Nieuwsbrief 14 DPV april 2018: excursie Noordlaren, Lustrum 2018: Oud eten, Neanderthalers en veel meer.


Lustrum: Oud eten 15 september: link:

 

Lectori Salutem,

De eerste zondag, na de eerste volle maan, aan het begin van de lente ligt alweer achter ons. Waarom Pasen juist op die dag werd vastgesteld, is mij een raadsel. Wel is mij duidelijk dat het begin van de lente al heel lang aanleiding is voor feestelijkheden. Waarschijnlijk is het Paasfeest ook een festiviteit die al eeuwen vóór het Christendom bestond en die is opgenomen in de jaarlijkse reeks van feesten die de vroege Kerk zelf ontwikkelde. De mens heeft immers behoefte aan feesten. Dat maken de archeologische vondsten rond Stonehenge en Skara Brae heel duidelijk. Voor die periode deed men tijdens feesten aan kannibalisme, zo wordt duidelijk uit vondsten uit Groot Brittannië en Spanje. Ook de Neanderthaler was het oppeuzelen van mede-Neanderthalers, niet vreemd. Ik schreef hierover eerder in de nieuwsbrief over de ontdekkingen in El Sidron, ook in Spanje. Dus over feesten is nog veel te ontdekken, ook veel bizarre feiten. De mens en ook de Neanderthaler waren aan de ene kant mensen zoals wij, anderzijds vertoonden zij trekjes die wij ten gevolge van onze beschaving verloren hebben. Of althans, dat hopen wij.

Terug naar de lente. Ondanks het wat kille begin, (volgens een volksgezegde is “De Goede Week nog nooit niet goed geweest”), lijkt het er nu wel op dat de temperatuur verder omhoog zal gaan. Ook de mens in de prehistorie zal uitgekeken hebben naar deze tijd van het jaar. De jager-verzamelaar wist dat dan de rendieren weer aan hun trek begonnen, de bomen weer begonnen aan de bladvorming en zouden gaan bloeien en later vrucht zouden voortbrengen, dat er weer jonge dieren zouden zijn om op te jagen enz. Jong wild smaakt altijd beter dan een oud stuk, en dat zal toen zeker bekend zijn geweest. De boeren wisten dat het tijd werd om de akkers in orde te brengen, te zaaien en te poten met uitzicht op weer verse groenten en jongvee.

Later in de Bronstijd, toen bezit en elitevorming leidde tot krijgsdienst en militaire specialisatie van sommigen, kwam er een tijd waarin men oorlog ging voeren. De optimale tijd hiervoor was de lente, zomer en herfst. Dus in de late prehistorie werd de samenleving complexer en werd ook de tijd zorgvuldiger ingedeeld. In de lente begon eigenlijk alles weer te leven, na de relatieve rust van de winter, waarin de voorraden waren aangesproken en waarschijnlijk ook meer honger werd geleden, trad er weer een nieuwe levenscyclus aan.

Uiteraard is het leven sinds de prehistorie veel complexer geworden. Dat neemt niet weg dat veel gevoelens over de seizoenen bij iedere mens merkbaar zijn gebleven. Psychische klachten die voortkomen uit de seizoenen zijn ook nu een nog vaak voorkomende fenomeen. Ik noem de depressies die voortkomen uit Blue Monday, de voorjaarsvermoeidheid en de bekende voorjaarsdip. Allemaal fenomenen die de prehistorische mens niet geheel onbekend zullen zijn geweest. Feest vieren omdat het weer voorjaar is lijkt me daar een goede remedie voor. Dat we dezelfde psychische wensen, doelen en voorkeuren hebben, wil nog niet zeggen dat we de prehistorische mens één op één kunnen begrijpen, maar invoelbare overeenkomsten zullen er zeker zijn. Dat maakt het bedrijven van archeologie en het kennis nemen van de geschiedenis nu eenmaal zo interessant. We herkennen er voor een deel onszelf in. Ik wens u veel leesplezier.

Namens het bestuur, Gérard Versijp.

 

Opgraving: Spectaculaire en emotionele vondst Swifterbantcultuur.


