ingeklemd in woonwijken of zijn ontheiligd door alle rotzooi eromheen.

Betere zorg
Trechterbekers vormen het type aardewerk dat overal werd gevonden in de grafkelders van West- en Midden-Europa. ,,Trechterbekercultuur wordt pedaalemmercultuur’’, sprak ooit de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Kinderen willen klauteren op hunebedden, dat spreekt voor zich, maar de opeenhoping van plastic troep rond de megalithische monumenten is van een geheel andere orde.
Ach, vergeef me, het is een cri de coeur van de verslaggever. De zorg voor het prehistorisch erfgoed wordt beter en dit wandelboekwerk draagt daar zeker toe bij. De hunebedden vormen de stapstenen en verdienen bescherming, zoals de drost en gedeputeerden van Drenthe al in 1734 de ‘Ordre tegen het vervoeren van Veltstenen’ uitschreven. ,,Die allenthalven als waardige monumenten en van ouds beroemde gedenkteekenen behoorden geconserveert te worden.’’
De paden op, de lanen in, van hunebed D1 naar D54, met de D van Drenthe, en vooruit, de D van Distant Smile, dat bluesnummer van Cuby and the Blizzards dat soepel invoegt in het oergevoel van Drenthe.
 
Van Assen naar Gasteren
Elk van de negentien hunebedetappes door Drenthe beslaat zo’n zeven rijk geïllustreerde pagina’s in het wandelboek. De eerste etappe begint bij het Drents Museum in Assen en eindigt (18,5 kilometer verderop) bij de brink van Gasteren. Routebeschrijving en kaartje nemen de wandelaar bij de hand. Onderweg krijgt hij informatie over het Deurzerdiep, Kampsheide, het Balloërveld en van de Rolder ‘hunebedtweeling’.
(Tekening van Rolder hunebed D18, een tekening van de Asser schilder Hein Kray. Op de achtergrond de middeleeuwse Jacobskerk.)

Het wandelboek
Het boek De Loop langs de Hunebedden wordt dinsdag 24 mei gepresenteerd in het Hunebedmuseum in Borger. Tineke Zweers-Van Giffen krijgt het eerste exemplaar. Zij is de kleindochter van Albert Egges van Giffen, onder meer samensteller van de monumentale atlas De hunebedden in Nederland (1928).
Het boek is het vierde deel in de serie De Loop van...


Eerder maakte Bertus Boivin al de boeken De loop van Reest, De loop van de Drentsche Aa en De loop van het Oude Diep, alle in opdracht van Stichting Het Drentse Landschap.

De Loop langs de Hunebedden (13,50 euro) is vanaf 25 mei verkrijgbaar in de winkels of via de site van Het Drentse Landschap. Het bevat negentien etappes en uitgestippelde routes langs alle hunebedden en tal van historische, landschappelijke, archeologische en cultuurhistorische bijzonderheden.

De 55 hunebedden van Van Giffen
Zonder prof.dr. Albert Egges van Giffen zou Drenthe minder hunebedden tellen dan nu het geval is. In 1928 publiceerde hij een monumentale atlas van 55 hunebedden. De Drentse hunebedden nummerde hij van D1 (Steenbergen) tot D54 (Havelterberg). Het hunebed in het Groningse Noordlaren kreeg het nummer G1. In De Loop van de Hunebedden komen ‘slechts’ 53 hunebedden voorbij. Hunebed D33 bij Valthe gebruikte Van Giffen om hunebed D49 bij Schoonoord (’Papeloze Kerk’) te restaureren. Hunebed D48 bij Noordbarge was niet meer dan één joekel van een steen.
Van Giffen (in 1888 geboren als zoon van een hervormde dominee) groeide op in Diever. Daar ligt hij ook begraven op zijn toenmalige landgoed De Heezeberg. Van Giffen (die in 1973 overleed) maakte naam als bodemonderzoeker van Drenthe en Groningen. Hij leidde opgravingen van wierden in Groningen en onderzocht en inventariseerde de hunebedden van Drenthe. Hij redde in de Tweede Wereldoorlog de hunebedden van Havelte door ze ondergronds te brengen als bescherming tegen de bombardementen van de geallieerden op het vliegveld van Havelte.
Van Giffen was ook de oprichter van het Biologisch Archeologisch Instituut van Groningen.


Afb. boven: Het Rolder hunebed D18, tekening van de Asser schilder Hein Kray 1901-1995. 
Afb. onder: Foto met daarop Tineke en haar grootvader Albert Egges van Giffen.


Excursie het Hijkerveld en Smilde naar grafheuvels, Celtic fields en veenbrug zeer geslaagd!

Op zaterdag 30 april j.l. heeft gids Roelof Matien een dagexcursie gegeven aan een enthousiaste groep DPV leden.

Vanaf ‘t Hoalerhoes in Hooghalen werd de ochtendwandeling over het Landgoed Hooghalen ingezet. Al direct bij aankomst bij het landgoed ontwaarde zich een grote grafheuvel hier op de rand van het landgoed ligt. Het fraai gelegen Hertenhuisje is als overblijfsel van een heus wildparkje nu als vakantieverblijf bij toeristen erg in trek. Voorbij ‘t Hertenhuisje liggen vele grafheuvels en oude karrensporen. Het gebied is een waar archeologisch domein waar grote oppervlakten zijn “bedekt” met verdwenen raatakkers of wel Celtic fields.   
Na de Lunch ….. werd Smilde aangedaan om daar een bezoek te brengen aan het noordelijk van de weg gelegen Hardersbos en het Kyllotsbos aan de zuidzijde. Bij het bosje daar tussenin bevindt zich de veenbrug-reconstructie.

Met een vakkundig boeiende en interessante presentatie en kleurrijke anekdotes wist Roelof Matien deze excursie tot een feest te maken.

Hieronder een impressie van de excursiedag. De foto’s zijn gemaakt door Evert Jan Stokking.

 






DPV Nieuwsbrief van mei is verschenen

Zie bij de bijlagen, rechts.

FRED VAN DEN BEEMT ERELID VAN DE DPV

Op de ledenvergadering van de DPV op 23 april werd Fred van den Beemt bij acclamatie  benoemd tot erelid van De Drentse Prehistorische Vereniging.
 
De voorzitter sprak: Al heel veel jaren is Fred actie geweest in de Nederlandse archeologie. Er is geen archeologische organisatie te verzinnen waar hij niet actief geweest is als bestuurslid. Het is niet mogelijk een compleet overzicht te geven van al zijn activiteiten in dienst van de archeologie. Heel erg veel clubs en musea hebben geprofiteerd van een stevige bijdrage van zijn hand.
.
We roemen  een aantal van zijn kwaliteiten. Hij is een uitstekend organisator. Hij is een noeste werker die altijd zegt: “dat doe ik wel even”. Hij slaat bruggen tussen amateur- en beroepsarcheologen. Hij het geweten van de DPV.  De gouden regels voor de amateurarcheoloog zijn mede dankzij hem tot stand gekomen.  
 
In zijn dankwoord beschrijft Fred hoe van Giffen bij zjn ouders aan de keukentafel hem enthousiast maakte voor de archeologie. Hij wijst er ook op dat de DPV niet allen de oudste Nederlandse vereniging voor archeologie is, maar ook de enige die consequent een programma van lezingen en excursies brengt.

Tekst: Wicher Jansen, Foto: Evert Jan Stokking


Archeoloog wil boren naar botresten van Neanderthalers bij Assen

Bron: RTV Drenthe 8 april 2016 - http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/107774/Archeoloog-wil-boren-naar-botresten-van-Neanderthalers-bij-Assen

Al negen jaar kunnen ze de exacte locatie geheim houden voor het grote publiek: de opgravingsplek bij Assen. Archeoloog Marcel Niekus is verbaasd, maar is er zeker blij mee.

"Het liefst zouden we zeggen waar het ligt, om het mensen te laten zien. Maar het levert ongewenst bezoek op. Dus we hebben ervoor gekozen de locatie stil te houden. De landeigenaar wil het ook nog liever onder de pet houden", legt Niekus uit.

Neanderthalers
In 2007 ontdekte een groep wetenschappers bij Assen een kampement van Neanderthalers. "We vermoeden dat die 50.000 jaar oud is. De Neanderthalers waren nomaden, ze gingen van plek naar plek. Hier zullen ze op dieren hebben gejaagd en deze hebben geslacht. Het was dus een soort tijdelijk slachtkamp", aldus de archeoloog.

Mammoet slachten
Op de plek werden veel vuistbijlen gevonden. "Dat is het klassieke slachtgereedschap van de Neanderthaler. We gaan er dus vanuit dat hier dieren geslacht zijn, want we hebben ook een aantal vuistbijlen gevonden waar de top vanaf is gebroken. Daar kunnen we uit concluderen dat ze ook echt gebruikt zijn bij het slachten", legt Niekus uit. "We hebben helaas geen botten gevonden, maar we vermoeden dat ze jaagden op rendieren en mammoeten."

 


Symposium "De Poorte van Drenth" - een impressie

Op zaterdag 9 april vond in Theater Hofpoort te Coevorden een dag over archeologie, historie en landschapsgeschiedenis,  over Coevorden en Zuidoost-Drenthe, plaats.
 
Een 100-tal geïnteresseerden namen deel aan het gezamenlijk symposium van de Drentse Historische Vereniging en de Drents Prehistorische Vereniging.  De organisaties hebben op deze dag laten zien hoe historie, archeologie en landschapsgeschiedenis elkaar kunnen versterken.  Daarin stonden Coevorden en Zuidoost-Drenthe centraal.





Een impressie van het symposium. Foto's: Evert Jan Stokking

Celtic Fields…….

Zijn dit resten van een Romeinse legerplaats... ...of akkers?

Door: Theo Toebosch NRC 5 maart 2016
http://www.nrc.nl/handelsblad/2016/03/05/zijn-dit-resten-van-een-romeinse-legerplaats-1595370

Archeologie In het noordoosten van Nederland kun je ze vanuit de lucht zien: raatakkers. Oeroude, rechthoekige velden met wallen er omheen.
Ze waren lang een raadsel, maar archeologen beginnen er iets van te begrijpen.
   
Er schijnt nieuw licht over de ‘Celtic fields’, de raadselachtige raatvormige akkers die dateren uit de prehistorie en waarvan er in Nederland nog honderden te vinden zijn.
 
Vooral in Noordoost-Nederland, de Veluwe en de Kempen zijn nog duizenden hectares grond die opgedeeld lijken te zijn in reusachtige schaakborden. Vanaf de grond zijn ze vaak moeilijk te herkennen, maar vanuit de lucht is goed te zien hoe vrijwel vierkante vlakken omgeven zijn door wallen, die soms enkele meters breed zijn. De afgelopen drieënhalve eeuw zijn niet meer dan tien celtic fields onderzocht, en ook nog maar voor een klein deel. Mede daarom is het niet vreemd dat onderzoekers nog steeds niet echt weten waarom en wanneer de akkers werden aangelegd.
 
