“The splendour of power” (‘De pracht van macht’)

Op dinsdag 2 december werd in het Fries Museum het eerste exemplaar van het boek “The splendour of power” (‘De pracht van macht’) gepresenteerd. In dit boek beschrijft Johan Nicolay aan de hand van gevonden sierraden en munten de opkomst van vroegmiddeleeuwse koninkrijken langs de kusten van Nederland, Noord-Duitsland en Zuid-Engeland. Het boek is het eindresultaat van een door NWO gefinancierd VENI-onderzoek.
 
Terwijl meer zuidelijk het Frankische rijk vorm krijgt, is ook rond de Noordzee de opkomst van koninkrijken zichtbaar. Deze koninkrijken hadden nog geen vaste grenzen, maar bestonden uit sterk dynamische netwerken tussen koningen. Dergelijke relaties werden tot stand gebracht door het uitdelen van luxe geschenken, waaronder sieraden van goud en zilver.

Kostbare geschenken van goud en zilver
Een deel van deze geschenken is uiteindelijk in een graf of als schatvondst begraven en daardoor archeologisch overgeleverd. De meest imposante vondsten vormen de gouden, volledig met rode halfedelsteen (almandijn) ingelegde mantelspeld uit Wijnaldum, de met almandijn en gouddraad versierde gesp uit Rijnsburg en natuurlijk de gouden sieraden en het zilveren serviesgoed uit het beroemde scheepsgraf van Sutton Hoo (Engeland).

Koninkrijken in de vroege middeleeuwen
Doordat luxe geschenken door een koning vooral binnen zijn persoonlijke netwerk werden uitgewisseld, vormt de geografische spreiding van kostbaarheden een goede afspiegeling van zijn machtsbereik. Gecombineerd met historische gegevens over de ontwikkeling van koninkrijken in Engeland kan zo een beeld worden geschetst van de politieke situatie in vroegmiddeleeuws Nederland: na een fase met relatief kleine, regionale koninkrijken (5e-6e eeuw) volgt een periode waarin deze samengaan in enkele grotere, supra-regionale koninkrijken (7e eeuw, met machtscentra aan de monding van de Rijn en in het huidige Friesland). Vanaf de late 7e eeuw worden deze koninkrijken stapsgewijs door de Franken ingelijfd, waarna ons land in het machtige rijk van Karel de Grote opgaat.

Over de auteur
Dr. Johan Nicolay is docent en onderzoeker aan het Groninger Instituut voor Archeologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is als onderzoeker ook verbonden aan het Terpencentrum en is senior projectleider bij archeologische opgravingen. Het boek “The splendour of power” is direct te verkrijgen via barkhuis.nl , of bij de boekhandel.
 


DRIE-D-PRINTER IN DE ARCHEOLOGIE

Hunebedcentrum Borger innovatief

Het Hunebedcentrum in Borger gaat mee in de digitale tijd. Onderdeel van de vernieuwing is het project HunebedXperience dat 7 maart officieel werd gepresenteerd. Naast het BSP-fonds is deze vernieuwing mede mogelijk gemaakt door Provincie Drenthe, het Lukkin-Folkertsfonds en RABO Borger-Klenckeland
Op dinsdag 21 oktober gaf dr. Linda Hurcombe van de Universiteit van Exeter (Engeland) een lezing gehouden over het gebruik van de 3D-printer in de archeologie. Zij is daarbij met name ingegaan op de samenwerking met het Hunebedcentrum op dit terrein.





Hurcombe’s lezing vond plaats in het kader van het Europese Open Arch-project, waaraan 11 instellingen (musea en universiteiten) uit 8 landen deelnemen. Het Hunebedcentrum is één van deze deelnemers aan het project.

Voor meer informatie zie http://www.sensoruniverse.com/nieuws.php?id=344

Foto's boven: dr. Linda Hurcombe en het resultaat van een 3D-scan van prehistorisch aardewerk 
Foto's van Sipke van der Zee, Ommen.

