Symposium “Werk van eeuwen”

Ter gelegenheid van het verschijnen van het boek 'Werk van eeuwen: gesprekken met Tjalling Waterbolk 'organiseert de Waddenacademie een symposium op 29 mei 2015 in het Drents museum te Assen.


Tijdens dit middagsymposium geven vooraanstaande wetenschappers en spraakmakende vertegenwoordigers van non-gouvernementele organisaties een beeld van de grote wetenschappelijke en maatschappelijke opgaven die het werk van Waterbolk domineerden, op het gebied van archeologie, landschapsgeschiedenis, en natuur- en landschapsbehoud in Noord-Nederland. Meindert Schroor, directielid van de Waddenacademie en verantwoordelijk voor de portefeuille Cultuurhistorie is de moderator van de middag. Het publiek wordt van harte uitgenodigd met de sprekers in discussie te treden over de toekomst van deze vakgebieden. Eregasten deze middag zijn Tjalling en Mien Waterbolk.
 
Locatie: Drents Museum, Brink 3, 9401 HS Assen
Tijdstip: 14:30-17:00 uur
 
Programma symposium 'Werk van eeuwen'

Boekpresentatie en symposium
29 mei 2015 | 14.30 – 17.00 uur
Drents Museum | Assen
Moderator
Meindert Schroor, Waddenacademie

Programma
14.30 uur ontvangst met koffie/thee
15.00 uur welkom, Meindert Schroor (Waddenacademie)
Werk van eeuwen. De toekomst van…
15.10 uur de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie
Mara de Pater (NJN, voorzitter)
15.25 uur onderzoek van het Noord-Nederlandse landschap
Theo Spek (Rijksuniversiteit Groningen)
15.40 uur archeologisch onderzoek tussen Hunze en Eufraat
Daan Raemaekers (Rijksuniversiteit Groningen)
15.55 uur onderzoek van archeologie en nazisme
Martijn Eickhoff (NIOD)
16.10 uur natuur- en landschapsbescherming in Noord-Nederland
Eric van der Bilt (Stichting Het Drentse Landschap)
16.25 uur aanbieding door Jos Bazelmans van Werk van eeuwen aan
Tjalling Waterbolk en Mien Waterbolk-Van Rooijen
16.30 uur dankwoord Tjalling Waterbolk
16.40 uur slotwoord
Jouke van Dijk, voorzitter Waddenacademie
16.50 uur aansluitend borrel

Inschrijven:
In eerste instantie staat inschrijving voor het symposium open voor genodigden. Vanaf 1 mei kunnen andere belangstellenden zich inschrijven. Bent u geïnteresseerd, dan kunt u uw belangstelling alvast kenbaar maken via secretariaat(at)waddenacademie.nl. U ontvang dan een mailtje wanneer de inschrijving opent.
 


Werk van eeuwen gesprekken met Tjalling Waterbolk

Het boek: Werk van eeuwen gesprekken met Tjalling Waterbolk, is een tot boek uitgesponnen interview. Het geeft een gedetailleerd verslag van de jeugd en het werkzame leven van de belangrijkste archeoloog uit de tweede helft van de 20ste eeuw, Tjalling Waterbolk (1924).

In het boek komen zijn jeugd in het Drentse Havelte, zijn opleiding aan de Universiteit Groningen, zijn opvolging van Van Giffen en zijn hoogleraarschap (1954-1987) aan de orde. Een fotokatern met uniek beeldmateriaal weerspiegelt Tjallings Werk van eeuwen.
 
Het boek Werk van eeuwen, gesprekken met Tjalling Waterbolk,
is vanaf 29 mei 2015 verkrijgbaar.
Auteurs: Jos Bazelmans en Jan Kolen
Vormgeving: Albert Rademaker
Omvang: 240 pagina’s
Winkelprijs: € 24,95
ISBN: 97890-23254-164
Uitgegeven door: Koninklijke van Gorcum


Hunebed Kniphorsbos door brand zwaar beschadigd

Het Dagblad van het Noorden schijft dat Hunebed D8 dit weekeinde door brandstichting onherstelbaar is beschadigd.Het hunebed ligt in het Strubben Kniphorstbosch, gelegen tussen Anloo en Schipborg.

Het is de derde keer dat een vuurtje is gestookt bij dit hunebed. Bij de laatste keer, twee jaar geleden, brak er een scherf af. Die werd gelijmd, maar dat is nu niet meer mogelijk.
Het hunebed is een portaalgraf, met vier dekstenen, twee sluitstenen en acht zijstenen. Het graf is vrij compleet en bevond zich tot aan de vernieling in de oorspronkelijke staat waarin het gevonden was. 