Maar er zit beweging in de zaak. Archeoloog Stijn Arnoldussen van de Rijksuniversiteit Groningen is sinds 2010 bezig met uitgebreid onderzoek naar het prehistorische akkerbouwsysteem. In dat kader heeft hij afgelopen zomer bij Someren een bijzondere vondst gedaan: ploegsporen in de velden én op de wallen.
 
Verder komen twee oudgedienden, emerita Willy Groenman-Waateringe, tot 1998 hoogleraar ecologische prehistorie aan de Universiteit van Amsterdam, en paleo-ecoloog Bas van Geel, als 68-jarige nog steeds werkzaam aan dezelfde universiteit, in het tijdschrift Environmental Archaeology met een nieuwe hypothese: de aanleg van de Celtic fields hangt samen met een ingrijpende klimaatverandering rond 850 voor Christus. Verder is er niet op de velden, maar juist op de wallen geakkerd. Voer voor discussie, weten ze.
 
In 1660 beschouwde een predikant en historicus uit Coevorden de velden die hij in Drenthe aantrof nog als kampementen van rondtrekkende Sueben. In de achttiende eeuw werden ze in verband gebracht met de Romeinen. Zelfs tot begin vorige eeuw stonden ze op topografische kaarten vermeld als Romeinse legerplaatsen. In 1923 stelden Engelse archeologen dat de velden, die in heel Noord-West Europa voorkomen, verkavelde akkervelden geweest moesten zijn; ze noemden ze Celtic fields, omdat het verkavelingsysteem een Keltische vinding zou zijn. Hoewel intussen vast staat dat ze niets met Kelten te maken hebben wordt de term nog steeds gebruikt.
 
‘Geen verstand van akkerbouw’
 
Volgens Albert Egges van Giffen (1884-1973), indertijd een van de meest vooraanstaande archeologen van Europa, waren de scheidingswallen gevormd door het opwerpen van de uitgeputte bovenste laag van de akkertjes. „Van Giffen had duidelijk geen verstand van akkerbouw,” zegt Groenman-van Waateringe. „Anders had hij geweten dat je zo de humuslaag, de beste laag, weghaalt.”
 
Zelf liep ze al een tijd rond met het idee dat het systeem anders in elkaar zat dan iedereen dacht. „Ik kwam op het idee door de lazy beds in Ierland. In de achttiende en negentiende eeuw teelden de Ieren aardappelen op langgerekte bedden aarde, die ze hadden opgeworpen van aan weerszijden gestoken plaggen. De opgehoogde bedden, waarvan de resten in het landschap nog zichtbaar zijn, zorgden voor een goede afwatering; hun naam, die ze van de Engelsen kregen, dankten ze aan het feit dat er niet gespit hoefde te worden.” Vier jaar geleden stelde ze op basis van de resultaten van pollenanalyses al vast dat in de vroege Middeleeuwen rogge op de wallen van de raatakkers was verbouwd. „Maar het was lastig om te bewijzen dat ze oorspronkelijk ook voor akkerbouw bedoeld waren.”
 
Tot ze een tijdje terug in gesprek raakte met Van Geel. „Zijn onderzoek naar klimaatveranderingen in het verleden, met name de vernatting aan het begin van de IJzertijd paste precies.”
 
„Door verminderde zonneactiviteit werd het rond 850 voor Christus in Europa plotseling kouder en natter,” legt Van Geel uit. „Dat moet voor de boeren van die tijd problemen hebben opgeleverd. Maar een crisis maakt vaak ook vernuftig. Met de aanleg van opgehoogde akkerbedden werden problemen opgelost. Door gebruik te maken van de humus uit de lage delen van een Celtic field was de grond op de wallen vruchtbaarder. Verder was er nu een goede afwatering en de ophoging zorgde er ook voor dat de gewassen beter tegen nachtvorst waren beschermd, omdat de temperatuur op de bedden enkele graden hoger was.”
 
Datering is een probleem
 
Uit eerder onderzoek in Noord-Duitsland is gebleken dat op de wallen het fosfaatgehalte het hoogst is, voegen de twee onderzoekers toe. „Dat duidt op bemesting. Maar precieze datering van de wallen is een probleem. Dat blijkt uit het feit dat de weinige beschikbare dateringen uiteenlopen van de Midden Bronstijd (1800-1100 v. Chr.) tot de Romeinse tijd (eerste eeuw v. Chr.). In Denemarken is zelfs een datering uit de Midden Steentijd.”
 
Arnoldussen is er niet van overtuigd dat het ontstaan van de celtic fields samenhangt met de klimaatverandering van 850 voor Christus. „Mijn dateringen van de Celtic fields van Zeijen, Wekerom en Someren wijzen op een begin rond 1300 voor Christus. Het is een langzaam proces geweest. Eerst heeft men plaggen gestoken, daarna zijn die in een stal bemest en uiteindelijk zijn ze op het land teruggebracht. De wallen zijn ontstaan door het uittrekken en terzijde gooien van akkeronkruiden met aanhangende grond.”
 
Arnoldussen blijft er dus bij dat er in de velden en niet op de wallen is geakkerd. „Groenman en Van Geel baseren zich op beperkt fosfaatonderzoek. Uit mijn uitgebreidere onderzoek blijkt dat het fosfaatgehalte in grond die mensen niet bewerkt hebben groter is; het fosfaatgehalte zegt dus niets over bemesting.”
 
Nog belangrijker acht hij zijn vondst van afgelopen zomer bij Someren. „In een veld heb ik een goede stratigrafie met ploegsporen gevonden.”
 
Op de wallen heeft hij echter ook ploegsporen gevonden. „Maar die krassen van eergetouwen lopen diagonaal en niet in de richting van de velden en de wallen. Ze wijzen op het kapot trekken van wortels en het na braakperioden schoonmaken van de wallen.”
 
Groenman-van Waateringe ziet maar één manier om de zaak echt op te lossen: „Een veld helemaal opgraven en op heel veel plekken dateringen doen.”


Jubileumboek Vuursteen Verzameld

Op zaterdag 6 februari vond in Leiden de zesentwintigste editie van de Steentijddag plaats. Het was een gevarieerde dag met interessante steentijd-onderzoeken en de presentatie van het jubileumboek “Vuursteen verzameld”.
Na twee jaar hard werken is er een nieuw boek over de steentijd verschenen. Het boek telt maar liefst 90 hoofdstukken en 61 auteurs hebben er aan meegewerkt! Een imposant overzicht van de steentijdarcheologie, met veel aandacht voor vuursteen. Het boek bevat een inleiding met praktische, methodologische en theoretische achtergronden van het onderzoek naar de steentijd en vuursteen in het bijzonder.

De kern van het boek wordt gevormd door een techno-typologische 'veldgids' waarmee elke liefhebber, amateur of vakgenoot voorlopig beslagen ten ijs zal komen. Het derde deel brengt u op de hoogte van de afgelopen 10 jaar steentijdonderzoek die er hebben plaatsgevonden. En ja…dit mag niet ontbreken in uw boekenkast.

Het boek is te bestellen  om een bedrag van 41,95 euro, inclusief verzendkosten over te maken op bankrekeningnummer NL81INGB0008987358 t.n.v. M.F. van Oorsouw inzake Steentijddag, Amsterdam onder vermelding van ‘Vuursteen verzameld’
U stuurt u vervolgens uw adresgegevens naar dit emailadres: steentyd@xs4all.nl

Zie voor nadere toelichting de Fleyer "Vuursteen Verzameld", in de rechter kolom van dit bericht.


 “Dag van de Noord-Nederlandse Archeologie” op 19 maart 2016

Op zaterdag 19 maart 2016 organiseren de archeologische verenigingen in Noord-Nederland samen met Tresoar te Leeuwarden voor de derde keer de Dag van de Noord-Nederlandse Archeologie. De dag zal worden gehouden in de locatie van Tresoar,  Boterhoek 1, 8911 DH Leeuwarden.
De archeologiedag begint om 10.30 uur. Iedereen die meer wil weten over de geschiedenis van Noord-Nederland, over het werk van archeologen of vondsten wil laten determineren is voor deze dag van harte uitgenodigd. Kortom een informatieve dag waarbij voldoende gelegenheid is om veel kennis op te doen en contacten te leggen.
 
Naast informatiestands zullen presentaties worden gehouden over actuele onderwerpen, die vooral betrekking hebben op onderzoeken of projecten van de organiserende verenigingen. Zij geven stuk voor stuk interessante informatie voor iedereen die zich bezighoudt de geschiedenis van stad en ommelanden.
Op de dag worden niet alleen vondsten getoond, ze kunnen ook worden gedetermineerd.  
Het programma van de dag volgt in februari 2016.

De dag van de Noord-Nederlandse Archeologie wordt georganiseerd door:

Tresoar (Prov. Archief Friesland)
Argeologysk Wurkferbân fan de Fryske Akademy
AWN – Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie
DPV - Drents Prehistorische Vereniging
Vereniging voor Terpenonderzoek

Noteer de datum in uw agenda! - Zaterdag 19 maart 2016 in Tresoar in Leeuwarden. 



Zaterdag 23 april DPV Ledendag te Rolde

Locatie: Stationsstraat 14 te Rolde tel 0592 241 271. Het stationskoffiehuis is goed bereikbaar, ook per bus of
treintaxi. De ledenvergadering is vrij toegankelijk. 
Het programma volgt binnenkort.


Vereniging voor Terpenonderzoek dit jaar 100 jaar!


In kader van het jubileum is er van 20 februari tot en met 6 maart in het Natuurmuseum Fryslân (Schoenmakersperk 2, Leeuwarden) de tentoonstelling Help pake en beppe de terp op! te zien. 

De tentoonstelling wordt mede georganiseerd in het kader van ons jubileum. Het doel van de tentoonstelling is jong en oud te laten kennis maken met het leven op de terpen in de terpentijd. http://www.natuurmuseumfryslan.nl/voorjaarsvakantie-help-pake-en-beppe-de-terp-op/


Gratis e-magazine Hunebedcentrum -  www.hunebednieuwscafe.nl

Het Hunebedcentrum heeft sinds maart 2015 een eigen e-magazine. Er zijn intussen al bijna 100 artikelen op geplaatst. Het is beschikbaar via de pc en laptop, maar ook via de tablet en de smartphone. Het is bedoeld voor iedereen die meer wil weten of gewoon nieuwsgierig is naar onderwerpen als hunebedden, prehistorie, ijstijden, Hondsrug of aanverwante thema’s.
 
Het is op een speelse manier opgezet, met teksten, foto’s en filmpjes. Er zijn een aantal vaste auteurs met hun eigen specialisatie maar ook mensen die eenmalig een artikel plaatsen. De meeste auteurs komen uit Nederland maar er is ook iemand uit Duitsland en in de toekomst ook uit andere landen. Er zijn dan ook artikelen in meerdere talen.
 