 

Noord-Nederland in de Vikingtijd


Dinsdag 4 november 2014
Plaats en aanvang: 19.30 uur de Open Hof, Sleutelbloemstraat 1, Assen

lezing door Drs. Nelleke IJssennagger, conservator Terpencultuur en Middeleeuwen Fries Museum te Leeuwarden. Zij werkt momenteel ook aan d
rZWUw1RveLVPYnsf_N-ObAfrbKtYzGo-OdVk2mPD
e RUG aan een proefschrift over het Friesche gebied in de Noordzeewereld in de Vikingtijd.
    
In 793 wordt het klooster Lindisfarne voor de kust van Noord-Engeland plotseling aangevallen door gewapende mannen met snelle schepen: Vikingen. Deze verrassingsaanval waarbij van alles buit werd gemaakt en de monniken die het overleefden in ontreddering achterbleven, wordt gezien als het begin van de Vikingtijd. Deze periode van 793 tot ca. 1050 wordt gekarakteriseerd door Vikingaanvallen, kolonisatie van overzeese gebieden vanuit Scandinavië en door handel en uitwisseling. Hoewel overal heel verschillend, laten de Vikingren in heel Europa sporen na. Zo ook in Noord-Nederland.
Hoe zat het met Noord-Nederland in de periode die we kennen als Vikingtijd?
Noord-Nederland en het Nederlandse kustgebied van rivier Zwin op de grens met België tot rivier de Wezer in Duitsland behoren tot wat we in deze periode Frisia noemen. Dit gebied heeft altijd veel contact met andere gebieden langs de Noordzee zoals Engeland en Denemarken. In de achtste eeuw na Christus wordt Frisia opgeslokt door het Christelijke Frankische rijk dat zich tot de grens met Denemarken uitbreidt. Daarna begint voor Noord-Nederland de Vikingtijd.
De eerste vikingaanval op het continent vindt plaats in 810, op Friesland. Deze aanval was echter heel anders dan die in Lindisfarne en het is de vraag of dit wel een echte vikingaanval is. Welke aanvallen kennen we verder op Noord-Nederland in de Vikingtijd, en zijn dit wel echte Vikingaanvallen? Wat was bij die aanvallen dan eigenlijk het doel en de impact? En wat gebeurde er verder in Noord-Nederland in de Vikingtijd? Deze vragen zullen we bekijken vanuit zowel de geschreven als de archeologische bronnen voor deze tijd. We zullen kijken welke sporen de gebeurtenissen uit deze periode hebben nagelaten in Noord-Nederland.
 

Dinsdag 2 december "Jagers en verzamelaars in het bos"

Het Mesolithicum, een onderschatte archeologische periode (8.800 - 6.900 v. Chr.)?
Plaats en aanvang: 19.30 uur de Open Hof, Sleutelbloemstraat 1, Assen 

Dick Schlüter, historicus en amateur-archeoloog en voormalig directeur van het Natuurhistorisch Museum Natura Docet in Denekamp zal een boeiend betoog houden over het Mesolithicum.
Het Mesolithicum - de Midden Steentijd- heeft zich lange tijd bij professionele archeologen zowel als amateurs in minder belangstelling mogen verheugen dan het oudere Laat-Paleolithicum (Hamburg-, Federmesser- en Ahrensburgcultuur) of de eerste boeren tijdens het Neolithicum (Bandkeramiek-, Swifterbant- en Trechterbekercultuur). Daar is de laatste decennia verandering in gekomen door indrukwekkende opgravingsresultaten in Nederland. Van een culturele terugval tijdens het Mesolithicum is men volledig afgestapt.Tevens is duidelijk geworden dat we te maken hebben met een belangrijke schakel tussen jagers- en verzamelaarsculturen en de eerste boeren op het Drents Plateau.