 

De Nieuwe Spieker, het periodiek van de Drents Prehistorische Vereniging is uit!!!



Neanderthalervondsten Drenthe gepresenteerd. 

Steentijdarcheologen maken na ruim drie jaar een succesvolle opgraving bij Assen bekend.
Mijlpaal in onderzoek naar Neanderthalers, koppen RTV Drenthe en het Dagblad van het Noorden.

 
In de afgelopen jaren zijn ten noorden van Assen een aardige hoeveelheid aan vuistbijlen, schrabbers en vuursteenafslagen (afval) opgegraven. De vondsten zijn minimaal 50.000 jaar oud uniek voor Noord-Nederland.  
Volgens een Marcel Niekus  gaat het om een recordvondst. Nooit eerder werden in Noord-Nederland zoveel vuistbijlen en andere vuursteenvondsten op één plek gevonden. De exacte locatie van het vroegere Neanderthalerkamp wordt nog steeds geheim gehouden.
 
Volgens onderzoeker Marcel Niekus gaat het om een steentijdkampement, een plek waar ook het gevangen wild moet zijn geslacht. De Neanderthalers van Drenthe hebben hier maar kort gewoond. Ze trokken achter het wild, in feite hun eten, aan.
 
Tentoonstelling in Nuis
In het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis zijn de vondsten op afspraak te bezichtigen. Het Drents Museum wil op termijn ook een aantal van de vondsten tentoonstellen.
 
Het Wetenschappelijk Fonds van de DPV heeft voor het onderzoek een bedrag ter beschikking gesteld.  
 
Zie: www.rtvdrenthe.nl/nieuws/50000-jaar-oude-vuistbijlen-zijn-te-bezichtigen-nuis

Zie rechts als bijlagen het DvhN



Archeologische Verenigingen Noord-Nederland treffen elkaar in de schatkamer van het noorden

 
Op zaterdag 14 februari hebben de archeologische verenigingen in Noord-Nederland gezamenlijk een archeologische dag in het Noordelijk Archeologisch Depot georganiseerd. Vanuit de vier verenigingen, AWN Afd. 1 Noord-Nederland, de Drents Prehistorische Vereniging, de Vereniging voor Terpenonderzoek en het Argeologysk Wurkferbân van de Fryske Akademy , werden presentaties over hun archeologisch vrijwilligerswerk gegeven. De beheerders van het Archeologisch Depot zetten de deuren van het depot wagenwijd open. Ongeveer 130 deelnemers konden deelnemen aan een uitgebreide bezichtiging en uitleg van depotbeheerder Dr. Ernst Taayke. Zij hebben hiermee een beeld gevormd van het depot waar de vele tienduizenden vondsten uit Noord-Nederland liggen opgeslagen.  Een ware schatkamer van vondsten uit het verleden. Een aantal bezoekers hebben de kans gegrepen om vondsten te laten beoordelen.
Al met al was het een geslaagde dag!












Een pad om te buurten of te vluchten…..

…schrijfsels van Paul Straatsma

Bron: Wandelverhalen & andere… schrijfsels van Paul Straatsma
zie: voor meer wandelverhalen: http://www.paulstraatsma.nl - zie ook rechterkolom "Smildervenen.pdf" Dit is een artikel uit "Mijn Streek"nr. 22, bron DvhN, zie www.landschapsgeschiedenis.nlwww.dvhn.nl en www.lc.nl
 
‘Smilde is zoveel meer dan alleen die lange rechte vaart met lintbebouwing.’ Amateurarcheoloog Roelof Matien deed onderzoek naar het hoe en waarom van de veenbruggen in Smilde en maakte zich hard voor een replica van een van de paden.
Noem het vooral geen veenweg. Dat woord misleidt. Een veenweg is immers een weg náár het veen. Daarom spreekt Roelof Matien liever over veenbrug. Die naam dekt de lading beter, want de paden van knuppelhout die gelegd werden op het veen – ‘ik denk dat ik met mijn twee meter hier nog net met mijn hoofd erboven uit zou steken’ – dienden als overbrugging van de ene zandkop naar de andere. Als amateurarcheoloog droeg hij daarvoor bewijs aan, hij heeft dus recht van spreken. En niet te vergeten: hij maakte zich hard voor een replica van het prehistorische pad. Dat kwam er in 1998 en werd in 2013 hersteld en zelfs verlengd, je zou het project zijn kindje kunnen noemen. Veenbrug dus.