Het e-magazine is gratis en is te vinden door op www.hunebednieuwscafe.nl te klikken. Telkens als er een nieuw artikel verschijnt laten we dat weten door een bericht te sturen via facebook en twitter. Het is ook mogelijk om een gratis abonnement te nemen.
 
Het Hunebednieuwscafe is nu nog uitsluitend een e-magazine maar in de nabije toekomst worden er ook fysieke activiteiten aan gekoppeld zoals lezingen, cursussen en workshops.


Culturele ANBI voor het Wetenschappelijk Fonds van de DPV

Het Wetenschappelijk Fonds van de DPV is door de Belastingdienst aangemerkt als een Cultureel Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI).
 
Deze Anbi-status houdt in dat het Wetenschappelijk Fonds van de DPV geen schenkings- en /of successierecht hoeft te betalen over de schenkingen en nalatenschappen die we ontvangen. Het volledig geschonken bedrag gaat naar het archeologisch wetenschappelijk onderzoek, publicaties en andere vormen van onderzoek in relatie tot de doelstellingen van de Stichting Wetenschappelijk Fonds. Zie daarvoor bij “Wetenschappelijk Fonds – ANBI” op deze website.
 
Voor u betekent het dat uw gift aan het Wetenschappelijk Fonds van de DPV aftrekbaar is voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting (uiteraard binnen de daarvoor geldende regels, zie voor meer informatie ook Schenken met belastingvoordeel.


De Nieuwe Drentse Volksalmanak 2015 is verschenen

De Nieuwe Drentse Volksalmanak 2015 is maandagmiddag 14 december in Schoonoord gepresenteerd. Gedeputeerde Ard van der Tuuk nam het eerste exemplaar van het boek met geschiedkundige en archeologische artikelen in ontvangst.
De verhalen zijn opgetekend door verschillende auteurs die elk zelf onderzoek hebben gedaan naar de Drentse geschiedenis. Dat zijn professionele- en amateurhistorici.
De presentatie van het boek was in Schoonebeek, vanwege een van de artikelen in het boek. Dat gaat over de datering van gebouwen in het dorp op basis van jaarringen in gebinten, de houten draagconstructies van een gebouw.
De reeks almanakken is eind negentiende eeuw van start gegaan. Het nieuwste boek is editie 132. Volgens eindredacteur Vincent van Vilsteren is de grootste ontwikkeling die de almanak door de jaren heen heeft doorgemaakt, dat er tegenwoordig veel kleurrijke illustraties in staan.

Zie voor reportage van RTVDrenthe: www.rtvdrenthe.nl/nieuws/103339/132e-Nieuwe-Volksalmanak-gepubliceerd


Museumstukken rapen in Duitsland


Museumstukken rapen in Duitsland kopte het Dagblad van het Noorden op dinsdag 1 
december. Drentse en Groningse specialisten op het gebied van Neanderthaler- voorwerpen hebben in Duitsland een kampement van van deze mensen gevonden die dateert tussen 80.000 en 30.000 jaar geleden. Zij deden deze vondsten in de buurt van de Deense grens. Duitse archeologen hadden de hulp ingeroepen van Jaap Beuker van het Drents Museum en specialist op het gebied van de vuurstenen Nederthalergereedschappen.
Jaap Beuker vertelt in het DvhN dat de vondsten van de vindplaats in veel opzichten
identiek zijn aan de vondsten die te noorden van Assen zijn gevonden.  









Geopark De Hondsrug, is blij met de Unesco-status 

Bron: RTV Drenthe, Woensdag 19 november 2015

Cathrien Posthumus, manager van Geopark De Hondsrug, is blij met de Unesco-status die het park heeft gekregen. Dit zei Cathrien gisteren bij RTV Drenthe.
 
Dinsdag werd bekend dat Geopark De Hondsrug zich vanaf volgend jaar Unesco Global Geopark mag noemen.
 
Meer mensen trekken
"Unesco staat voor kwaliteit", zegt Posthumus. "Door middel van dat Unesco-logo hopen wij dat meer mensen interesse krijgen in het gebied en dat meer mensen van buitenaf het gebied komen bezoeken."
 
Het park wil ervoor zorgen dat de bezoeker de Hondsrug op meerdere manieren beleeft. "Daar kunnen we nog een slag in maken. We willen wat meer safari's ontwikkelen. Het zijn een soort dagarrangementen, waarbij je bijvoorbeeld met een kano op zoek gaat naar beversporen. We willen een beetje spannende dingen voor elkaar krijgen."
 
Geen geld van Unesco
Unesco geeft het park geen geld. "Daar hebben ze de middelen niet voor en dat is in hun visie ook niet nodig", vertelt Posthumus. "Het logo dat je mag gebruiken geeft al zo veel economische impulsen aan een gebied, dat je het op eigen kracht wel kunt."
 
De Hondsrug
Het Geopark vertelt het verhaal van het Hondsruggebied tussen Groningen en Coevorden. "Het gebied wordt gekenmerkt door die unieke ruggen in het landschap", geeft Posthumus aan.
 
"Het is ontstaan in de een-na-laatste ijstijd. Er was een rivier van ijs die de Hondsrug heeft gekneed en gevormd", legt Posthumus uit. "Op die ruggen kon je later hoog en droog wonen. Daarom is er ook een schat aan archeologie en dat maakt ons ook echt uniek. Bijna alle hunebedden staan ook op die Hondsrug."


Meisje van Yde zoekt tandjes 

De kans is erg klein, maar Het Drents Museum gaat proberen om de tanden van het Meisje van Yde terug te vinden.
Het bekendste veenlijk van Nederland had nog een compleet gebit toen het bij Yde werd gevonden in mei 1897, maar heeft sindsdien nog maar één tand over.

Kleine kans
"Misschien zijn ze verloren gegaan, misschien heeft iemand ze indertijd meegenomen uit nieuwsgierigheid of als souvenir en zijn ze nog ergens bewaard", zegt conservator archeologie Vincent van Vilsteren. De kans dat de tanden na bijna 120 jaar alsnog boven water komen, acht hij klein. "Maar je weet het nooit. Je ziet wel vaker dat er ook na lange tijd toch nog voorwerpen opduiken."

Volgens museumdirecteur Annabelle Birnie heeft de zoektocht ook een onderliggende boodschap. "We willen mensen bewuster maken als ze een archeologische vondst doen."

Gestraft of geofferd
Het 1,40 meter lange Meisje van Yde is waarschijnlijk rond het begin van de jaartelling gestorven toen ze zestien jaar was. Haar dood was gewelddadig: ze is gestraft of geofferd. Het veenlijkje werd vooral bekend door de reconstructie van het gezicht in de jaren negentig.

Presentatie van de publicatie Excavations at Dorestad 4

Tussen 1967 en 1977 vonden er bij Wijk bij Duurstede grootschalige opgravingen plaats naar de middeleeuwse handelsplaats Dorestad. Dit was de grootste en belangrijkste opgraving die ooit in Nederland heeft plaats gevonden! Dorestad was een van de belangrijkste en succesvolste internationale handelsplaatsen in Noordwest-Europa van het einde van de 7de tot het midden van de 9de eeuw. De voltooiing van de rapportage van de opgraving heeft lang op zich laten wachten, maar nu was het dan zover. Nadat er in 1980 en 2009 al opgravingsrapporten verschenen is nu ook het laatste deel afgerond.
 
Op 10 november werd het eerste exemplaar van Excavations at Dorestad 4, overhandigd aan de auteurs de heer prof. dr. W.A. van Es, voormalig directeur Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) en de heer dr. W.J.H. Verwers, oud-wetenschappelijk onderzoeker bij de ROB. Het 2-delige boekwerk werd aan Wim van Es (lid van de DPV) en Pim Verwers uitgereikt door prof. dr. Jos Bazelmans, directielid van Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, waarin de voormalige ROB is opgegaan) in Amersfoort. ‘Pim en Wim’ kregen alle lof toegezwaaid omdat zij na hun pensionering nog jarenlang zijn doorgegaan met de uitwerking van de opgravingsresultaten.
 
Voorafgaand aan de presentatie waren er drie lezingen met als thema: Dorestad: verleden, heden en toekomst. Aan de in Dorestad gedane vondsten vindt nog steeds onderzoek plaats. Zo bestudeert dr. R. Panhuijsen met moderne technieken als het isotopenonderzoek de skeletten die op de grafvelden van Dorestad zijn opgegraven. Veel andere studies van deelgebieden zullen ongetwijfeld volgen.

  
 
Bij de foto: Jos Bazelmans overhandigt de eerste exemplaren van Excavations at Dorestad 4 aan Pim Verwers (links) en Wim van Es (Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)


Lezingenreeks over het bijzondere verhaal over De Hondsrug

In januari  2016 gaat vanaf dinsdag 12 januari 2016 Geopark De Hondsrug in Noordlaren van start met een Geopark -lezingenreeks over het bijzondere verhaal van het Hondsruggebied.
Sinds september 2015 maken de gemeente Haren en een gedeelte van de gemeente Groningen deel uit van Geopark de Hondsrug. Daarom hebben wij gekozen voor een lezinglocatie in dit gebied.
 
De lezingenreeks over het bijzondere verhaal van het Hondsruggebied wordt gegeven in De Hoeksteen, Lageweg 45a in Noordlaren
 
Onder leiding van inspirerende docenten komt u, in een serie van acht lezingen, alles te weten over de unieke ontstaansgeschiedenis en cultuurhistorie  van het Hondsruggebied.
Vanaf september jl. maken ook  de gemeente Haren en de gemeente Groningen deel  uit van Geopark de Hondsrug. Voor deze inwoners is het volgen van de lezingen een leuke manier om hier meer over te weten te komen.  Maar ook voor andere geïnteresseerden  is het  volgen van de reeks absoluut een aanrader!
 
De lezingenreeks wordt afgesloten met busexcursie die u meeneemt naar de prachtige Hotspots
van Geopark de Hondsrug.
 
Zaal open: 19.00 uur      Aanvang lezing 19.30 uur- 21.30 uur
 
Dinsdag 12 januari 2016               IJstijden
Dinsdag 19 januari 2016               Archeologie
Dinsdag 26 januari 2016               Veen
Dinsdag 2 februari 2016               Boeren
Dinsdag 9 februari 2016               Natuur
Dinsdag 16 februari 2016             Kunst
Dinsdag 23 februari  2016           Sporen van strijd
Dinsdag 1 maart 2016                 Tweede Wereldoorlog
Zaterdag 12 maart 2016              Excursie door het Hondsruggebied
 
•             De kosten voor de gehele lezingenserie inclusief excursie bedragen  € 60,--
•             U kunt zich ook aanmelden voor  één  of meerdere lezingen. € 5,-- per lezing / excursie € 25,--* U krijgt een nota toegezonden- opgave = betalen
 
Kijk voor meer informatie over de lezing en inschrijving: http://www.geoparkdehondsrug.nl/nl/p/geopark/academie/
 
Als u niet in de gelegenheid bent te e-mailen dan is opgave ook  mogelijk via tel.  06 51 47 46 50
(tijdens kantooruren).