hmuVKTcCLvo8qRU0jcfhMvm6bfX76wwtBv5w2JEY
 Het Mesolithicum is interessant voor de menselijke geschiedenis omdat door het warmer worden van het klimaat de jagers en verzamelaars te maken kregen met uitgestrekte bossen en ander jachtwild. Ze pasten hun leefgewoonten en uitrusting aan deze nieuwe biotoop aan. De laat-paleolithische jagers leefden op uitgestrekte grassteppen en soms regelrechte toendra’s. De jachtbuit bestond onder andere uit rendieren. Terwijl de mesolithische jagers en verzamelaars jacht maakten op edelhert, oeros en wild zwijn. Door opgravingen in onder andere Hardinxveld-Giessendam weten we intussen ook veel meer over deze periode. Ook in het buitenland – met name veengebieden in Denemarken en het noorden van Duitsland – zijn belangrijke vondsten gedaan. Verder heeft de Noordzeebodem het nodige opgeleverd, waardoor het zelfs mogelijk werd op basis van benen harpoenen verschillende cultuurgroepen te onderscheiden.
Tijdens zijn powerpointpresentatie zal Dick Schlüter deze onderschatte archeologische periode voor het voetlicht brengen. Tevens zal hij eigen vuursteenvondsten uit het Mesolithicum meenemen, die in de pauze bekeken kunnen worden. Kortom, een kans om de historie van de toenmalige jagers en verzamelaars `dicht op de huid te kruipen.’
 

Dinsdag 7 oktober lezing door Dr. Eelco Rensink *.

Het Paleolithicum in Nederland.

Over archeologische vindplaatsen uit de tijd van de Neanderthalers en rendierjagers.

 

Plaats: De Open Hof, Sleutelbloemstraat 1, Assen
Aanvang: 19.30 uur
 
In de lezing van Eelco Rensink staat de vroegste bewoningsgeschiedenis van Nederland centraal. We gaan terug naar het Paleolithicum (de Oude Steentijd), de oudste en langste periode van de prehistorie waarin eerst Neandertha­lers en later rendierjagers leefden. (circa 300.000 tot 10.000 jaar gele­den). Wat weten we van deze eerste bewoners van ons land? Waar woonden zij en wat vinden we van hun kampementen terug? En hoe zag het Nederlandse en daarmee ook het Drentse landschap er in deze periode van twee ijstijden en één tussenijstijd uit?
 
Na de Neanderthalers trokken ruim 15.000 jaar geleden voor het eerst moderne mensen (Homo sapiens sapiens) Nederland binnen. Het zijn jagers en verzame­laars die kort­stondig in Zuid-Limburg verbleven. Aan het einde van de laatste ijstijd, verschijnen andere groepen mensen op het toneel. Vindplaatsen uit deze periode bewijzen dat ook in Drenthe deze mensen hebben geleefd, hebben gejaagd en hun kampementen hebben gehad.
 
Zij gebruikten vuursteen als grondstof voor het maken van hun werktuigen en wapens. Deze worden ook op de landerijen in Drenthe gevonden. Waarom en hoe de mensen vanaf de Neanderthalers ons landschap gebruikten zal door Eelco Rensink worden beantwoord.
 
Eelco Rensink is specialist op het gebied van de oudste Nederlandse geschiedenis en culturen.
Hij is als archeoloog werkzaam bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort.
 
Nadere inlichtingen:  mw. Marian Hulscher, organisatie lezingen DPV, 050-5346826
   

Oerknal in het Hunebedcentrum te Borger

Van Oerknal tot nu: een reis door 13,7 miljard jaar
Tien wetenschappers nemen u mee op reis door  13,7 miljard jaar geschiedenis  van het heelal, aarde en leven.

De Nederlandse Geologische Vereniging (NGV), Geopark de Hondsrug en het Hunebedcentrum organiseren een serie lezingen over het heelal, de aarde, en de ontwikkeling van het leven op aarde.  De lezingen worden eenmaal per maand op zondagmiddag gehouden
in het Hunebedcentrum in Borger, Drenthe. Gedurende de periode oktober 2014 – februari 2015 (focus op het heelal en de aarde)
en gedurende de periode oktober 2015 – februari 2016 (focus op de ontwikkeling van het leven).
De lezingen zijn afzonderlijk te volgen. Wel van te voren opgeven. U kunt zich uiteraard ook direct opgeven voor alle lezingen of een gedeelte.
De kosten per lezing zijn 5 euro, inclusief een kop koffie/thee.