Eerst terug in de tijd. Het is 1886 wanneer turfgravers ten noorden van de Suermondswijk bij Smilde stuiten op sporen van een prehistorisch pad. In 1896 bezoekt de voorzitter van het Provinciaal Museum van Oudheden, de heer Kymmel, de locatie. Er volgt nader onderzoek, in 1902, waarna de heer Pelinck een verslag schrijft dat een jaar later in de Nieuwe Drentse Volksalmanak verschijnt. In de jaren twintig worden er zelfs sporen van een tweede pad gevonden. Professor Van Giffen bezoekt die locatie, maar wat hij treft kan hem kennelijk niet boeien, druk als hij is met zijn standaardwerk Hunebedden; er zijn geen notities bewaard gebleven. Het wordt stil rond de veenpaden.
Nou ja stil… In Smilde blijven verhalen over de knuppelpaden de ronde doen. Nieuwsgierig geworden gaan amateurarcheologen J. van der Heide en J. Bruggink in 1979 op onderzoek uit. Drie jaar later stuiten ze aan de rand van een bosje op een drietal palen, overdekt door een 60 cm dikke laag veen, net zoveel als beschreven in het onderzoek van Pelinck, dit moet hetzelfde pad zijn. Er volgt groot onderzoek, een jaar later, geleid door archeoloog Wil Casparie. Ruim 26 meter pad knuppelpad wordt blootgelegd, het eindigt tegen de zandkop met daarop het Zandmeersbos, in een weinig rendabel restje veen. Onderzoek wijst uit dat de houten constructie om en nabij 220 voor Chr. werd aangelegd.
 
Roelof Matien stond in 1983 met zijn neus er bovenop, op dezelfde plek als waar hij nu staat. ‘Het veen hier was niet dik en de kwaliteit niet al te best, vandaar dat het pas werd aangesneden toen de dikste lagen van de Smildervenen, aan de westzijde van de Drentse Hoofdvaart, al waren afgegraven.’ Een gelukje, want als het eerder aan snee was gekomen, had waarschijnlijk niemand meer van de paden weet gehad. Het roept de vraag op hoeveel paden in de eeuwen daarvoor al zijn geruimd. Roelof Matien, in zijn werkzame leven projectleider bij de Provincie Drenthe (voorheen provinciale Waterstaat) maakt zich geen illusies. ‘Met een vervener is het net als met een aannemer, stuit hij op iets waarvan hij denkt: ‘dit wordt oponthoud’, dan wordt het snel aan de kant gegooid of afgedekt.’ Overigens geen kwaad woord over aannemers, laat dat duidelijk zijn…
 
Terug naar 1983. De veenbrug liet Roelof niet met rust. Wat wil je, de onderzoekslocatie was vlakbij zijn huis. Hij bood Casparie zijn diensten aan. ‘Vanuit mijn civieltechnische achtergrond heb ik hoogtekaarten van de omgeving gemaakt en een kaart droog-nat anno 220 voor Chr. Tegenwoordig draai je zo’n kaart met een druk op de knop uit de computer, maar dat kon in 1983 nog niet.’ Roelof trok er niet alleen op uit met boor en waterpasinstrument, hij nam ook de weinige foto’s van de tweede veenbrug onder de loep. Met wat daarop te zien was – een bosje, een oud pad en de glooiing in het landschap – achterhaalde hij de ligging van die tweede brug. In het verslag dat hij in 1985 schreef voor de Nieuwe Drentse Volksalmanak concludeert Casparie dat de eerste veenbrug oorspronkelijk 280 meter lang was en de tweede 170 meter. Ze liggen min of meer in elkaars verlengde. Casparie suggereert dat de paden dienden om de nederzettingen bij Witten en bij Hijken te verbinden. Een pad om te buurten dus.
 
Inmiddels betwijfelt Roelof Matien die conclusie. ‘Hijken is veel makkelijker bereikbaar via Hooghalen, daarvoor was deze veenbrug niet nodig. Bij het huidige Hijkersmilde is ook een celtic field, een prehistorisch akkercomplex, gevonden. Ik vermoed dat het pad vanaf daar is aangelegd.’ Feit is dat de veengroei de bewoners van onze streken in die tijd grote problemen leverde. In Drenthe kromp het areaal om te wonen. ‘Aangenomen wordt dat werd uitgeweken naar de kwelders in het noorden. De veenbruggen zouden deel van een vluchtweg kunnen zijn geweest voor de bewoners van het celtic field bij Hijkersmilde.’ Het pad heeft overigens niet lang dienst gedaan en werd spoedig opgeslokt door het veen.
 