Een 17 meter lange terpboerderij

De reconstructie van een vroegmiddeleeuws zodenhuis in Firdgum is geopend voor publiek. Vrijdag werd het zodenhuis officieel geopend door gedeputeerde Kramer van de provincie Fryslân. De bouw van deze bijzondere archeologische reconstructie is gecoördineerd door het Terpencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen.
 
Het project maakt deel uit van het promotieonderzoek van Daniël Postma naar bouwtradities in het Noord-Nederlands kustgebied. Postma presenteert vrijdag tevens zijn boek ‘Het zodenhuis van Firdgum – Middeleeuwse boerderijbouw in het Friese kustgebied tussen 400 en 1300’. Hierin wordt verslag gedaan van het ontwerp- en bouwproces van het zodenhuis en een nieuwe visie gepresenteerd op de bouwkundige ontwikkeling van de Noord-Nederlandse boerderij.
 
Terpboerderij
 
De gereconstrueerde terpboerderij vervangt het exemplaar dat in 2013 gedeeltelijk instortte na lekkage van het dak. Dankzij de inzet van vrijwilligers kon in 2014 worden begonnen met de herbouw van het zodenhuis. Afgelopen oktober zijn de laatste werkzaamheden aan het dak afgerond.
 
Kenmerkend voor het 17 meter lange stalgebouw is het gebruik van een bijna één meter dikke, dakdragende muur van op elkaar gestapelde zoden, zoals dat in de vijfde tot begin achtste eeuw gebruikelijk was in het terpengebied. Het is de eerste archeologische reconstructie met een boogvormige kapconstructie, een opvallend verschil met de rechthoekige gebinten in nog bestaande historische boerderijen.


Vooraankondiging Buitenlandexcursie 2016 naar Rügen

De traditionele buitenlandexcursie van de DPV gaat in 2016 naar de streek van Mecklenburg-Vorpommern in het noordoosten van Duitsland en speciaal naar het prachtige Oostzee-eiland Rügen. We verblijven op Rügen drie nachten in het aardige havenplaatsje Sassnitz, terwijl op de heen- en terugreis ter hoogte van Schwerin wordt overnacht.
 
Tijdens de reis zien we een afwisseling van veel verschillende soorten hunebedden, Slavische burchten, grafvelden, een kloosterruïne, een Slavisch tempelterrein op kaap Arkona, de locatie van een slagveld uit de Bronstijd en nog veel meer. Dit alles in een prachtig landschap. Er wordt gewandeld langs de krijtrotsen en een bezoek gebracht aan de Königstuhl, beroemd geworden door het schilderij van Friedrich.
 
Het volledige programma met het aanmeldingsformulier verschijnt in november/december op deze website en in de Spieker van december.
 
Periode: dinsdag 31 mei t/m zondag 5 juni 2016
Kosten: € 690 p.p. op basis van een 2-p. kamer; toeslag voor 1-p kamers € 67 of  € 90







Vermeldenswaard voor uw orientatie:


een website met gesproken teksten over enkele te bezoeken monumenten op Rügen

http://ruegenhoeren.jimdo.com/
 

een filmpje op youtube van de Steintanz te Boitin

https://www.youtube.com/watch?v=gygCKVuO0lQ


en informatie over de veldslag in het dal van de Tollense
https://de.wikipedia.org/wiki/Schlachtfeld_im_Tollensetal, die op haar beurt de links geeft naar de universiteit van Greifswald.



Swoertje wroet in vroeger - de grafheuvel

Swoertje Zwijn graaft zichzelf tot archeoloog en maakt met Rob de Das en Heer Edelhert een speelse ontdekkingstocht door de tijd. Professor Pier en zijn aantekeningen slaan een brug tussen feiten en fictie. Het kinderboek Swoertje wroet in vroeger - de grafheuvel vertelt het verhaal over Swoertje Zwijn, een zwijntje dat vriendjes wordt met een das. Samen gaan ze op zoek naar het verhaal achter de mooie spulletjes die Rob de Das in zijn woning heeft liggen. De woning blijkt namelijk een grafheuvel te zijn….
Het is het onderwerp van dit aanstekelijk plaatjes- en voorleesboek dat tegelijk  uitgebreid informatie geeft over de grafheuvel.  Het boek slaagt er door de combinatie van beeld en tekst in om een ingewikkeld historisch onderwerp op een speelse manier voor jonge kinderen (en hun ouders) toegankelijk te maken.
Het is daarom een lees - en voorleesboek voor jong en oud, gemaakt door archeoloog Masja Parlevliet en haar vader beeldend kunstenaar Nico Parlevliet.
 
Swoertje wroet in vroeger - de grafheuvel  is te bestellen in de boekhandel: ISBN 9089321241
Harde kaft. 40 pp. Zeer rijk geïllustreerd.
Uitgave van SPA,  uitgever van archeologische uitgaven, www.spa-uitgevers.nl


Prijs voor Drentse Neanderthalervondst

De Neanderthalervindplaats bij Assen heeft op een internationaal wetenschappelijk Neanderthalercongres in Gibraltar een prijs gewonnen, zo kopt het Dagblad van het Noorden.

De presentatie van de Drentse vindplaats won op de Calpe Conference 2015 de postercompetitie. In de jury die over de prijs oordeelde, zat onder anderen de beroemde Britse paleoantropoloog Chris Stringer.
Naast het bedrag van 1000 Britse pond is het internationale en nationale belang van de Drentse vindplaats bewezen.  De vindplaats heeft tot op heden zo’n 450 vuurstenen objecten opgeleverd, die 50.000 jaar geleden door Neanderthalers zijn bewerkt.
Volgens archeoloog Marcel Niekus is de prijs ook van belang voor het vervolgonderzoek op de betreffende akker, waar in 2007 de eerste vuistbijlen werden gevonden.
“Deze prijs is een grote eer” zegt Niekus. “En hij helpt zeker bij het werven van vondsten voor het vervolgonderzoek”.


Toch bijdrage rijk voor onderzoek archeologische vondsten Oosterdalfsen

Bron: RTV Oost ,  11 augustus 2015
http://www.rtvoost.nl/nieuws/default.aspx?cat=1&nid=223798


De gemeente Dalfsen krijgt toch een bijdrage van het rijk in het vervolgonderzoek naar de archeologische vondsten in Oosterdalfsen. Geen geld, maar wel kennisoverdracht en deskundige bijstand van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
Burgemeester en wethouders van Dalfsen betreuren het dat er geen financiële bijdrage wordt verstrekt. De vondsten uit de periode van de Trechterbekercultuur zijn namelijk van nationale en internationale betekenis. Maar het college is wel blij dat het rijk een inhoudelijke bijdrage heeft toegezegd.
"De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft aangegeven dat kennis en expertise van de RCE kan worden ingezet bij de analyse van de vondsten. Ook kan, voor de analyse van het materiaal, het laboratorium van de RCE worden gebruikt", aldus wethouder Agricola.
Daarnaast heeft minister Bussemaker de RCE gevraagd om te bekijken of het onderzoek in Dalfsen past in het programma Verbeteracties Archeologie. Mocht dit zo zijn, dan wordt Oosterdalfsen opgenomen in het programma. De gemeente ontvangt hier voor 1 november een bericht van  over.
Mini-expositie in gemeentehuis
Net als het rijk wil ook de provincie geen financiële bijdrage leveren aan de archeologische opgraving. Wel heeft de provincie een subsidie verstrekt voor het vertellen van het verhaal over de archeologische opgraving in Oosterdalfsen. In het kader daarvan heeft de gemeente Dalfsen in samenwerking met ADC - ArcheoProjecten, The Missing Link en de Historische Kring Dalfsen (HKD) een mini-expositie ontwikkeld.
In deze expositie is een selectie van de vondsten van het grootste grafveld van de Hunebedbouwers tentoongesteld. Ook wordt een fotoserie van de opgravingen met toelichting getoond. De expositie is tot en met zaterdag 12 september tijdens openingstijden te bekijken in het gemeentehuis van Dalfsen.

'Meer onderzoek naar eerste bewoners Dalfsen'

Bron: RTV Oost,  27 augustus 2015
http://www.rtvoost.nl/nieuws/default.aspx?nid=224946#prettyPhoto

 
Burgemeester Han Noten van Dalfsen is teleurgesteld in de houding van de provincie en het Rijk om geen bijdrage te leveren aan een verdiepend onderzoek van de archeologisch vondsten uit zijn dorp. Noten is van mening dat de vondsten niet in een archief moeten verdwijnen, maar toegankelijk moeten zijn voor het publiek.
Noten vindt ook dat verder onderzoek mogelijk moet worden gemaakt, zoals DNA-onderzoek. Dat moet antwoord geven op de vraag: 'Waar zijn deze mensen familie van?'
De achtergrond van de eerste bewoners moeten duidelijk in beeld worden gebracht: de gemeente Dalfsen heeft daar al 70.000 euro beschikbaar voor gesteld. "Is het soms niet belangrijk genoeg?", vroeg Noten zich af. Tot nu toe hebben al 1143 bezoekers de tentoonstelling in het gemeentehuis bezocht.
 
Foto: Grafveld uit de steentijd ontdekt in Dalfsen - Screenshot uit video gemeente Dalfsen
Zie voor filmimpressies: 

www.youtube.com/watch?v=NpJVRT-AOPQ

www.rtvdrenthe.nl/nieuws/95672/Veel-bezoekers-bij-open-dag-opgravingen-Dalfsen-Niet-alleen-maar-nerds-hier


Prehistorisch massagraf ontdekt in Duitsland

18 augustus 2015 

Bron: NU.nl/Dennis Rijnvis
 

Duitse wetenschappers hebben in de buurt bij Frankfurt één van de oudste massagraven ter wereld ontdekt.
Het gaat om een graf uit de Steentijd in de gemeente Schöneck-Kilianstädten, waarin de lichaamsresten van 26 mensen zijn aangetroffen.
De schedels en scheenbenen bevatten vele breuken en gaten die erop wijzen dat de begraven personen flink zijn toegetakeld vlak voor of na hun dood.
Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Mainz in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Jagerverzamelaars

De opgegraven menselijke resten zijn ongeveer 7.000 jaar oud. Volgens hoofdonderzoeker Christian Meyer is er nog nooit eerder zo'n groot massagraf ontdekt uit de prehistorie. "Het is voor het eerst dat we bijna alle inwoners van een dorp terugvinden in een graf met dit patroon van gebroken benen en schedels", verklaart hij op nieuwssite New Scientist.
 