U kunt zich opgeven via email: hwolters@hunebedcentrum.nl
Meer informatie zie:  www.hunebedcentrum.nl


Hondsrugacademie: Cyclus 1: De aarde als planeet
Deze cyclus bestaat uit 5 lezingen die op zondagmiddag, aanvangstijd 14.00 uur, in het Hunebedcentrum in Borger gehouden worden:
Het heelal;  Big Bang en het begin van alles
Deze lezing is de eerste uit een reeks van vijf die op zondagmiddag wordt gehouden in het Hunebedcentrum in Borger.
Zie voor cursusprogramma: http://www.hunebedcentrum.eu/oerknal/

 

 

Start herbouw archeologische reconstructie vroegmiddeleeuwse zodenboerderij bij Firdgum (Fr.)

Deze zomer zal de in november deels ingestorte reconstructie van het vroegmiddeleeuwse zodenhuis in Firdgum opnieuw worden opgebouwd. Dit project wordt uitgevoerd onder leiding van het Terpencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen in samenwerking met het Yeb Hettinga Museum en de Provincie Fryslân. De afgelopen maanden is door de betrokken partijen in samenwerking met bouwkundigen van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL)   gewerkt aan een verbeterd ontwerp. Dit sluit inhoudelijk gezien aan bij de nieuwe inzichten die voortkomen uit het lopende promotieonderzoek van Daniël Postma en wordt ondersteund met constructieve berekeningen van de NHL. Met een enthousiast team van vrijwilligers zal vanaf 15 juli tot en met medio oktober in het veld aan de nieuwe reconstructie worden gewerkt. Vrijwilligers kunnen zich aanmelden bij projectcoördinator Trijneke Sibma van het Terpencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen.

Herstellen of opnieuw opbouwen?

Na de instorting werd al gauw duidelijk dat ongemerkte inwatering van de zodenmuur een belangrijke oorzaak was van het onstaan van zwakkere punten in het huis. In de maanden na de instorting hebben de betrokken partijen zich dan ook ingezet om ervoor te zorgen dat er geen verdere schade aan het gebouw onstond. Nieuwe ideeën over het voorkomen van instorting ontstonden en al gauw werden plannen ontwikkeld voor herstel van het huis. Toen de ideeën zich verder uitkristalliseerden, bleek dat de instorting zeer interessante inzichten heeft opgeleverd die een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het onderhavige onderzoek naar het bouwen met kwelderzoden, zoals dat in het vroegmiddeleeuws terpengebied van Noord-Nederland werd gedaan. Er werd dan ook al spoedig besloten om een nieuw ontwerp te maken voor herstel van het huis. Om zowel wetenschappelijke als constructieve en educatieve redenen is door de betrokken partijen uiteindelijk gekozen voor volledige wederopbouw van de boerderij: dit biedt zeer interessante mogelijkheden om een veiliger  en duurzamer constructie op te bouwen waarin het archeologische experiment volgens de nieuwe inzichten kan worden voortgezet. Ook de functie die het zodenhuis had als publiekstrekker, kan op deze manier nieuw leven in worden geblazen.

Vrijwilligers

De enthousiaste groep vrijwilligers die tijdens de bouw van het huis in 2012 en 2013 is gevormd, zal zich opnieuw gaan inspannen om het huis deze zomer weer op te bouwen. Doel is om in de toekomst in en rondom het huis en het Yeb Hettinga Museum meer educatieve activiteiten te organiseren voor een brede doelgroep. Het Yeb Hettinga Museum is dan ook op zoek naar meer vrijwilligers die zich hiervoor willen inzetten. Zij kunnen zich opgeven bij het museum: yebhettingaskoalle@gmail.comm
Vrijwilligers die willen deelnemen aan de herbouw van het zodenhuis kunnen zich aanmelden bij Trijneke Sibma: t.sibma.archeo@gmail.com

