Augustus 2018: Hunebedden in de vakantie.

 

De augustusmaand is een heerlijke maand om vakantie op te nemen. Behalve als je bijvoorbeeld gepensioneerd bent. Dan ga je, als je het kunt veroorloven, op reis in een minder drukke maand. Neemt niet weg dat wij toch naar de Provence zijn gegaan in augustus. Nu dat hebben we geweten. Temperaturen tot bijna veertig graden in de schaduw en zwembadwater van over de dertig graden. Ondanks alle ongemakken die uit de weersomstandigheden voortkwamen, toch een hunebed bezocht. Op de kaart stond het keurig aangegeven. Niet ver van de weg af, dus dat moest te doen zijn. We zijn er eerst glad voorbijgereden, toen gekeerd en wij ontdekten ...
                                                                                                              het bord vlak naast de weg. Geen pijl erop, geen andere indicatie. Vijftig meter verderop was er een klein zijweggetje, dat ingeslagen maar dat leidde naar een camping en was daarna met een gewone luxe auto niet te berijden. Terug naar het bord en daar gestopt. En ja hoor, bijna direct onder het talud lag een megalithisch bouwwerk. Bijna door de weg overdekt maar er net naast in de struiken. Een grote deksteen, gesteund door een zestal draagstenen, een dolmen dus. Niet, net als onze hunebedden waarbij de stenen een lange of korte rij vormen van trilithonen, maar een klassiek gevalletje van een dolmen. Met aan één kant de ingang waarbij de twee hoekdraagstenen duidelijk zo stonden dat de ingang verkleind werd. Wat ook merkwaardig was, was dat in tegenstelling tot onze hunebedden, de stopstenen nog allemaal aanwezig waren. Kennelijk was dit graf minder gerampokt dan onze hunebedden. Dat is best verklaarbaar, zo vertelde een collega DPV-er mij, er was in die streek natuurlijk minder behoefte om stenen van heinde ver op te halen, als er toch overal stenen voor het oprapen lagen. Ook de keldervloer was bijzonder intact, zo zelfs dat ik mij afvroeg wie hier het laatst de vloer had geveegd. Had er hier onlangs een opgraving of herstel plaats gevonden? Ik weet het niet, maar ondanks het feit dat het bijna in en onder de weg lag, was het een keurig dolmen. Fotos gemaakt en met een gelukkig gevoel weer op weg gegaan.

 

Foto: Philippe Versijp, met toestemming overgenomen. Dolmen de la Pitchoune.

 

Als je hunebedden zoekt in het landschap, word je soms meewarig aangekeken. In Duitsland is het me wel overkomen, dat men vertelde dat Groβvater hat dass alles schon längst aufgeraümd. Verder zoeken heeft dan weinig zin. Ook vraagt men wel wat we daar te zoeken hebben. Niet zelden is het moeilijk sommige mensen aan hun verstand te brengen wat je eigenlijk zoekt. Soms krijgen we ook wel heel spontane uitnodigingen om in de tuin te komen kijken waar dan meestal een rest van een hunebed te bewonderen valt.

Ook word je gewantrouwd, in de zin van: zoiets zoekt een normaal mens niet, daar zit iets achter. Op een dag, in Frankrijk, departement van de Lot, reden we een klein weggetje in, over een eeuwenoud bruggetje, in Romaanse bouwstijl, op zoek naar een dolmen. We waren nog geen honderd meter op dat weggetje toen een vrouw ons achterna reed, ons gebaarde te stoppen en vroeg wat we daar deden. Ons antwoord dat we een dolmen zochten, deed haar wantrouwen kennelijk groeien, want daar vroeg anders niemand naar. Nu bleek dat alleen familieleden van haar verderop dat weggetje woonden en die waren niet thuis. Mogelijk dacht men dat wij kwaad in de zin hadden en wij hebben toen na enig zoeken toch maar afgezien van ons doel. De weg na het huis waar die familie woonde werd overigens erg slecht en zou op de top van de heuvel doodlopen. Buurtcontrole voorkwam dat we het dolmen ooit te zien kregen.