De overledenen behoorden waarschijnlijk tot één van de eerste boerengemeenschappen die zich op een vaste plek vestigden. Daardoor raakten ze mogelijk vaker verzeild in oorlogen om land dan jagerverzamelaars die van plek naar plek trokken.
 
"Ze zaten in feite vast in hun nederzettingen en konden niet zo makkelijk ontsnappen aan rampen als droogte of ruzies met andere stammen", aldus Meyer. 

Terreur

De verwondingen aan de lichamen in het massagraf wijzen volgens wetenschappers op een grimmig conflict. Gezien de grootte van de botten, bestond de helft van de slachtoffers waarschijnlijk uit kinderen.
 
"Erg interessant is de mate van geweld", verklaart onafhankelijk onderzoekster Chris Scarre van de Universiteit van Durham in de New York Times. "Het systematisch breken van de onderbenen suggereert dat er een heftige vorm van terreur werd gebruikt bij dit conflict tussen gemeenschappen."
 
Hoofdonderzoeker Meyer benadrukt echter dat het onzeker is of de overledenen zijn gemarteld. "Het kan marteling zijn, maar ook mutilatie van de lichamen. We weten niet of de overledenen nog leefden toen de verwondingen werden aangebracht."
 


Nederzetting van 4000 jaar oud bij Sauwerd wordt Rijksmonument

Onderstaande tekst uit: Groninger Internetkrant van 15 juli 2015.

Een bijzondere vondst, die vijftien jaar geleden werd gedaan bij Sauwerd, is door minister Bussemaker nu aangewezen als  Rijksmonument. Het gaat om een nederzetting van maar liefst 4000 jaar oud. Hieruit blijkt dat Noord -Groningen een van de langst, onafgebroken, bewoonde gebieden van Nederland is geweest. Dat de vondst nu een Rijksmonument is, meldt de Ommelander Courant deze week.
Vijftien jaar geleden, toen een gemaal tussen Sauwerd en Winsum werd aangelegd, werd per toeval een bijzonder vondst gedaan.  Bij de bouw van dit gemaal bleek onder twee meter zeeklei een uitloper van de Hondsrug te liggen met daarin potscherven en vuursteen van de trechterbekercultuur. Deze cultuur is ook wel bekend als die van de hunebedbouwers.
 
Met deze bijzondere vondst kan met zekerheid worden gesteld dat dit gebied tussen ongeveer 4400 en 2400 voor christus al was bewoond. Vraag is wel waar het bijbehorende hunebed is gebleven. Dat is namelijk, ook vijftien jaar later, nog niet gevonden, maar kan best onder een dikke laag klei ‘verstopt’ zitten.
 
Eerder werden er al wel losse voorwerpen gevonden, zoals een vuurstenen bijl bij Winsum, maar pas na de vondst van de nederzetting kon met zekerheid vast worden gesteld dat de nederzetting ruim tweemaal zo oud is als de eerste wierden. Deze bevinding wierp ineens een heel ander licht op de eerste bewoners van deze regio.
 
Uit onderzoekingen van aardewerk blijkt dat de bewoners van de nederzetting bij Sauwerd zich hadden aangepast ten opzichte van hun tijdgenoten in Drenthe. In Noord-Groningen  gebruikten ze geen leem, maar zeeklei. Er werd dus rekening gehouden met de omstandigheden..
 
Op basis van een booronderzoek, vijftien jaar geleden, blijkt dat de nederzetting op een eiland lag. Op de plek van het eiland, die in Lutje Saaxum (bij Baflo) eindige, werd in 1951 al een trechterbeker gevonden. Volgens onderzoekers groeide op het eiland een loofbos waar allerlei wild en zelf bruine beren hebben rondgelopen. In de nederzetting werden verbrande botresten gevonden, die kunnen wijzen op het feit dat er gejaagd werd. Door de stijging van de zeespiegel verdronk het eiland uiteindelijk, aldus het artikel in de Ommelander Courant.
 
(Archieffoto National Geographic).
- See more at:
http://www.gic.nl/wonen/nederzetting-van-4000-jaar-oud-bij-sauwerd-wordt-rijksmonument#sthash.Uv2KOPVY.dpuf


DPV aanwezig op Oertijdmarkt zondag 2 augustus a.s.

De Drents Prehistorische Vereniging zal zich tijdens de Oertijdmarkt op zondag 2 augustus presenteren op het buitenterrein van het Hunebedcentrum te Borger. 

Tientallen kramen op het gebied van archeologie, mineralen en fossielen vullen het terrein van het Hunebedcentrum. Organisaties geven informatie over archeologie en geologie, handelaren verkopen mineralen en fossielen en sieradenmakers laten de mooiste sieraden van edelstenen zien. Daarnaast zijn er ook diverse activiteiten.

Heeft u nog een bijzondere vondst thuis liggen en altijd al heb willen weten wat het is dan kunt u deze meenemen. Bij een speciale kraam zitten deskundigen die u alles kunnen vertellen over uw vondst.
De markt is de grootste in zijn soort van Noord-Nederland.

Locatie: Hunebedcentrum, Bronnegerstraat 12, 9531 TG BORGER
Kosten:
volw. 2 euro p.p.
kind. (4-11 jaar) 1 euro p.p.
kind. (0-3 jaar) gratis

Graag tot ziens in Borger. 


560.000 jaar oude tand gevonden in Frankrijk

Bronnen:  29-07-2015 - Jonathan Varik – Archeologieonline.nl
thelocal.fr, 'French archeologist find 560000 year old human tooth'.
news.discovery.com, '560000 year old tooth found by French teenager'.

Aragogrot bij Tautavel

In een grot bij de Zuid-Franse stad Tautavel is op 28 juli een bijzondere vondst gedaan.Twee studenten vonden resten die duidden op zeer oud menselijk leven in het gebied. Het gaat om een tand van een Homo Erectus, een voorouder van de moderne mens. De tand behoorde vrijwel zeker toe aan een volwassen mens, het geslacht blijft echter onbekend.
 
De oudste tand
De ouderdom van de tand wordt geschat op 560.000 jaar, Wetenschappers spreken van een grote ontdekking. Niet alleen is deze vondst ouder dan eerdere ontdekkingen in de grot, ook is de tand het oudste menselijke restant dat ooit werd gevonden in Frankrijk.
 
Opvallende leegte
De hoge leeftijd van de tand is bijzonder. Er zijn in Europa maar weinig menselijke resten gevonden uit de periode, die plaats had tussen 500.000 en 800.000 jaar voor Christus. De tand vult deze leegte van ontdekkingen en helpt op deze manier de mysteries van de oertijd te ontrafelen.
 
Tautavelmens
De vondst werd gedaan in de Aragogrot bij Tautavel. De grot staat bekend om haar archeologische rijkdom. De eerste resten van oermensen zijn gevonden in 1969. Deze resten behoren tot de naar de plaats genoemde ‘Tautavelmens’ en worden geschat op een ouderdom van 400.000 jaar.
 
Een goudmijn voor archeologen
Sinds de ontdekking van het Tautavelmens is de grot een bekende locatie voor archeologisch onderzoek. Er zijn sinds het begin van de opgravingen honderdduizenden objecten ontdekt. De laatste grote ontdekking werd gedaan in 2011. Toen werd  een tand van een baby gevonden, deze tand was veel minder oud dan de nieuwste vondst.

Landbouw ontstond zo’n 11.000 jaar eerder dan gedacht

Bronnen: 23-07-2015 - Gerard Suijdendorp, Archeologieonline.nl
Sciencedailly.com, ‘First evidence of farming in Mideast 23,000 years ago’.
Phys.org, ‘First evidence of farming Mideast’.
  
Tarwe
Tot op heden geloofden wetenschappers dat landbouw zo’n 12.000 jaar gele
den was uitgevonden in het huidige Midden-Oosten. De vruchtbare halvemaan bedekte gebieden in Irak, Syrië, Israël en Egypte. Een gezamenlijk onderzoek van de universiteiten van Tel Aviv, Haifa, Harvard en Bar-Ilan toont aan dat de plantenteelt al veel eerder begon, namelijk zo’n 23.000 jaar geleden.
    
Gunstige omstandigheden
Het bewijsmateriaal is gevonden in een jagers- en verzamelaars kamp nabij het meer van Galilea. Het kamp is door gunstige klimatologische omstandigheden buitengewoon goed bewaard gebl
even en is daardoor een van de beste voorbeelden van hoe de mensen toen leefden. De onderzoekers zochten naar typische huislijke granen en oogstgereedschappen en vonden die.
 
Eetbare graansoorten als gerst en haver
De plaats bevat de overblijfselen van zes opslagplaatsen en is rijk aan verschillende plantensoorten. De onderzoekers hebben onderzocht dat deze jagers en verzamelaars 140 verschillende soorten planten verzamelden, waaronder eetbare granen als gerst en haver.
 
Slijpsteen & sikkel
Op de plek van het kamp zijn daarnaast een slijpsteen en een sikkel gevonden. Volgens de wetenschappers toont dit aan dat er systematische landbouw plaatsvond en het oogsten van de granen zelfs jaarlijks gepland werd.
 
Slimme voorouders
Volgens professor Sternberg (een van de onderzoekers) laat dit onderzoek zien dat landbouw al veel eerder werd toegepast dan aanvankelijk werd aangenomen. ‘Het geeft ons een ander beeld over onze voorouders, ze waren veel slimmer en vaardiger dan we aanvankelijk dachten’,  aldus de onderzoeker.
 
De bevindingen van de onderzoekers zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PLUS ONE.
 

Website van de DPV wordt door de Koninklijke Bibliotheek bewaard voor toekomstig onderzoek

In het kader van het initiatief van de Koninklijke Bibliotheek (KB)  om een selectie van Nederlandse websites te bewaren voor toekomstig onderzoek, is de website van de DPV, www.dpv.nu uitverkoren om te archiveren en voor de lange termijn te bewaren. Het bestuur van de DPV en de websiteredactie zijn daar bijzonder trots op.

Websites bevatten vaak waardevolle informatie die niet analoog  verschijnt en die ten gevolge van de grote 'omloopsnelheid' het  risico loopt voorgoed verloren te gaan. Dat websites als 'digitaal
erfgoed' het behouden waard zijn, is internationaal erkend in het  Unesco Charter on the Preservation of the Digital Heritage uit 2003.  Het signaleert dat digitaal erfgoed verloren dreigt te gaan en dat  het bewaren daarvan voor gebruik door de huidige en toekomstige  generatie onderzoekers zeer urgent is.
 