Met dank aan

Het Zodenhuisproject wordt uitgevoerd onder leiding van het Terpencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen, in samenwerking met het Yeb Hettinga Museum. De reconstructie was niet mogelijk geweest zonder de grote inzet en het enthousiasme van vele vrijwilligers.
Het Zodenhuisproject is financieel ondersteund door Provincie Fryslân, Gemeente Franekeradeel, Stichting Woudsend anno 1816, Prins Bernhard Cultuurfonds, Fonds Nij Bethanië, Boerderijenstichting Fryslân, Vereniging voor Terpenonderzoek, Je Maintiendrai Fonds en Boelstra-Olivier Stichting.
Het project is uitgevoerd in samenwerking met Omrop Fryslân, Wirotex Kraanverhuur, Fame Architectuur & Stedenbouw, Fries Museum, It Fryske Gea, Staatsbosbeheer, Koninklijke Saan en ARRE Remaining History.
 
 
     

Gemeente Aa en Hunze maakt afspraken over inzet amateurarcheologen

Sinds vandaag (1 juli 2014) werken amateurarcheologen, die archeologisch onderzoek uitvoeren in de gemeente Aa en Hunze, volgens een protocol. Om de samenwerking tussen professionele- en amateurarcheologen te bevorderen hebben een amateurarcheoloog, de provinciale archeoloog en de gemeentelijke archeoloog afspraken gemaakt. Hiermee is de gemeente Aa en Hunze de eerste gemeente in Drenthe die deze afspraken heeft vastgelegd.
Protocol
In het protocol staat wat er van een amateurarcheoloog verwacht wordt, welke verantwoordelijkheden hij heeft en hoe hij moet handelen om te voldoen aan de eisen van de Monumentenwet. Een professionele archeoloog komt meestal niet uit het gebied. De amateurarcheoloog wel en kan door inbreng van gebiedskennis een goede bijdrage leveren tijdens een onderzoek. Tegelijkertijd kan de amateur zijn kennis verdiepen.
Verenigingen van amateurarcheologen
Het protocol sluit aan bij wat verenigingen van amateurarcheologen nastreven, namelijk het verkrijgen van kennis over menselijke activiteiten in de (pre-)historie met in achtneming van wet- en regelgeving.
Zie de website van de gemeente Aa en Hunze voor : 
www2.aaenhunze.nl/Bestuur/Nieuws/Juli_2014/Gemeente_Aa_en_Hunze_maakt_afspraken_over_inzet_amateurarcheologen
 
Schat aan opgravingen Ezinge nu volledig gepubliceerd
De archeologische opgravingen in Ezinge (1923-1934) door Albert van Giffen trokken destijds internationaal de aandacht. Van Giffen wierp een volledig nieuw licht op bewoning in de ijzertijd en Romeinse tijd. Door de grote hoeveelheid vondsten is er echter nooit een volledige publicatie daarover verschenen. Daar komt nu verandering in: op 25 juni verscheen “En dan in hun geheel -  De vondsten uit de opgravingen in de wierde Ezinge”.
 
Tussen 1923 en 1934 werd een groot deel van de wierde van Ezinge (in het Groninger Reitdiepgebied) opg
egraven door het Biologisch-Archeologisch Instituut (het huidige Groninger Instituut voor Archeologie van 

de Rijksuniversiteit Groningen), o.l.v. Albert Egges van Giffen. De opgraving trok nationaal
en internationaal veel aandacht. In Ezinge werd voor het eerst duidelijk dat men in de ijzertijd en de Romeinse tijd niet in primitieve hutten had gewoond, Er werden resten van vele grote boerderijen gevonden, waarin vaak nog stalboxen herkenbaar waren. Er was in die
gebouwen ruimte voor veei vee.
 