Genoeg over de veenbruggen. Roelof Matien wil meer laten zien, het landschap zelf, want met sporen van de ijstijden, een pingoruïne, bosjes, heide en een tankgracht uit de oorlog, is Smilde ‘zoveel meer dan alleen die lange rechte vaart met lintbebouwing’. Hij heeft gelijk, een wandeling vol afwisseling vormt het bewijs. Er is echter een probleem: in zijn enthousiasme vergeet Roelof Matien dat de ruimte voor dit verhaal beperkt is. Daarom, wie meer wil weten over de veenbruggen en de omgeving van Smilde: namens Het Drentsche Landschap leidt Roelof met regelmaat excursies door het gebied. Als Smilde aan zijn public relations wil werken dan hebben ze aan Roelof Matien een goede. ‘Naast hunebedden, celtic fields en grafheuvels, zijn veenbruggen het vierde cultuurhistorische monument van onze prehistorische voorouders.’
 
Voelhorens
Hoogleraar Theo Spek over het belang van amateurarcheologen en –historici voor het onderzoek naar het landschap: ‘Amateurarcheologen en amateurhistorici komen bij hun veldonderzoek of archiefstudie vaak als eerste interessante zaken op het spoor. Ik beschouw hen als belangrijke pioniers en voelhorens van wetenschap en samenleving. Roelof Matien is met zijn onderzoek naar veenbruggen daarvan een goed voorbeeld. Lokale vrijwilligers – het woord amateurs vind ik wat denigrerend – zijn vaak de eersten die op de bres springen wanneer bepaalde waarden in het landschap verloren dreigen te gaan. Als Kenniscentrum Landschap hechten wij grote waarde aan de samenwerking.’
 
Andere paden
Tijdens de vervening in Noord-Nederland zijn meer veenpaden aangetroffen. De Valtherbrug was zelfs 12 km lang. Sommige leidden niet naar een duidelijk doel. Vermoed wordt dat deze paden een rituele functie hadden en werden aangelegd om offers te brengen in het veen. Weer andere paden werden aangelegd voor de winning van moerasijzererts.
 
Eén winterseizoen
In zijn verslag maakte archeoloog Casparie een inschatting over de duur van de aanleg van de twee veenbruggen. Hij berekende dat er zo’n 3600 palen waren gebruikt, afkomstig van 3200 bomen. Als een houthakker 8 bomen per dag verwerkt, kost het kappen 400 werkdagen. Neem eenzelfde aantal werkdagen voor het sjouwen en aanleggen van het pad en je komt uit op 800 werkdagen. Een groepje van 5 mannen klaart zo’n klus in 160 dagen, zeg maar een winterseizoen. De vrijwilligers van de historische vereniging De Smilde klaarden de reconstructie met 440 palen in de winterperiode 2012-2013. (zie: http://desmilde.nl/)
 
Excursie
 
Op 19 april leidt Roelof Matien een excursie door het gebied voor Stichting Het Drentse Landschap. U kunt zich aanmelden via www.drentslandschap.nl/activiteiten.

Man van 2500 jaar geleden gevonden bij Gieterveen

Jan Venema schrijft in het Dagblad van het Noorden van 17 januari dat het skelet dat vorig jaar bij Gieterveen is gevonden, zeker 2500 jaar oud is en dateert uit de IJzertijd. Dit antwoord roept nieuwe raadsels op. Herkomst en toekomst van het skelet zijn nog volstrekt onduidelijk. De vondst werk gedaan bij het herstel van de oude beekloop van de Hunze. Van der Sanden zegt: ,,In de ijzertijd werd een dode niet begraven, maar gecremeerd, waarna de asresten in een urn werden gestopt. De urn werd vervolgens in een urnenveld bijgezet.’’ ,,Met deze man kan van alles zijn gebeurd. Het kan zijn dat hij is verongelukt. Het kan zijn dat hij door anderen om het leven is gebracht en in het beekdal is achtergelaten, misschien wel begraven. Maar het zou ook kunnen dat er hier sprake is van een offer. Dat mag je in deze periode zeker niet uitsluiten.’’ Dat het stoffelijk overschot begraven is, lijkt zeer waarschijnlijk. ,,De botten zijn niet verwassen door de Hunze. Ze lagen allemaal bij elkaar, met de meeste kleine botjes. Bij verwassing zou je verspreid alleen de zwaarste beenderen hebben gevonden.’’ Van der Sanden vraagt zicht af hoe de man aan zijn einde is gekomen. ,,Nader onderzoek moet dit uitwijzen.
 

Voor uw agenda - Nadere invulling volgt 

  • Ledendag zaterdag 28 maart Stationskoffiehuis te Rolde  
  • Voorjaarswandelexcursie zaterdag 9 mei in de stad Groningen o.l.v. stadsarcheoloog Gert Kortekaas





 
facebook linkedin