Als nationale bibliotheek is de KB wettelijk verantwoordelijk voor  het verzamelen, beschrijven en bewaren van in Nederland verschenen  publicaties, al of niet elektronisch. De KB ziet het als haar taak om  ook websites duurzaam te bewaren en raadpleegbaar te houden voor  toekomstige generaties en ze te behoeden voor verlies door  bijvoorbeeld technologische veroudering.
Om die reden archiveert de KB websites die als verzameling een  representatief beeld geven van de Nederlandse cultuur, geschiedenis  en samenleving op het internet.
 
De website www.dpv.nu  zal daartoe gearchiveerd en duurzaam opgeslagen worden, zo schrijft Lucinda Jones, Hoofd Collecties van de Koninklijke Bibliotheek.


 

Meer dan 2000 jaar geschiedenis uit de hoogste terp van Nederland: Hegebeintum 

Bron: RCE, Amersfoort, 8 juni 2015

De terp Hegebeintum in Friesland is 9 meter hoog; de hoogste terp in Nederland en daarbuiten. Op 10 juni 2015 zal voor het eerst duidelijk worden waaruit deze terp bestaat. Dan worden er archeologische boringen gedaan die een doorsnede geven van het ontstaan van de terp rond 300 voor Christus tot de huidige tijd.

De terp met kerktoren in Hegebeintum, Friesland

De terp met kerktoren in Hegebeintum, Friesland

De kerktoren van Hegebeintum lijdt onder een ernstige verzakking en stort in als hij niet met behulp van 15 palen verstevigd wordt. Deze nieuwe fundering moet dwars door de terp Hegebeintum heen worden geschroefd. Omdat het een archeologisch rijksmonument is, heeft de Stichting Alde Fryske Tsjerken bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een vergunning aangevraagd voor de werkzaamheden. De ingreep biedt een goede kans om verder onderzoek naar het verleden te doen.
Terpen zijn kunstmatige heuvels waarop mensen konden wonen in het waddengebied, dat vóór de aanleg van de dijken regelmatig onder water liep. De twee boorkernen die op 10 juni omhoog worden gehaald, beslaan de volledige hoogte van de terp. Na doorsnijden in twee helften wordt één helft aan nauwgezet archeologisch onderzoek onderworpen: waarom is de terp in Hegebeintum zo hoog? Wie woonden er en hoe? De andere helften worden geconserveerd zodat deze aan het publiek kunnen worden getoond.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, TNO en TU Delft. Het World Soil Museum in Wageningen draagt zorg voor de conservering.


Wetenschappelijk adviseur Drents Prehistorische vereniging,  

Annet Nieuwhof gepromoveerd

Het was een boeiende promotiebijeenkomst op maandag 8 juni 2015 bij de RUG in Groningen. Annet Nieuwhof promoveerde hier tot doctor met haar proefschrift “Eight human skulls in a dung heap and more Ritual practice in the terp region of the northern Netherlands 600 BC – AD 300”. Annet Nieuwhof is Wetenschappelijk adviseur van de Drents Prehistorische Vereniging en voorzitter van het Wetenschappelijk Fonds van de DPV.

Annet, namens het bestuur en de leden van de DPV, van harte gefeliciteerd! 



Voor u over Annet Nieuwhof gelezen 1: 

Annet Nieuwhof: “Mensen stellen zichzelf niet de vraag waarom ze een ritueel uitvoeren, ze doen het gewoon.”

Hoe valt uit eeuwenoude voorwerpen menselijk gedrag op te maken? Gisteravond ging het over schedels, botten, mest en wierden – niet over de wierden in onze tijd, maar van een tijdje geleden. Eight human skulls in a dungheap is de intrigerende titel van het proefschrift van archeologe Annet Nieuwhof, die bij onze Jelte Posthumus aanschoof. Hij bevroeg haar over haar onderzoek, dat zich bezighoudt met de (begraaf)rituelen die zich hier in Groningen in de ijzertijd voltrokken. Over het ietwat lugubere ontvlezing, bijvoorbeeld; haar nieuwe theorie over een derde begraafmogelijkheid. Over het verschil tussen voorouderverering en godenverering, het evolutionair voordeel dat religie oplevert – en meer. Luister hier het interview in twee delen terug:
 
http://www.glasnostici.nl/2015/06/02/annet-nieuwhof-mensen-stellen-zichzelf-niet-de-vraag-waarom-ze-een-ritueel-uitvoeren-ze-doen-het-gewoon/
 


Voor u over Annet Nieuwhof gelezen 2:

Ontvlezing en voorouderverering onderdeel grafcultuur terpbewoners

Ontvlezing en voorouderverering maakt volgens promovenda Annet Nieuwhof onderdeel uit van de begraafcultuur van terpbewoners. Nieuwhof heeft onderzoek gedaan naar onder meer een aantal opmerkelijke prehistorische schedels en presenteert in haar proefschrift een nieuwe visie op de rituelen,
waaronder de begraafcultuur, in de terpenperiode. Overleden mensen werden niet gecremeerd volgens Nieuwhof, maar de schedels en botten werden na excarnatie (ontvlezing) in huis bewaard of begraven en vormden onderdeel van rituele voorouderverering.
 
Bron: Het online videomagazine Unifocus belicht wekelijks onderwerpen die annex zijn met de Rijksuniversiteit Groningen, op het gebied van onderzoek (en samenleving), studentenleven, onderwijs, beleid en internationalisering. 


DPV-ers genoten van excursie naar Luxemburg

De DPV-voorjaarsexcursie vond bij schitterend weer plaats van 4 t/m 7 juni 2015. 34 Deelnemers reisden af naar Luxemburg.

Een beeldverslag van Sipke van der Zee en Evert Jan Stokking

 
Resten van een Romeinse tempel onder de kerk van Elst - Betuwe (Foto: Sipke van der Zee)



Romeinse dakpan met pootafdrukken van een hond, gevonden in Elst - Betuwe. (Foto: Sipke van der Zee)


Keramiekmuseum te Raeren (B) (Foto: Sipke van der Zee)


Echternach (Lux): resten (gedeeltelijk aangevuld) van een Romeinse villa.
(Foto: Sipke van der Zee)


Romeinse Villa bij Echternach (Foto: Evert Jan Stokking)


Echternach (Lux): St Petrus en Paulus kerk, gesticht door Willibrord.
(Foto: Sipke van der Zee)



Spectaculair: Romeins waterwinsysteem van putten en gangen (Qanat).
Na bijna 2000 jaar loopt er nog steeds water door. (Raschpetzer, Lux)
(Foto: Sipke van der Zee)


Kasteelruïne te Beaufort. (Foto: Sipke van der Zee)


Restanten (gedeeltelijk gereconstrueerd)van een Gallo-Romeinse tempel (Steinsel)
(Foto: Sipke van der Zee)


Reliëf (replica) van een keltische oogstmachine in een middeleeuwse muur (Montauban)
(Foto: Sipke van der Zee)


De Steentijdluxemburgers importeerden materiaal uit verre landen… (Nationaal Museum Luxemburg)
(Foto: Sipke van der Zee)


Mesolitisch skelet (Nationaal Museum Luxemburg) Foto: Sipke van der Zee)


Mesolithisch graf zoals boven uit een ander gezichtspunt gezien. (Foto: Evert Jan Stokking)


Kransstenen rond een Romeins Tumulusgraf (Bill)’ (Foto: Sipke van der Zee)


Deelnemers aan de excursie naar Archeologisch Luxemburg (foto: Evert Jan Stokking)


Oproep voor de mogelijkheid om mee te helpen aan de opgraving in Dalfsen


Op de Gerner Es, bij Dalfsen, wordt een nieuwbouwproject gerealiseerd (uitbreiding van bestaande bebouwing). Voordat het zover is, zal archeologisch onderzoek moeten worden uitgevoerd. Dit onderzoek zal door het ADC worden gedaan. De opgraving is sinds februari jl. aan de gang. Momenteel houdt Saxion Hogeschool een field school archeologie. Daarna (week 26 en 27) mag de AWN aanschuiven. Het zullen educatieve werkweken zijn, zoals vaker in het verleden zijn gehouden, met lezingen, excursies en lessen in archeologie. De kosten hiervoor bedragen €100,00 p.p.p.w. Deze kosten zijn exclusief overnachtingen, reis en diners; deze kosten zijn dus voor eigen rekening. Beginners in archeologisch onderzoek zullen zeker worden gevraagd zich aan te melden. Er zijn overnachtingsmogelijkheden in de buurt van de opgraving. Tevens is er een mooie locatie als uitvalsbasis: De Veldschuur in Rouveen.
Via onderstaande link kun je je aanmelden.

http://bit.ly/1aV3oX7

Boekpresentatie "In het spoor van Lukis en Dryden".

Op vrijdagmiddag 5 juni toogden zo'n 100 genodigden in een tropische warmte naar het Drents Museum in Assen om bij de boekpresentatie "In het spoor van Lukis en Dryden" aanwezig te zijn.  
Na een korte presentatie van schrijver en samensteller van het boek werd het boek door Wijnand van der Sanden opgedragen aan zijn vader en aan de grote hunebeddeninspirator Dr. Jan Albert Bakker. Het is een prachtig boek dat op een prettige wijze is geschreven en bovendien rijk is geillustreerd.
Gelijktijdig werd er een kleine maar wel bijzondere tentoonstelling geopend waar het originele werk van Lukis en Dryden is te bewonderen. 


In het spoor van Lukis en Dryden. Twee Engelse oudheidkundigen tekenen Drentse hunebedden in 1878

 
Door: Wijnand van der Sanden
 
Gemaakt in samenwerking met Stichting Het Drentse Landschap en mede gefinancieerd door het Wetenschappelijk Fonds van de Drents Prehistorische Vereniging.

Rond 180 waren de meeste hunebedden in Drenthe in het bezit van de overheid gekomen. Ter gelegenheid daarvan werden ze door de lokale autoriteiten ‘opgeknapt’. Tijdens deze archeologisch niet onderbouwde restauraties werden dekheuvels verwijderd en omgevallen stenen zonder kennis, supervisie en documentatie teruggeplaatst. Aan de vondsten die daarbij tevoorschijn kwamen werd weinig aandacht besteed.
 
Vanuit Engeland werd de noodklok geluid. Voor het eerst werd de archeologische waarde van de hunebedden onderkend en ontstond de wens om de monumenten zeer zorgvuldig te beschrijven, voor het te laat was. William Collings Lukis en sir Henry Dryden reisden af naar Drenthe en documenteerden in de periode van 1 tot 22 juli 1878 veertig hunebedden. We volgen de Engelse wetenschappers op de voet in een prachtig reisverhaal door negentiende-eeuws Drenthe.
 
Lukis en Dryden maakten plattegronden en aanzichten van veertig hunebedden en noteerden nauwkeurig alle details. Daarnaast tekenden ze aardewerk in het Drents Museum, de kerken van Anloo en Vries en een aantal vondsten in de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden. De kwaliteit en informatiewaarde van de door Lukis en Dryden vervaardigde tekeningen en bijbehorende beschrijvingen was voor Nederlandse begrippen van een ongekend hoog niveau. Ze vormen een unieke en prachtige bron van informatie over de toestand van de Drentse hunebedden aan het einde van de negentiende eeuw.
 