Te omvangrijk
Het vondstmateriaal en de nieuwe gegevens die de opgravingen opleverden waren zo omvangrijk dat het nooit kwam tot volledige uitwerking en publicatie. Ezinge was daarmee
één van veie Nederlandse vindplaatsen die in de vorige eeuw zijn opgegraven, maar nooit uitgewerkt. Om de kennis die in die oude opgravingsgegevens is verborgen beschikbaar te maken en een rol te laten spelen in het moderne onderzoek, is door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) het Odysse-programma in het leven geroepen. Binnen Odyssee is ook een eenjarige subsidie verleend aan het Groninger Instituut voor Archeologie van de RUG, voor uitwerking en publicatie van het vondstmateriaal uit Ezinge. Dit onderzoek is uitgevoerd in 2011, onder leiding van drs. Annet Nieuwhof van het Terpencentrum van het Groninger Instituut voor Archeologie,
 
Belofte Van Giffen nu ingelost
De titel van de publicatie, En dan in hun geheel, verwijst naar een artikel van Van Giffen, waarin hij toezegt de resultaten later, en dan in hun geheel, te zullen publiceren. Dat heeft hij echter nooit gedaan. In dit boek worden het handgevormd aardewerk en het Romeinse en vroegmiddeleeuwse draaischijfaardewerk, de metalen en natuurstenen voorwerpen, de kralen en de dierlijke en menselijke resten beschreven en geïnterpreteerd tegen de achtergrond van de bewoningsgeschiedenis.
 
Het boek is uitgegeven door de Vereniging voor Terpenonderzoek. Het is  verkrijgbaar via de vereniging, www.terperjonderzoek.nl
Volledige gegevens boek:  A.Nieuwhof (redactie), 2014: “En dan in hun geheel. De vondsten uit de opgravingen in de wierde Ezinge” ( = Jaarverslagen van de Vereniging voor Terpenonderzoek 96), Vereniging  voor Terpenonderzoek, Groningen. 256 pagina's, rijk geïllustreerd. ISBN 978-90-811714-6-5. Met bijdragen van: Wil van Bommel-van der Sluijs, Harry Huisman, Lykke Johansen, Egge Knol, Susanne Manuel, Annet Nieuwhof, Mirjam Post, Wietske Prummel, Dick Stapert, Sophie Thasing, Tineke B. Volkers en Inger Woltinge.
 
Het onderzoek werd financieel mogelijk gemaakt en gesteund door: NWO, RUG, Vereniging voor
Terpenonderzoek, Huis van de Groninger Cultuur, SNMAP en Gemeente Winsum.
Meer informatie drs. Annet Nieuwhof, tel. 050 - 3637688, a.nieuwhof@rug.nl  en/of http://www.terpenonderzoek.nl


Overdracht 100 jaar DPV Archief en lezing een feit

100-jaar DPV-archief naar het Drents Archief.

Op 9 april vond de officiële overdracht plaats van het bijna 100-jarig DPV-archief aan het Drents Archief. Daar wordt dit archief voortaan bewaard en kan iedereen dit archief in de studiezaal raadplegen.
Alvorens in zuurvrije mappen en dozen te zijn opgeborgen, genummerd en voorzien van een inventarislijst, moesten echter eerst zes zware verhuisdozen vol papier en spinnenwebben worden aangepakt. Hiervoor heeft het bestuur DPV-lid Saïd uit Hoogersmilde gevraagd en bereid gevonden.
Mooijman heeft alle documenten door zijn handen laten gaan. Veel van wat voor de toekomstige generaties niet van belang is, heeft hij in goed overleg met het Drents Archief en het bestuur van de DPV in het ‘ronde archief’ gedeponeerd


Rumoerige tijden

Ter gelegenheid van de overdracht van het DPV archief werd na officiële overhandiging een lezing gegeven door archeoloog dr. Ernst Taayke. De aanlokkende titel van de lezing was: Rumoerige tijden.