De Swifterbandcultuur komt steeds meer in de belangstelling te staan. Als overgang tussen mesolithicum en neolithicum kan deze bevolkingsgroep ons nog veel leren. Waren deze mensen jagers-verzamelaars die de gewoonten van de eerdere boeren uit onze omgeving overnamen? Dit is wel zeer waarschijnlijk en dit ondergraaft de theorie dat de neolithische revolutie samenging met verdringing van de oorspronkelijke bevolking. In Nieuwengein is een graf gevonden van een moeder en een baby. De vrouw, waarschijnlijk de moeder, DNA-testen worden nog verricht, houdt het kind in de arm omsloten. Dit maakt de vondst zeer aandoenlijk.

De grote hoeveelheid vondsten, 136.000, brengt ons via laboratorium onderzoek waarschijnlijk weer een stuk verder.

 

 

 

foto: dank aan Archeo3D

 

 

Boek: Brigitte Röder, Sabine Bolliger Schreyer, Stefan Schreyer: Lebensweisen in der Steinzeit.

Alhoewel dit boek over de prehistorische geschiedenis gaat van Zwitserland en vooral over de vondsten en onderzoeken in het hooggebergte, zijn er veel paralellen met ons land. Veel van de inhoud gaat over de nieuwste onderzoeksmethoden in het laboratorium. Nieuwe gezichtspunten aan de hand van lab uitslagen worden uitgelegd en ook alledaagse praktijk van de archeoloog op de onderzoekslocatie worden besproken. In het laatste deel van het boek wordt de steentijd behandeld naar de klimatologische opeen volgende fases, die het land heeft doorgemaakt. Begrijpelijk geschreven, voorzien van prachtige illustraties, alleen de tekening op de omslag is een precieze bestudering waard en veel grafieken en kaarten. Zeker de moeite waard om aan te schaffen en met plezier te lezen.(ISBN: 978-3-03919-397-4, Uitgeverij: Hier und Jetzt, Prijs : 59,- Euro)

 

Tentoonstelling: Mammoetstappen door de OERtijd (Diever) (link)

Het Oermuseum in Diever heeft sinds 31 maart een nieuwe tentoonstelling. Er is plaats gemaakt voor het grootste landzoogdier dat onze streken eens bewoonde. Maar ook andere dieren die reeds lang verdwenen zijn, zoals de sabeltandtijger komen aan bod. Via een aantal panelen wordt de prehistorie overzichtelijk, verduidelijkt. Zeker voor grootouders een mooie gelegenheid de prehistorie aan hun kleinkinderen inzichtelijk te maken. Diever is trouwens zo wie zo al een uitstapje waard.

 


Tentoonstelling: 100 jaar Zuiderzeewet (Batavialand, Lelystad) (link)

De Zuiderzee was toen ik jong was al verleden tijd. Toch heb ik nog wel jongensboeken gelezen over de ‘Zeewolf” die bij elke overstroming weer mensenlevens opeiste. Net zoals Terlouw later schreef over de gebeurtenissen rond de ramp van 1953 in Zeeland. Daar was mijn broer toen oud genoeg voor om zich dat te herinneren. Hij vluchtte de keuken in omdat hij bang was geworden van een helikopter die zeker bij de hulpverlening was ingezet. Nu is het een eeuw geleden dat de Zuiderzeewet werd aangenomen en de werken in gang werden gezet. Nederland is onherkenbaar veranderd. De commotie rond de Oostvaardersplassen is er heden nog een restant van. Batavialand gaat er een tentoonstelling over bouwen. Ik ben benieuw en ga zeker een bezoekje brengen. Dan kan ik tevens de Swifterbantmens goeiendag zeggen.
 

Tijdschrift: Archéologia: Dossier Lyon: Quinze années de fouilles dans la capitale des Gaules. Februari 2018 nr 562 pag. 26-61.

Lyon, een van de grootste Franse steden, voor veel Nederlanders een plaats waar de beruchte tunnel La Fourvière een belangrijke bottleneck was in de reis naar het zuiden van Frankrijk. De heuvel waar de tunnel doorheen gaat draagt dezelfde naam en is gelegen op rechter oever van de Saône, daar waar deze iets verder uitmondt in de Rhône. Dit was altijd, sinds de prehistorie, een belangrijke strategische plaats, waar veel verkeer langs kwam en dus nog steeds langs komt. De archeologische onderzoekers hebben dan ook sinds die prehistorie veel vondsten gedaan en vooral tijdens twee bloeiperioden, één in de klassieke oudheid en de tweede tijdens de Renaissance, geven de opgravingen, behandeld in acht interessante verslagleggingen, veel stof tot plezierig leesvoer. Tot op de dag van heden is Lyon een stad met veel bezienswaardigheden en is de stad ook bekend om zijn gastronomie. Een aanrader om het “Dossier Lyon “ te lezen en ook om de stad eens te bezoeken. Overigens staat boven op de heuvel La Fourvière een kathedraal, de Notre-Dame de Fourvière, een zeldzaam mooi bouwwerk in de art nouveau stijl. Zeker de moeite waard en men heeft dan ook een fraai uitzicht over het klassieke Lyon, met name het Forum Vetus ( de naam Fourvière is daar van afgeleid) met het theater en het Odeion.
 