In het spoor van Lukis en Dryden. Twee Engelse oudheidkundigen tekenen Drentse hunebedden in 1878 toont voor het eerst alle tekeningen die de twee onderzoekers maakten. Het boek schetst een prachtig beeld van de reis die Lukis en Dryden aflegden in het negentiende-eeuwse Drenthe. Hun werk geeft een bijzondere inkijk in de toenmalige omgang met cultureel erfgoed en de archeologie.
 
Gelijktijdig met het verschijnen van het boek opent de tentoonstelling ‘Hoge heren en hunebedden’ in het Drents Museum in Assen. In deze expositie zijn veel van de originele tekeningen van Lukis en Dryden te bewonderen. 
 
Boekinformatie
In het spoor van Lukis en Dryden. Twee Engelse oudheidkundigen tekenen Drentse hunebedden in 1878
Wijnand van der Sanden | 160 blz. | 24 x 34 cm | genaaid gebonden
ISBN 978-90-5345-471-8
Tot 01-11-2015 van € 29,95 voor € 24,95 | te koop op www.matrijs.com en in de boekhandel
 


UNIEKE VONDSTEN VAN DE TRECHTERBEKERCULTUUR
IN DALFSEN

5000 jaar oude vondsten uit Dalfsen geven nieuwe in zichten  

Vechtdal Centraal - woensdag 20 mei 2015

www.vechtdalcentraal.nl/article.php?action=showarticle&id=50773

Zie ook de bijlage rechts het artikel uit het DvhN van 21 mei 2015 

 
Archeologen hebben in Dalfsen een compleet grafveld uit de Steentijd ontdekt, het grootste van West-Europa en een unicum voor Nederland. Maar liefst 120 graven met spectaculaire grafgiften en zelfs een aarden monument uit de tijd van de Hunebedbouwers zijn blootgelegd.

 
De ontdekking van resten van een huis vlak naast de begraafplaats en langs een 5000 jaar oude weg, is eveneens een primeur voor Nederland. Dit onderzoek werpt nieuw zicht op de ‘oer-Nederlander’, de eerste mensen die zich hier permanent vestigden en niet langer als jager-verzamelaar rondtrokken. Een open dag, een presentatie, een website en een app maken de vondsten zichtbaar voor publiek.
 
In het Overijsselse Dalfsen zijn 120 van de tot nu toe zeer zeldzame Trechterbekers opgegraven, de naamgevers van de cultuur waartoe deze Steentijdmensen worden gerekend. Andere grafgiften zijn stenen bijlen, vuurstenen pijlpunten en messen en twee barnstenen kettingen. Het grafveld meet 120 bij 20 meter. Bijzonder is het centraal gelegen aarden monument, nu zichtbaar als een ovale greppel van 30 bij 4 meter, dat een imponerende aanblik moet hebben geboden. De huisplattegrond werd in de directe omgeving van het grafveld opgegraven.
 
Oer-Nederlanders
De periode tussen 3400 en 2700 voor Chr. wordt de tijd van de Trechterbekercultuur genoemd, in de canon van de Nederlandse geschiedenis ‘de eerste boeren’. Deze mensen gaven als eerste in Noord-Nederland hun zwervend bestaan als jager-verzamelaar op om boer te worden. Zij hebben hun stempel op het Nederlandse landschap gedrukt. In Drenthe vinden we de hunebedden als tastbaar overblijfsel, in Overijssel krijgen we nu voor het eerst de resten van een hele gemeenschap in beeld.
 
Nieuw wetenschappelijk inzicht
De archeologen van ADC ArcheoProjecten zijn samen met studenten van de Rijksuniversiteit Groningen, de hogeschool Saxion en The Missing Link maanden bezig geweest om de graven te documenteren en de vondsten te bergen. Prof. Dr. Daan Raemaekers (hoogleraar aan de Rijksuniversiteit van Groningen) spreekt over een unieke ontdekking: ‘Het is een vondst die je misschien eens in de 50 jaar aantreft en die onze kijk op deze periode blijvend zal veranderen’.
 
Vondsten belangrijk voor Dalfsen en Nederland
Burgemeester Han Noten laat weten: “We zijn enorm verrast door de prachtige vondsten! Dalfsen blijkt door oer-Nederlanders bewoond te zijn geweest”. “Ondanks het vooronderzoek is het aanzienlijk mooier en uitgebreider dan gedacht”. De vondsten laten zien hoe lang hier al gewoond wordt en hoe belangrijk de rivier De Vecht ook toen al was. De waarde voor Dalfsen, en het nationaal en zelfs internationaal belang is enorm groot. Ook voor het Hunebeddencentrum en het Drents Museum is dit een spectaculaire vondst.”
 
Gebruiken en beleven
De opgedane wetenschappelijk kennis wordt weer zichtbaar en beleefbaar gemaakt voor de bewoners van de nieuwe woonwijk. Met hulp van de provincie Overijssel, wordt het verhaal van deze bijzondere plek gebruikt om een mooiere ruimte en een grotere sociale cohesie tussen de nieuwe bewoners vorm te geven. Dalfsen koppelt het verhaal van de plek aan de toekomst van de plek.
 
The Missing Link heeft hiervoor onder meer TimeTravel Dalfsen ontwikkeld. Met deze streetview app van het verleden is het mogelijk met een smartphone, op de plaats zelf, naar het verleden, het heden en zelfs de toekomst van de plek terug te reizen. (Download hiervoor TimeTravel Dalfsen in de App Store of Google Play Store).
 
Daarnaast is op basis van het verhaal van de vondsten een zg. “verhaallijn” gemaakt met het thema “Naoberschap”, samen met de bewoners.. Die verhaallijn is gebaseerd op een authentieke gebiedsidentiteit en vormt de rode draad voor de ontwikkeling van de woonwijk. Hierdoor wordt Oosterdalfsen een plek met een eigen gezicht, die heel diep is geworteld in de tijd. Voor meer beleving, delen en toevoegen is er ook een website: http://oosterdalfsen.timelink.eu
 
De bewoners van Dalfsen en andere geïnteresseerden kunnen donderdag 28 mei van 16.00 tot 19.00 uur een kijkje nemen op de locatie van de opgraving. Prachtige vondsten en mooie verhalen worden dan gepresenteerd.


Vondsten Trechterbekercultuur in Dalfsen  
Hein Klompmaker van het Hunebedcentrum: "Een hele mooie toevalstreffer"

Bron: www.rtvdrenthe.nl/nieuws/unieke-vondsten-nieuw-grafveld-van-oer-nederlander
 

Een toevalstreffer, zo noemt directeur Hein Klompmaker van het Hunebedcentrum in Borger de vondst van het grafveld van de hunebedbouwers bij het Overijsselse Dalfsen. "Maar wel een hele mooie toevalstreffer."
 
Geen hunebedden bij Dalfsen, maar wel het grootste grafveld dat ooit in Noordwest-Europa is ontdekt. Klompmaker heeft de vindplaats nog niet bezocht, maar gaat dat snel doen. "Als het klopt dat het grafveld van de hunebedbouwers is, dan is het een vrij unieke situatie", zegt Klompmaker. "Er is nog nooit eerder een permanente vestiging uit de hunebeddentijd in Nederland gevonden."
 
Trechterbekervolk
De hunebedbouwers, ook wel trechterbekervolk genoemd, leefden 5.500 jaar geleden. In Nederland zijn ze bekend dankzij de Drentse en Groninger hunebedden. Onderzoekers zijn al jaren op zoek naar archeologische vondsten van de hunebedbouwers.
 
Klompmaker: "Over volken uit bijvoorbeeld de bronstijd is vrij veel bekend, maar over de hunebedtijd weten we weinig. Als er nu bijvoorbeeld een tand van een hunebedbouwer wordt gevonden, dan zouden wij daaruit DNA-materiaal kunnen halen en zo veel meer van dit volk leren."
 
Bij toeval
Het grafveld bij Dalfsen is bij toeval door archeologen gevonden, omdat de gemeente op deze plek woningen en bedrijven wil vestigen. 


Nederlandse heide 3000 jaar ouder dan gedacht

Bron: Thijs Van Beusekom - www.vroegevogels.vara.nl

Tot nu toe werd altijd aangenomen dat heide sinds de Middeleeuwen deel uitmaakt van ons Nederlandse landschap. Nieuw onderzoek schijnt echter een heel ander licht op deze soort vegetatie. Zo’n 5000 jaar geleden dwaalden Nederlandse herders namelijk al met hun kudde over dit soort gronden.

Pollenonderzoek

Deze conclusie werd getrokken na een samenwerkend onderzoek van de biologe Marieke Doorenbosch en de Faculteit Archeologie in Leiden. Doorenbosch onderzocht stuifmeel van de hazelaar dat bewaard is gebleven in de vele grafheuvels die nog te vinden zijn in Nederland. Door pollenonderzoek was zij in staat de omgeving van de grafheuvels te reconstrueren en kon zij vaststellen welke bomen en planten er zo’n 5000 jaar geleden bloeiden.

 

Grafheuvels

Grafheuvels zijn de meest talrijke archeologische monumenten van Nederland. Ze geven ons vaak inzicht in de geschiedenis van het landschap . De oudste grafheuvels gaan terug tot 2900 v. Chr. en zijn vaak nog steeds zichtbaar als lage heuvels. Nu zijn er nog zo’n 3000 graven bekend in Nederland, maar vroeger moeten dit er veel meer geweest zijn. Ons land was toen bezaaid met de heuvels. Om onderzoek naar deze monumenten te doen, is speciale toestemming nodig. Doorenbosch kreeg dit en deed een spectaculaire vinding.  

Heidevelden al veel eerder in Nederland

Aan de hand van het gevonden stuifmeel moest Doorenbosch concluderen dat de grotere heidevelden in Nederland al veel eerder bestonden dan tot nu toe werd aangenomen. Haar resultaten lieten zien dat de meeste – zo niet alle – grafheuvelvelden in de hei lagen. Dit betekent automatisch dat de heidevelden niet in de Middeleeuwen ontstonden, maar al ver daarvoor. Daarnaast betekent dit ook dat er nu al zo’n 5000 jaar ‘heidemanagement’ plaatsvindt. Al in 2900 v. Chr. zwierven er op grote schaal herders, schapen en runderen rond op de Nederlandse heide. Het was al langer bekend dat heide al voor de Middeleeuwen bestond. Maar dat het op zo’n grote schaal was, is een nieuwe ontdekking.


Excursie naar de opgraving in Nordhorn (Dtl.), leerzaam en een succes!