De boeiende en leerzame lezing met enige diepzinnige en serieuze humor ging over de Romeinen die zich ingroeven aan de Rijn. Hun aanwezigheid daar was ook in Noord-Nederland eeuwenlang merkbaar. Als vreeswekkende macht, als voorbeeld en tenslotte als prooi. Lokale stammen roerden zich vanaf het begin; de volksverhuizingen begonnen in feite al vóór de jaartelling. En dan was er nog de merkwaardige relatie tussen zandbewoners van Drenthe en de mensen in de kwelderstreken van Groningen.

Het was een avond over Romeinen, Drenten, Friezen, Chauken, Franken en Angelsaksen, over perioden van voorspoed en leegloop, aan de hand van vondsten en grondsporen. Zo passeerden de versterkingen in Noord-Drenthe de revue en de wierden en andere nederzettingen uit de Romeinse periode.

Wie is dr. Ernst Taayke
De archeoloog dr. Ernst Taayke is beheerder van het Archeologische Depot te Nuis. Zijn proefschrift dat hij 1996 verdedigde is het standaardwerk geworden op het gebied van het handgevormde Noord-Nederlands aardewerk van de 6e eeuw v.Chr. tot de 4e eeuw na Chr. Hij is beheerder van het Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis waar de archeologische vondsten uit de provincies Drenthe, Friesland en Groningen worden bewaard.

  

 


JUBILEUMUITGAVE "Proefsleuven"

'Het historisch besef is geen vanzelfsprekendheid'

In het eindexamen Nederlands werd dit jaar dit citaat van Manta Matthijsen, uitge­sproken tijdens de Huizingalezing van 2009, overgenomen. Deze uitspraak geldt echter met voor de leden van de DPV, de Drents Prehistorische Vereniging. De ge­middelde DPV-er heeft juist wel een drang om te weten hoe anderen vroeger leef­den. Die nieuwsgierigheid en drang naar kennis wordt door de DPV-leden al 100 jaar lang m verenigingsverband beleefd. Men gaat graag met elkaar op zoek naar de vroegste tijden m binnen- en buitenland. In het midden van de jaren zestig van de vorige eeuw telde de vereniging zelfs meer dan 500 leden. Zo veel plezier aan het vergaren van kennis in 100 jaar vraagt om een jubileumuitgave vol kennis. We beslo­ten om voor deze gelegenheid een speciale uitgave van ons verenigingsorgaan De Spieker samen te stellen.
In deze jubileumbundel heeft een aantal wetenschappers en amateurs de handen in één geslagen om met elkaar een chronologisch overzicht samen te stellen van de prehistorie in Drenthe, van de vroegste tijd tot ongeveer 1200 na Chr. Deze hoofdstukken, verdeeld over acht perioden, worden voorafgegaan door een korte geschiedenis én de 'prehistorie' van de jubilerende vereniging zelf. De bundel beoogt echter niet een compleet overzicht te geven van de Drentse pre- en protohistorie. De persoonlijke noot van de auteurs overheerst. Zo ontbreken zelfs de hunebedden na­genoeg in woord en beeld. U moet dit boek zien als een 'proeve' van de resultaten van onderzoek m deze provincie die zo rijk is aan archeologische vondsten. Vandaar dat we het boek de titel 'Proefsleuven' hebben meegegeven.
Alle auteurs hebben daar met veel inzet en geheel belangeloos aan bijgedra­gen. De gewaardeerde bijdrage van diverse sponsors maakte het mogelijk dit boek als een verjaardagsgeschenk aan onze leden te kunnen aanbieden.
Hopelijk levert deze bundel een bijdrage aan de versterking van de relatie tussen de DPV en het wetenschapsveld.
 
November 2013,
Ben HC Westerink.
namens het bestuur van de DPV
 
Het boek 'Proefsleuven' bevat 244 pagina's en vele illustraties.
De prijs van het boek bedraagt € 20,00 excl. verzendkosten. Het boek is te bestellen via info@dpv.nu met vermelding van uw naam, adres en telefoonnummer. 

 


Bijlagen

Nieuwsbrief

Ontvang ook onze
digitale nieuwsbrief:
facebook linkedin