Tijdschrift: Archäologie in Deutschland: Römische Silberschätze (Sonderheft 13, 2018)

In ieder mens zit wel een zwakheid. En wie strijkt er niet graag eeuwige roem op? Volgens mij steekt er in elke archeoloog wel stiekem een schatgraver. Het ontdekken van een archeologische vondst die bestaat uit munten of gebruiksvoorwerpen uit edelmetaal spreekt tot de verbeelding. In Duitsland is, in loop van de geschiedenis een veelheid van zilveren voorwerpen uit de Romeinse tijd, gevonden. De zilverschat die 150 jaar geleden in Hildesheim gevonden werd en die nu in Berlijn in de Staatliche Museen te bewonderen is, is zo’n zilverschat. Pronkstukken uit een tijd die ons intrigeert en waar we door de geschiedschrijvers van weleer, zo vertrouwd mee zijn. In deze bijzondere uitgave staan voorbeelden die zonder meer tot topstukken van elk museum zouden kunnen behoren. Meer nog dan de tekst zijn het de prachtige foto’s die indruk maken. Was men in de klassieke tijd al in staat zulke mooie gebruiksvoorwerpen te maken? Ik raad iedereen aan dit te lezen en zich te verwonderen over de fraaiheid en vakmanschap die tot ons is gekomen. (ISBN: 978-3-8062-3696-5, uitgeverij: Theiss website; www.wbg-wissenverbindet.de, prijs: 11,95)

 


Tijdschrift: Archeologie in Nederland: Daan Raemaekers en Kelvin Wilson: Nieuwe oude gezichten.

Het maken van reconstructies en het bepalen van DNA van mensen die in de prehistorie hier leefden is een van de manieren om het grote publiek te interesseren in hun voorvaderen. Bij een gedeelte van die reconstructies is het bekend welke eigenschappen de te reconstrueren persoon heeft gehad. Bijvoorbeeld de mond, de neus het voorhoofd zijn belangrijke anatomische kenmerken die men met zekerheid kan vaststellen. De kleur van het haar en de huid, het al dan niet aanwezig zijn van rimpels niet. Hier komt de moderne DNA analyse ons te hulp. Van Nederlandse grafvondsten zijn nog lang niet allemaal moderne DNA profielen bekend. Maar uit wat er bekend is over buitenlandse humane resten, ligt het voor de hand dat er van onze stereotype denkbeelden, dat onze voorvaderen blond of rossig waren, een blanke huid hadden en vooral op ons leken, niet veel over blijft. Veel waarschijnlijker is dat ze vaak een getinte huid hadden en zwart haar. Dit komt omdat nu veel duidelijker dan vroeger verondersteld werd, migratie van mensen veel vaker voorkwam dan dat we tot nu toe aannamen. Zoals de auteurs eindigen; “Diversiteit is van alle tijden”.
 

BLOG: De Neanderthaler, onze broer.

Sinds de laatste vijf jaar zijn we steeds meer te weten gekomen over de Neanderthaler, onze broer uit het verre verleden. Hij leefde tot ongeveer 40.000 jaar geleden in ons midden.

Toen in 1856 delen van het skelet van een Neanderthaler in het dal van de Neander, vandaar de naam, gevonden werden, dacht men eerst aan een mens uit de IJstijd. Virchow, Duitslands meest vermaarde arts, die ook pathologie en archeologie bedreef, bestreed dit en dacht aan de overblijfselen van een moderne mens met een ontwikkelingsstoornis. Virchow was een briljant arts maar een minder goed archeoloog. Later bleek hij namelijk ongelijk te hebben................... (klik hier)

Als u deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen kunt zich afmelden bij  ledenadministratie@dpv.nu