Een gezelschap van leden van de DPV, AWN Noord, AWN Twente, Terpenvereniging en Fries Wurkverband, werd op zaterdag 25 april de opgraving bij Nordhorn beziocht, Het betrof bewoning op de oevers van de Vecht in de Midden-IJzeretijd. Er is zijn op de bezochte locatie o.a. een woonstalhuis en veel spiekers aangetroffen. Veel was opgeruimd. Er werden paalgaten getoond van een klein gebouw. Voorts waren scherven aanwezig (ca 3e eeuw) en was een bodemprofiel schoongemaakt. Het profiel toonde een flink esdek, een stuifzandlaag en daaronder bewoningssporen in dekzand. Geen podzol. Opkomst was groot (ca 40 mensen). Geheel viel me persoonlijk wat tegen.

Archeologe, Frau Jana Fries, van het Landesamt für Denkmalpflege in Oldenburg, gaf een heldere inleiding. We leerden eerst wat over de Duitse methodes van archeologisch bodemonderzoek. Voor dat er gebouwd mag worden wordt er, zoals ook in Nederland, eerst een proefonderzoek gedaan. Men neemt een graafmachine en legt daarmee om de twintig meter een lange strook bloot tot op een eventueel interessant vlak. Op grond van het gevondene kan er daarna een groter onderzoek geëntameerd worden. Dat kan dan gebeuren door het Landesambt zelf of door particuliere bedrijven.

(Met dank aan Ben Westerink en Wicher Jansen, beiden DPV). 


 

 




       


Markante leestekens in het landschap 

Over de Papeloze Kerk en een gewapend hunebed in Drenthe

Hunebedden behoren tot de markanste leestekens in het Nederlandse landschap. Niet alleen omdat grote stenen in ons land zeldzaam zijn, maar ook omdat ze 'oer' zijn, alsof ze er voor de eeuwigheid liggen. De werkelijkheid blijkt genuanceerder. Lees het hier als bijlage gevoegde boeiende artikel van Marcel van Ool. Het artikele is gepubliceerd in het tijdschrift "Monumentaal" van april 2015. Zie voor abonnementen etc. van Monumentaal www.monumentaal.com


Oudste Friese boerderij gevonden


In Reahûs (FR) is mogelijk de oudste Friese boerderij van het Noordzeegebied teruggevonden.

Het houten bintwerk van de boerderij van Fam. Van der Hoff dateert uit 1595.

,,Het is de oudst bekende Friese schuur in het hele Noordzeegebied tussen Frankrijk en het voormalige Oost-Duitsland", zo vertelt onderzoeker Borghaerts.

Eiken of grenen

Rond 1600 ging men voor de bouw van boerderijen over op grenen. Daarvoor gebruikte men eikenhout, maar dat werd rond die tijd schaars. Dat het dekbalkgebint en het onderste deel van het gestapelde spant juist van eikenhout zijn gemaakt, geeft aan dat de boerderij vóór 1600 moet zijn gemaakt. Alleen in de nok van de boerderij zit grenen. Het eiken bintwerk is bijzonder gaaf en geeft aan hoe duurzaam eikenhout is.

Houtmonsters van de boerderij

In samenwerking met de Duitse wetenschapper Erhard Pressler doet Borghaerts al geruime tijd onderzoek naar de ouderdom van de boerderijen in de Greidhoeke. Zo worden er houtmonsters van het bintwerk onderzocht. Aan de hand van de jaarringen kan de ouderdom van het hout worden vastgesteld.


Symposium “Werk van eeuwen”

Ter gelegenheid van het verschijnen van het boek 'Werk van eeuwen: gesprekken met Tjalling Waterbolk 'organiseert de Waddenacademie een symposium op 29 mei 2015 in het Drents museum te Assen.


Tijdens dit middagsymposium geven vooraanstaande wetenschappers en spraakmakende vertegenwoordigers van non-gouvernementele organisaties een beeld van de grote wetenschappelijke en maatschappelijke opgaven die het werk van Waterbolk domineerden, op het gebied van archeologie, landschapsgeschiedenis, en natuur- en landschapsbehoud in Noord-Nederland. Meindert Schroor, directielid van de Waddenacademie en verantwoordelijk voor de portefeuille Cultuurhistorie is de moderator van de middag. Het publiek wordt van harte uitgenodigd met de sprekers in discussie te treden over de toekomst van deze vakgebieden. Eregasten deze middag zijn Tjalling en Mien Waterbolk.
 
Locatie: Drents Museum, Brink 3, 9401 HS Assen
Tijdstip: 14:30-17:00 uur
 
Programma symposium 'Werk van eeuwen'

Boekpresentatie en symposium
29 mei 2015 | 14.30 – 17.00 uur
Drents Museum | Assen
Moderator
Meindert Schroor, Waddenacademie

Programma
14.30 uur ontvangst met koffie/thee
15.00 uur welkom, Meindert Schroor (Waddenacademie)
Werk van eeuwen. De toekomst van…
15.10 uur de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie
Mara de Pater (NJN, voorzitter)
15.25 uur onderzoek van het Noord-Nederlandse landschap
Theo Spek (Rijksuniversiteit Groningen)
15.40 uur archeologisch onderzoek tussen Hunze en Eufraat
Daan Raemaekers (Rijksuniversiteit Groningen)
15.55 uur onderzoek van archeologie en nazisme
Martijn Eickhoff (NIOD)
16.10 uur natuur- en landschapsbescherming in Noord-Nederland
Eric van der Bilt (Stichting Het Drentse Landschap)
16.25 uur aanbieding door Jos Bazelmans van Werk van eeuwen aan
Tjalling Waterbolk en Mien Waterbolk-Van Rooijen
16.30 uur dankwoord Tjalling Waterbolk
16.40 uur slotwoord
Jouke van Dijk, voorzitter Waddenacademie
16.50 uur aansluitend borrel

Inschrijven:
In eerste instantie staat inschrijving voor het symposium open voor genodigden. Vanaf 1 mei kunnen andere belangstellenden zich inschrijven. Bent u geïnteresseerd, dan kunt u uw belangstelling alvast kenbaar maken via secretariaat(at)waddenacademie.nl. U ontvang dan een mailtje wanneer de inschrijving opent.
 


Werk van eeuwen gesprekken met Tjalling Waterbolk

Het boek: Werk van eeuwen gesprekken met Tjalling Waterbolk, is een tot boek uitgesponnen interview. Het geeft een gedetailleerd verslag van de jeugd en het werkzame leven van de belangrijkste archeoloog uit de tweede helft van de 20ste eeuw, Tjalling Waterbolk (1924).

In het boek komen zijn jeugd in het Drentse Havelte, zijn opleiding aan de Universiteit Groningen, zijn opvolging van Van Giffen en zijn hoogleraarschap (1954-1987) aan de orde. Een fotokatern met uniek beeldmateriaal weerspiegelt Tjallings Werk van eeuwen.
 
Het boek Werk van eeuwen, gesprekken met Tjalling Waterbolk,
is vanaf 29 mei 2015 verkrijgbaar.
Auteurs: Jos Bazelmans en Jan Kolen
Vormgeving: Albert Rademaker
Omvang: 240 pagina’s
Winkelprijs: € 24,95
ISBN: 97890-23254-164
Uitgegeven door: Koninklijke van Gorcum


Hunebed Kniphorsbos door brand zwaar beschadigd

Het Dagblad van het Noorden schijft dat Hunebed D8 dit weekeinde door brandstichting onherstelbaar is beschadigd.Het hunebed ligt in het Strubben Kniphorstbosch, gelegen tussen Anloo en Schipborg.

Het is de derde keer dat een vuurtje is gestookt bij dit hunebed. Bij de laatste keer, twee jaar geleden, brak er een scherf af. Die werd gelijmd, maar dat is nu niet meer mogelijk.
Het hunebed is een portaalgraf, met vier dekstenen, twee sluitstenen en acht zijstenen. Het graf is vrij compleet en bevond zich tot aan de vernieling in de oorspronkelijke staat waarin het gevonden was. 


 

De Nieuwe Spieker, het periodiek van de Drents Prehistorische Vereniging is uit!!!


Neanderthalervondsten Drenthe gepresenteerd. 

Steentijdarcheologen maken na ruim drie jaar een succesvolle opgraving bij Assen bekend.
Mijlpaal in onderzoek naar Neanderthalers, koppen RTV Drenthe en het Dagblad van het Noorden.
 
In de afgelopen jaren zijn ten noorden van Assen een aardige hoeveelheid aan vuistbijlen, schrabbers en vuursteenafslagen (afval) opgegraven. De vondsten zijn minimaal 50.000 jaar oud uniek voor Noord-Nederland.  
Volgens een Marcel Niekus  gaat het om een recordvondst. Nooit eerder werden in Noord-Nederland zoveel vuistbijlen en andere vuursteenvondsten op één plek gevonden. De exacte locatie van het vroegere Neanderthalerkamp wordt nog steeds geheim gehouden.
 
Volgens onderzoeker Marcel Niekus gaat het om een steentijdkampement, een plek waar ook het gevangen wild moet zijn geslacht. De Neanderthalers van Drenthe hebben hier maar kort gewoond. Ze trokken achter het wild, in feite hun eten, aan.
 
Tentoonstelling in Nuis
In het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis zijn de vondsten op afspraak te bezichtigen. Het Drents Museum wil op termijn ook een aantal van de vondsten tentoonstellen.
 
Het Wetenschappelijk Fonds van de DPV heeft voor het onderzoek een bedrag ter beschikking gesteld.  
 
Zie: www.rtvdrenthe.nl/nieuws/50000-jaar-oude-vuistbijlen-zijn-te-bezichtigen-nuis

Zie rechts als bijlagen het DvhN


Archeologische Verenigingen Noord-Nederland treffen elkaar in de schatkamer van het noorden

 
Op zaterdag 14 februari hebben de archeologische verenigingen in Noord-Nederland gezamenlijk een archeologische dag in het Noordelijk Archeologisch Depot georganiseerd. Vanuit de vier verenigingen, AWN Afd. 1 Noord-Nederland, de Drents Prehistorische Vereniging, de Vereniging voor Terpenonderzoek en het Argeologysk Wurkferbân van de Fryske Akademy , werden presentaties over hun archeologisch vrijwilligerswerk gegeven. De beheerders van het Archeologisch Depot zetten de deuren van het depot wagenwijd open. Ongeveer 130 deelnemers konden deelnemen aan een uitgebreide bezichtiging en uitleg van depotbeheerder Dr. Ernst Taayke. Zij hebben hiermee een beeld gevormd van het depot waar de vele tienduizenden vondsten uit Noord-Nederland liggen opgeslagen.  Een ware schatkamer van vondsten uit het verleden. Een aantal bezoekers hebben de kans gegrepen om vondsten te laten beoordelen.
Al met al was het een geslaagde dag!











 

 


Bijlagen

Nieuwsbrief

Ontvang ook onze
digitale nieuwsbrief:
facebook linkedin