Een aantal andere bezoekers van de hunebedden komen daar voor heel andere redenen. Zo troffen we in Duitsland, een man aan, die schijnbaar heel rustig zat te lezen op een bankje naast een hunebed. Het bleek een Rooms Katholiek priester te zijn die daar zat te brevieren. Wij hebben hem voorzichtig gevraagd of we hem stoorden. Nein, sehen sie bitte ruhig herum. We raakten in gesprek en hij bleek lang geleden een missionaris te zijn geweest in Papua Nieuw Guinea, het voormalige Duitse gebied. Hij had daar gehoord dat er nog inboorlingen waren die onder de Duitsers hadden gewerkt en besloot die in de bergen eens op te zoeken. Helaas bleek het enige Duits dat ze nog spraken uitroepen te zijn in de trant van: Du dreckige Sau, arbeiteen Schnell, schnell. Het deed hem nog plezier zoiets te kunnen vertellen. Veel mensen die je ontmoet stellen vragen en die beantwoord je dan zo goed mogelijk.

Hunebedden trekken veel verschillende mensen aan, met verschillende verwachtingen en verschillende doelstellingen. Schoolkinderen klimmen er het liefst massaal op, springen van de ene deksteen naar de andere en hebben daarbij vaak grote lol. Zij, en ook hun ouders of begeleiders beseffen niet dat, dit de hunebedden schade toebrengt. Slijtplekken en verlies aan mos en korstmossen zijn daar duidelijk het gevolg van. Afgelopen paar dagen heeft men gepoogd om met een bord dit gedrag te ontraden. Omdat het vakantietijd was, en dus een gebrek aan nieuws, haalde dit de landelijke pers. De NOS en de RTL brachten het tijdens hun nieuwsbulletins en op de sociale media was het een nieuwstrend. Geen gemakkelijk onderwerp. Hele generaties horen nu dat, wat zij hun leven lang, van  kindsbeen af, al deden, nu ineens ongewenst is. De tijden veranderen maar dat is soms moeilijk te aanvaarden. Men ziet gewoon het gevaar en de zichtbare sporen van slijtage niet. Het mocht altijd, en waarom nu ineens niet meer. Dit wil er gewoon niet in bij sommigen. Een wildebras moet toch kunnen ravotten en mag een beetje stout zijn, is de redenering. Grote stenen ziet men als slijtvast, onverwoestbaar en eeuwig stand houdend. Dit is helaas niet waar, maar men aanvaardt dat niet. Ook het argument dat men respect dient te hebben voor de toenmalige functie als graven, is niet doorslaggevend. Velen menen dat na opgravingen er geen menselijke resten meer aanwezig zijn. Dat de meeste hunebedden nooit opgegraven zijn en dus bewaard worden tot men meer mogelijkheden tot onderzoek heeft, of door bijvoorbeeld nieuwbouw tot een noodopgraving moet overgaan, is doorgaans volkomen onbekend. Het vroegtijdig opvoeden om respect te hebben voor deze monumenten is een must. Anders krijgen rondleiders, net zoals ik eens gehad heb, vragen, of ze van D 27 een stukje mogen afkloppen en meenemen als souvenir. De man in kwestie had een hamertje en een beiteltje voor dat doel meegenomen. Bij het grote publiek ontbreekt het aan kennis en inzicht. Helaas, daarom moet er vooral geïnformeerd worden, uitleg gegeven en respect gekweekt om onze tastbare bewijzen van de prehistorie te behouden voor onze kinderen en kleinkinderen. Die kunnen altijd nog beter klimmen op toestellen in de speeltuin. En dat is vaak veel veiliger.

In mijn optiek zal verbieden alleen maar leiden tot onbegrip en de neiging toenemen om het stiekem toch te doen. Wat is er dan leuker om een selfie aan je vriendjes toe te sturen met jou er op terwijl je iets doet wat eigenlijk niet mag. Zon bord is een goede actie, een begin, maar het zal lang duren voordat het algemeen aanvaard zal zijn dat het eigenlijk niet kan, dat klimmen op een hunebed.

 

 

Gérard Versijp.